The Trip

Nog niet zo lang geleden deed er op YouTube en
Facebook een clipje de ronde waarin acteurs Steve Coogan en Rob
Brydon te zien waren, die elkaar in een restaurant probeerden te
overtroeven met een Michael Caine-imitatie. Toen ik dat vijf
minuten lange staaltje van nerdy haantjesgedrag voor het
eerst zag, vond ik het hilarisch (en je kan moeilijk ontkennen dat
Brydons nasale “You were only supposed to blow the bloody doors
off!”
werkelijk perfect getroffen is). Maar dat wil nog niet
zeggen dat je die sketch probleemloos kan uitrekken tot een film
van 107 minuten. Nochtans is dat exact wat Michael Winterbottom
heeft gedaan met ‘The Trip’, een nieuwe reis doorheen de
metafictie, na ’24 Hour Party People’ en vooral ‘Tristram Shandy: A
Cock and Bull Story’ – wellicht niet toevallig ook allebei films
met Coogan in de hoofdrol.

Coogan en Brydon spelen gefictionaliseerde versies
van zichzelf in deze minimalistisch opgevatte road movie.
Coogan heeft van een tijdschrift de kans gekregen om een week lang
de meest prestigieuze restaurants van het Lake District te bezoeken
en er achteraf een artikel over te schrijven. Aanvankelijk wil hij
zijn Amerikaanse vriendin meenemen, tot zij beslist dat ze “een
break wil nemen van de relatie”. Bijgevolg nodigt de
acteur dan maar zijn collega en sort-of vriend Brydon mee.
Gedurende de week die daarop volgt, zien we de twee mannen urenlang
in een auto zitten, eten in pretentieuze restaurants waar de obers
een uitleg van een half uur moeten geven opdat je zou begrijpen wat
er op je bord ligt, en tussendoor flirten met plaatselijke
schones.

En terwijl ze dat alles doen, praten ze. Eindeloos,
en meestal over niet veel bijzonders. De twee mannen worden hier
geportretteerd als grote kinderen, die eindeloos competitief zijn
in alles wat ze doen. Ze proberen continu elkaars carrière te
kleineren, scheppen een passief-agressief genoegen in de gefaalde
relaties van de andere, en maken voor het overige van alles, maar
dan ook alles wat ze kunnen bedenken, een pissing contest.
Wie kan er het beste zingen? Wie heeft er het meeste succes? Wie
slaapt er in de grootste hotelkamer? Wie krijgt de breedste
glimlach van de receptioniste? Wie kent er het meeste over voedsel,
wijn, films, muziek, televisie? En vooral ook: wie doet er de beste
imitaties van bekende acteurs? Naast de Michael Caine-scène die in
afzondering de ronde van de sociale netwerken deed (Michael Caine
wordt trouwens minstens drie keer aangehaald in de film), krijgen
we ook nog een degelijke Woody Allen, een uitstekende Alec
Guinness, een middelmatige Al Pacino, een grappige Anthony Hopkins
en een mislukte Dustin Hoffman. Oh ja, en Hugh Grant doen ze ook
nog na. En waarschijnlijk nog een stuk of tweehonderd anderen die
ik alweer vergeten ben.

Op zichzelf bekeken zijn die scènes best wel
grappig. YouTube is in zekere zin het perfecte format voor wat
Coogan en Brydon hier doen. Maak er een internet-reeks van, met
korte webisodes van 5 à 10 minuten waarin je de twee
mannen gewoon tegenover elkaar zet om elkaar door de mangel te
halen. Dat zou kunnen werken. En inderdaad, de film begon het leven
als een zesdelige tv-reeks, die nu opnieuw gemonteerd werd.
Misschien dat het in porties van 30 minuten nog wel wilde lukken,
maar in filmvorm weegt het te licht. Oh, natuurlijk is er wel een
thema: we zien hier twee mannen van middelbare leeftijd, waarvan er
één relatief gelukkig lijkt (Brydon heeft thuis een vrouw en een
baby die op hem wachten) en de ander fundamenteel teleurgesteld is
in zijn leven. Coogans vriendin is gaan lopen, hij heeft een
slechte relatie met zijn kinderen en zijn carrière loopt ook al
niet zoals hij gehoopt had. En dus probeert hij dat maar te
compenseren door Brydon telkens opnieuw te overtroeven. Sporadisch
zien we kleine momentjes van oprechte tristesse doorheen
de oppervlakte van de film breken. Wanneer Coogan naar zijn zoon
belt, zien we plots een glashelder beeld van een man die het goed
voor heeft met zijn kind, maar simpelweg geen vaderfiguur is. En
hij beseft het zelf ook – precies daarom wil hij op elk ander
onbetekenend gebied de beste zijn.

Dat is op zich geen slecht thema voor een film,
maar de verhaalstructuur van de prent – of het gebrek daaraan –
zorgt ervoor dat het nooit ergens naartoe kan gaan. In de praktijk
worden ongeveer 90 van die 107 minuten gevuld met de twee mannen
die tegen elkaar op zitten te kwekken, in kibbelende, schijnbaar
geïmproviseerde dialogen die soms zeer geestig zijn, soms gewoon
nergens naartoe gaan, maar bovenal eindeloos in herhaling vallen.
No kidding, tegen de tijd dat Brydon voor de vijftigste
keer zijn litanie aan imitaties afvuurt, ben je klaar om hem te
wurgen.

Natuurlijk heeft geen enkele film de verplichting
om in de traditionele val te trappen van tranerige monologen over
Mijn Diepste Emoties, gevolgd door een Hollywoodiaanse loutering
van heb-ik-jou-daar. Winterbottom en co willen die conventionele
structuren van zich afgooien, wat allemaal goed en wel is – maar
dan moeten ze daar wel iets tegenover zetten. ‘The Trip’ gaat – een
beetje – over de midlifecrisis van een acteur die zijn kans heeft
gemist om echt door te breken, en nu het één noch het ander heeft:
geen carrière, maar ook geen gezinsleven. Maar oneindig veel meer
dan dat, gaat het over haantjesgedrag, een eindeloze wedstrijd
“wie-heeft-er-de-langste”. En dat blijft gewoon geen twee uur lang
interessant. Wanneer Winterbottom tijdens de laatste minuten alsnog
probeert enige pathos te wringen uit de terugkeer van de twee
mannen – Brydon naar zijn gezin, Coogan naar een lege flat – is het
dan ook geen wonder dat die pogingen dood in het water vallen. De
regisseur heeft immers net zijn hele film lang het publiek zitten
influisteren dat ze het allemaal niet serieus moeten nemen.

Niettemin alle respect voor Coogan en Brydon, die
hier, overeenkomstig met de stijl van de film, eigenlijk de hele
tijd spottende imitaties van zichzelf geven. Zonder zich zorgen te
maken over hun imago, zetten ze zichzelf vrolijk te kijk, en hun
dialogen hebben een perfect ritme, alsof je naar twee tennissers
zit te kijken die hun verbale balletje eindeloos in de lucht kunnen
houden. Alleen jammer dat er niemand was om tussen de bedrijven
door de match ook effectief te jureren.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × 4 =