The Roots :: Undun

Def Jam, 2011

Het is soms moeilijk om niet pessimistisch te zijn over de
hiphopscene, een subcultuur vol poseurs die kampt met een
chronische oppervlakkigheid waartegen geen vaccin bestand is.
Gelukkig baart elk jaar een paar platen die ons geloof in het genre
niet volledig laten verkruimelen. Zo blies Shabazz Palaces ons
van onze sokken met een weerbarstige brok genrevernieuwing en wie
anders dan The Roots mogen nu de kers op de taart zetten. De band
is al jaren een rots in de branding van de hiphop en ook hun
10e album is alweer een schot in de roos!

Op het middelmatige ‘The Tipping Point’ na grossieren Questlove
en co. enkel in topkwaliteit en de laatste jaren toonde de band
telkens een ander gelaat zonder inconsistent te worden. ‘Rising Down‘ was een
grootstedelijke kroniek vol woede, frustratie en grauwe bassen,
maar ‘How I Got
Over
‘ bleek de perfecte kuur tegen al die zwartgalligheid. The
Roots klonken nooit toegankelijker en melodieuzer, maar ook nu weer
zonder aan diepgang in te boeten. Slaat de slinger met ‘Undun’ dan
nu weer de andere kant uit? Niet helemaal, de plaat klinkt
melancholischer en bedaarder dan z’n voorganger, maar de
catchiness en de knappe songs zijn gebleven.

Die weemoed vloeit vooral voort uit de tekstuele spanningsboog
van de plaat. Want jawel, ‘Undun’ is een onvervalste conceptplaat.
Ze vertelt het verhaal van de opkomst en ondergang van een zekere
Redford Stephens, maar dan in omgekeerde volgorde. Die
karakterstudie van een streetkid blijkt evenzeer een
dissectie van het harde bestaan in de Amerikaanse grootstad.
Luister maar naar wat gastrapper Dice Raw verkondigt in ‘Tip the
Scale’: “Some think life is a living hell/Some live life just
living well/I live life tryin’ to tip the scale/My way”. Meer dan
op de vorige plaat zijn het dan ook de lyrics die het album als een
kransslagader van bloed voorzien.

En de muziek dan? Wel, die harmonieert vlekkeloos met de
existentiële mijmeringen en harde observaties die Black Thought en
co. in vloeiende raps gieten. ‘Undun’ telt geen instant-knallers
als ‘The Seed’ of ‘Dear God 2.0’, maar bulkt van de ingetogen songs
die zonder zich op te dringen hun tenten opslaan in je hoofd. Neem
nu ‘Make My’, waarin een trage beat en zweverige synths het
fatalistische kluwen verklanken waarin Redford verstrikt is
geraakt. Ook met doorleefde soul geïnfuseerde songs als ‘One Time’,
‘I Remember’ en ‘Lighthouse’ spatten niet uit de speakers en
kruipen pas na verschillende luisterbeurten onder de huid.

Yep, de clippoezen op TMF en JIM zouden geen vette kluif hebben
aan ‘Undun’. Meer dan ooit lopen The Roots met een wijde boog om
alle hiphopclichés heen. Dat betekent echter niet dat de plaat geen
moddervette grooves telt. Zo is het heerlijk met de capuchon heen
en weer wiegen op de krolse gitaarlick van ‘Kool On’ of de
besmettelijke groove van ‘The OtherSide’. Niettemin zal de
zwanenzang van de plaat de wenkbrauwen van menig hiphopfreak doen
fronsen. Op de sokkel van ‘Redford (For Yia-Yia & Pappou)’ van
Sufjan
Stevens
bouwen The Roots namelijk een 4-delige suite waarin
harmonie en chaos hand in hand gaan. Zelfs na een kleine 20 jaar
blijft de band verrassen en verbluffen.

‘Undun’ haalt misschien niet het torenhoge niveau van ‘How I Got
Over’, maar hun tiende plaat is alweer een oerdegelijke toevoeging
aan een van de meest consistente oeuvres uit de hiphop- en, ja toch
wel, de muziekgeschiedenis. Bovendien tonen The Roots met dit
bedaarde, introspectieve album opnieuw een ander gelaat zonder aan
kwaliteit in te boeten. Wie doet het hen na?

http://www.theroots.com

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

10 + 12 =