The Cure :: Bestival Live 2011

Het moet zo ongeveer het beste concert zijn dat The Cure ooit speelde, zo gaat het. En dus mocht een live-opname niet ontbreken. Vreemd genoeg ademt niets aan Bestival Live 2011 iets van triomf uit. Meer dan een degelijke, maar erg complete en perfect uitgevoerde concertplaat hou je er niet aan over.

We gaan er niet eens omheen lullen: dat deze plaat nog geen beetje ontgoochelt, ligt vooral aan het geluid. Bestival Live 2011 klinkt immers alsof iemand met een goeie microfoon op veilige afstand van het podium is gaan staan, en van daar – een beetje beducht dat iemand het rode opnamelampje zou zien – het concert heeft proberen op te nemen. Wat overheerst zijn doffe kartonnen drums en Robert Smiths stem die ergens van ver komt aangewaaid, omwikkeld met dekens.

Nochtans is de band hoorbaar in vorm, en worden perfecte versies afgeleverd van een resem klassiekers waar menig hedendaagse band een arm en een been voor veil zouden hebben. Voor het eerst biedt The Cure immers een liveoverzicht van zijn hele carrière,van alle gezichten die de groep in zijn bestaan aannam. Van donker en gloomy tot opgewekt en speels; geen kant blijft onbelicht op dit optreden, één van de weinige die de groep dit jaar speelde.

En dus krijgen we een setlist – maar liefst 32 songs! — om duimen en vingers van af te likken. Aftrappen met een breed uitwaaierend "Plainsong", meteen erna "Open",… dat is wat men binnenkomen heet. Wat volgt is het soort dwarsdoorsnede van een oeuvre waar een minder artiest alleen maar bleek van kan wegtrekken: beter dan dit wordt het niet. Al klinkt het dus allemaal wat doffig, waar dat eerder kristalhelder had gemogen.

Wie daar wat voorbij luistert — "This show was mixed loud, and played even louder… so turn it up!" spoort het cdboekje ons aan, en dat helpt ook ietwat – is vanaf dan mee op een rollercoaster die beurtelings het popwerk (een zwak "The End Of The World", het heerlijke "Just Like Heaven", "The Walk") en het meer ingetogen sombere (een geweldig "Fascination Street", "A Forest") werk voor het voetlicht duwt.

Alles note-perfect uitgevoerd. Na dertig jaar kan Smith zelfs in zijn slaap nog een subliem "Disintegration" uit gitaar toveren. Ook "One Hundred Years" giert en davert als het moet, met voor één keer wel een gitaar die genoeg naar voor klinkt om impact te hebben. "End" is daarna een kers op de taart; zes minuten lang suizend rocken. In de bissen duikt The Cure het verre verleden in. "The Lovecats" klinkt nog even fris als die dag in 1983, "The Caterpillar" is erna een brok joye de vivre verpakt als vleermuizenlol. En zo gaat dat nog een nummer of tien (10!) door.

Wat een concert dus. En toch is de overgave niet compleet. Goed, met de koptelefoon op de oren, een beetje onverantwoord luid, komt het nog wel een beetje, maar draai Bestival — wie bedénkt zo’n naam eigenlijk? – op een normaal volume, en je vraagt je hoort een band op degelijke routine, maar niet de donkere euforie die bij zo’n setlist past.

Gewoon degelijk dus. Maar ergens in ons achterhoofd zeurt een stemmetje "waren we daar maar bij geweest".

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 − tien =