Laura Marling :: A Creature I Don’t Know

V2, 2011

In de drie voorgaande jaren dook Laura Marling
geregeld op in de eindejaarslijstjes van een aantal recensenten.
Een teken aan de wand? Het bleek niet enkel een bescheiden bewijs
van kwaliteit, maar eveneens een signaal dat Laura Marling een van
de meest productieve artiesten van het moment was. Het debuutalbum
Alas I Cannot
Swim’
heeft nog maar net de kaap van drie jaar overschreden,
wanneer de jonge singer-songwriter al haar derde album uitbrengt.
Neem het van ons aan: bij de jaarwisseling duikt ‘A Creature I
Don’t Know’ op in de vertrouwde lijstjes.

Waaraan heeft ze haar succes te danken? Misschien is het de
jonge leeftijd, slechts tweeëntwintig lentes, die in Marlings
voordeel spreekt. Of is de oorzaak eerder te vinden bij de
folkrevival van de voorbije jaren. Hoe dan ook, Laura Marling is
geen doorsnee singer-songwriter. Ze houdt van Perzische poëzie
(denk aan de albumtitel ‘Alas I Cannot Swim’), ze raakte als klein
kind al vergroeid met haar akoestisch snaarinstrument en ze had het
geluk om zowel bij Noah and the Whale als Mumford and Sons de
knepen van het vak te leren. Dat kan tellen.

‘A Creature I Don’t Know’ rekent volgens haar af met de donkere
kant in iedere mens. In praktijk raken wij echter vooral bedwelmd
door de schoonheid van haar melodieuze lyriek. Een handvol citaten
zou nauwelijks volstaan om de rijkdom en maturiteit in haar teksten
te illustreren. Niettemin een bescheiden poging. “I don’t stand for
the devil / I don’t whisper in his ears / I stand on mountains and
call people to hear” (‘Night after Night) en “Calling my Egyptian
blood to bear me flowers” (‘The Beast’) suggereren dat de twintiger
op haar eigen manier naar de wereld kijkt.

Dat vertaalt zich in tien nummers die van begin tot eind
evoceren, van sobere akoestische nummers tot bruisende folkmuziek.
Vooral de fijngevoelige omwentelingen in de muziek, ontlokt door
een simpele gitaarslag of een begeleidingsinstrument op de
achtergrond, zorgen voor subtiel vuurwerk. ‘The Muse’ heeft op dat
vlak alles in huis: het verglijdt heerlijk en spontaan in een
uptempo swingnummer. De begeleiding, meer bepaald de banjo en de
piano, maken het plaatje af. Daarentegen valt ‘I Was Just a Card’
eerder op door het geregeld afwisselen van tempo, een opeenvolging
van bewegingen die wordt ingeleid door Marlings gitaarspel.

Enkel iets vertellen over de teksten of muziek zou de vocale
kwaliteiten van Marling oneer aandoen. Haar stem lijkt ouderdom
geërfd te hebben, wat de piepjonge zangeres heeft opgezadeld met
een geluid dat past bij een vrouw in de herfst van haar leven. Toch
heeft ze een zachte articulatie en klinkt ze allesbehalve
uitgeblust. Marling valt ergens tussen Madeleine Peyroux en
Norah Jones in
te delen, al doet ze volstrekt haar eigen ding.

Met haar sterk verhalende teksten lijkt ze niet enkel een
autobiografisch verhaal te schetsen, maar ook de luisteraar fel in
haar leven te betrekken. “Those of use who are lost and low / I
know how you feel.” Weinig artiesten slagen erin om zulke empathie
in hun muziek te verwerken. Vooral bij ‘Don’t Ask Me Why’ en
‘Salinas’ (die melodisch met elkaar zijn verbonden) is die
achterliggende gedachte voelbaar aanwezig. Het zorgt ervoor dat de
twee nummers er zowel inhoudelijk als muzikaal bovenuit steken.
Banjo en elektrische gitaar dringen slechts subtiel door, en voelen
minder opdringerig aan dan bij pakweg Mumford and Sons.

Marling heeft van haar vader (een muziekleerkracht) een gedegen
muziekopvoeding gehad en dat weerspiegelt zich in de constructie
van haar composities. Het openingsgedeelte van ‘Night after Night’
bestaat uit een klassieke bas- en melodiestructuur, die perfect
kadert in het autobiografische karakter van het album (“My love is
driven by rage” / “Leave you instead of deceive you”).

Bij ‘The Beast’ werkt ze bijvoorbeeld met barré’s, om op die
manier makkelijk te kunnen glijden tussen de verschillende
akkoorden. In het refrein zit een pittig stukje rock verwerkt, dat
fantastisch contrasteert met het zachtaardige openingsstuk. “And
here comes the beast.” Laura Marling op haar donkerst.

Verder raken we serieus opgetild door het beweeglijke ritme in
‘My Friends’. De krachtige aanslagen op de metalen gitaarsnaren,
het wauwelende koor (in positieve zin) en het vurige banjospel
laten het nummer in een groots spektakel uitmonden. Toch is het
eerder een openlijke liefdesverklaring als ‘Rest in the Bed of my
Bones’ die ons een emotionele mokerslag bezorgt. De ietwat hese
stem en het fantasierijke muzikale decor zorgen voor de
doorslaggevende tik.

‘A Creature I Don’t Know’ zadelt ons niet op met angst voor het
donkere beest. Laura Marling bevestigt gewoon opnieuw dat ze de
crème de la crème van een nieuwe generatie folkartiesten is.
Emotioneel bevlogen, en dat op zo’n jonge leeftijd. Een spitse pijl
door het hart en voorgoed veroverd door Marling.

http://www.lauramarling.com

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × twee =