Rob Crow :: He Thinks He’s People

Als een van de twee kernleden van Pinback met een nieuw zijproject of een verse soloplaat op de proppen komt, is het als rechtgeaarde popliefhebber altijd zaak de oren te spitsen. Zeker als Rob Crow — de meest veelzijdige van de twee — na vier jaar nog eens solowerk aflevert.

Hij mag intussen, samen met zijn compagnon Zach Smith, rustig beschouwd worden als een vaste waarde binnen de Amerikaanse indiescene. Meer nog: de invloed die Pinback nu al gehad heeft op andere muzikanten en bands is niet te onderschatten. En om het aantal groepen en zijprojecten waaraan de man zijn samenwerking verleende te tellen, heb je meer dan twee handen nodig: naast Pinback ook Thingy, Optiganally Yours, Heavy Vegetable, Physics, Goblin Cock, Other Men en nog een trits andere minder bekende groepen. Daarnaast is hij met He Thinks He’s People al aan zijn zesde soloplaat toe. Om maar te zeggen dat de man niet alleen behoorlijk getalenteerd is, maar ook nog eens een erg harde werker.

He Thinks He’s People klinkt een stuk meer duister en donker dan bij Pinback doorgaans het geval is, maar tegelijkertijd hoor je ook onmiskenbaar de gelijkenis met de band uit San Diego. Zo is het snel duidelijk dat Rob Crow zowel in zijn solowerk als op de platen van Pinback de drumcomputer programmeert en dat hij even melodisch neuzelt, dezelfde mathematische muzikale methode hanteert en zo tot bijna identiek dezelfde melancholische sfeer komt die ook de muziek van Pinback kenmerkt.

Opener Sophistructure bijvoorbeeld schippert tussen ingehouden en repetitieve strofes en wat stevigere, op powerchords gestutte refreinen. Scalped, dat aanvangt met een breed uitgesmeerd orgel en een wat trager drumritme, verwoordt en verklankt de atmosfeer van een winterse zondagnamiddag: het leven verloopt wat langzamer en gemoedelijker en net dat zorgt voor een onbestemd gevoel van verveling en leegte. This Thread neemt met een ingehouden en sober gespeelde akoestische gitaar en flarden gefluister een beetje een valse start. Want plots barst de boel toch uit en komt er een akoestische popsong à la Elliott Smith tevoorschijn. Crows stem klinkt wel vaker als die van Smith: ook in de intro van het op elektronische drums en repetitieve strijkers drijvende Tranked hoor je de gelijkenis met de keelklanken van de veel te jong gestorven bard uit Portland, Oregon.

In Prepare To Be Mined en Build schakelt Crow een versnelling hoger. De songs klinken een stuk meer punky en uptempo. Build heeft ook flink wat weg van het recentere werk van Wire. Het zou ons dan ook niet verbazen moest Crow een voorliefde koesteren voor de muziek van de legendarische Britse artrockers. Pat’s Cabs, dat net voorbij de minuut afklokt, is het kortste nummer op de plaat. “Say what you will, but I know when I’m wrong. And I am wrong, definitely wrong”, klinkt het in de tekst. Het zat hem eventjes hoog blijkbaar. In So Way kronkelen twee gitaarpartijen innig om mekaar heen, op de achtergrond ondersteund door een spacy klinkende synthesizer.

Locking Seth Putnam In Hot Topic is een — voor Crows doen — erg funky ode aan de in juni laatstleden schielijk en op drieënveertigjarige leeftijd overleden frontman van Anal Cunt, een grindcoreband die vooral uitblonk in het verzinnen van controversiële en vaak hilarische titels en teksten. Het nummer loopt naadloos over in Purpose, een akoestisch pareltje waarin de geest van Elliott Smith weer lijkt rond te waren. In I’d Like To Be There zingt hij wat spottend over mensen die te pas en te onpas — in de bioscoop, achter het stuur of op de trein bijvoorbeeld — luid in hun gsm praten. “When you’re choking on your blood, I’d like to be there. When they staple shut your tongue, I’d like to be there”, klinkt het sarcastisch. Een gevoel dat ons eerlijk gezegd niet helemaal vreemd is. Unstable is met enkel een gitaar en Crows stem het meest verstilde en ingetogen nummer op de plaat. Tot het na een minuut toch nog even in crescendo gaat. Afsluiter Hangnailed begint met een weerbarstig klinkende drum die even later de steun krijgt van een melodische pianoriedel. Het is een van de nummers op het album die het dichtst bij de songs van Pinback aanleunen.

Rob Crow toont met He Thinks He’s People nog maar eens aan dat hij ook in zijn uppie een fijne plaat ineen kan knutselen. Toegegeven: nergens haalt hij het (hoge) niveau van de back catalogue van Pinback, maar een paar nummers op He Thinks He’s People komen toch aardig in de buurt. En Crows zanglijnen maken veel goed. Hij beschikt over een stem waarvoor het adjectief ‘zoetgevooisd’ wel lijkt uitgevonden, een zangorgaan dat vooral gemaakt lijkt om slaapliedjes mee ten berde te brengen.

Al bij al is He Thinks He’s People dus geen slechte plaat, maar de chemie die ontstaat als Crow samenwerkt met Zach Smith ontbreekt. Je zou het kunnen vergelijken met de soloplaten die pakweg John Lennon en Paul McCartney maakten na het scheiden van The Beatles. Helemaal niet slecht maar nog niet half zo goed als de platen die ze samen fabriceerden. Om het met een huizenhoog cliché te zeggen: één plus één is drie. Het wordt dus vooral uitkijken naar het nieuwe album van Pinback dat komend voorjaar uitkomt. In afwachting daarvan is He Thinks He’s People voor de fans van Pinback wel alweer een mooie zoethouder.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

6 + 18 =