Johánn Johánnsson :: The Miners’ Hymns

De combinatie van neo-klassieke muziek en IJsland straalt steeds melancholie uit, zeker wanneer Johánn Johánnsson een soundtrack over de teloorgang van de Britse mijnindustrie schrijft.

Neen, koolmijnen zijn niet bepaald bakens van euforie en optimisme. Als ze in het nieuws komen, is het omwille van de zoveelste mijnramp in Oost-Europa of China. In lang vervlogen tijden floreerde, net als in ons Belgenlandje, de mijnindustrie in Groot-Brittannië. Vandaag liggen de oude sites er troosteloos bij en hier en daar blijft er nog een doodbloeiend mijnwerkersclubje over. Het inspireerde documentairemaker Bill Morrison om een ode te maken aan de laatste restanten van de twintigste-eeuwse mijnwerkersklasse in Noordoost Engeland.

Johánnsson schreef bij de documentaire een hartverscheurende elegie. Geen wonder dat alle poëtische songtitels gejat zijn van banieren van vroegere vakbondsafdelingen. Ze weerspiegelen stuk voor stuk de strijd van de arbeiders, wat Johánnsson naar verluidt al lang fascineert. Je kan het eigenlijk al voorspellen: de stemming is vijftig minuten lang grimmig, ijzig en treurig: The Miners’ Hymns lijkt op een muzikaal equivalent van Misère au Borinage, de beroemde documentaire van Henri Stock en Joris Ivens uit 1933 over het keiharde mijnwerkersleven.

Net als op Johánnssons vorige plaat (Fordlandia uit 2009) horen we opnieuw in melancholie gedrenkte muziek. Deze keer geen weelderige verzameling instrumenten (van piano en orgel over klarinet en strijkers tot percussie en elektronica); The Miners’ Hymns klinkt nog soberder dan wat we van Johánnsson gewend zijn. Met koperblazers, duistere elektronica en een kerkorgel creëerde de componist zes klaagliederen die elk haartje op de arm kunnen doen rechtveren.

The Miner’s Hymn is gehuld in een dikke mist van sombere ambient soundscapes, maar er passeren genoeg meeslepende orgelpassages en epische uitbarstingen van blazers. Zo zijn “An Injury To One Is The Concern Of All” en “Freedom From Want And Fear” twee grote kleppers die de luisteraar meteen opslokken. Vooral het tweede nummer is dankzij de repetitieve blazermelodie zo ronduit indrukwekkend, zo danig ontroerend dat het perfect zou passen bij een begrafenis van verongelukte mijnwerkers.

Het tweede deel van de plaat bevat nog meer muzikaal spektakel. Vooral in het briljante “The Cause Of Labour Is The Hope Of The World” wordt de spanning opgebouwd door percussiewerk en subtiele elektronica tot de brassband een aanzwellende sound neerzet. Ook in het fenomenale slot speelt de blazerssectie een hoofdrol. Een heroïsch einde. Voor ons doemde het beeld op van honderden arbeiders die tijdens een rumoerige mijnstaking in de straten van een of andere mistroostige industriestad marcheren.

The Miners’ Hymns is zoals verwacht een pure requiem aan een in West-Europa bijna volledig uitgestorven industriële traditie. Johánnsson heeft wederom een melodramatisch meesterwerkje op zak dat live alleen maar intenser kan klinken. Maar speel gerust de plaat in uw living af, bij voorkeur met de gordijnen dicht en enkele brandende kaarsjes. Kippenvel verzekerd.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × 2 =