Philomena

Elf jaar na The Magdalene Sisters is het blijkbaar nog eens tijd om iedereen eraan te herinneren wat voor gruweldaden er zich vijf decennia geleden afspeelden in de Ierse kloosters of zogenaamde Magdalene Asylums. Sinds de vroege 18de eeuw zorgden deze aartsconservatieve instituten ervoor dat “gevallen vrouwen” (in theorie vrouwen die hadden ‘gezondigd’, maar in de praktijk kwamen ook verkrachte of gewoon flirtzieke meisjes hier terecht) konden boeten voor hun misstappen door slavenarbeid en strikte opsluiting. Hetzelfde lot onderging Philomena Lee, een Iers meisje dat in 1952 ongewenst zwanger raakte en onder werd gebracht in het klooster van Roscrea. Acteur Steve Coogan en scenarist Jeff Pope besloten de gebeurtenissen rond Philomena Lee, gebaseerd op het boek “The Lost Child of Philomena Lee: A mother, Her son and A Fifty-year Search”, te bewerken voor het witte doek en lieten de regie over aan Stephen Frears, die eerder al verantwoordelijk was voor The Queen en Tamara Drewe. Het resultaat van deze samenwerking is een soms aangrijpende speurtocht naar het verleden die ook parallellen durft trekken naar het heden.

Philomena Lee (Judi Dench) beviel dus in de jaren vijftig in het Ierse klooster van Roscrea van haar zoontje Anthony. Onder strikte hoede van de hardvochtige zusters verzorgde ze hem vervolgens nog enkele jaren, terwijl ze onbetaalde arbeid verrichtte in het klooster. Tot Anthony op een dag geadopteerd wordt door een Amerikaans koppel en Philomena alleen hulpeloos kan toekijken. Door een aangekweekt gevoel van grenzenloze schaamte en de weerstand van het klooster komt de zaak in de doofpot terecht tot ze – decennia later – haar mond voorbijpraat tegen haar dochter. De net ontslagen journalist Martin Sixsmith (Coogan) krijgt het verhaal te horen en besluit het onder handen te nemen. Wat volgt is de zoektocht van twee compleet verschillende personen – enerzijds een wrange en realistische journalist en anderzijds de lieflijke Philomena, die rotsvast is blijven geloven in God en de goedheid van de kerk.

Philomena is typisch zo’n film waarin voornamelijk het uitzonderlijk acteerwerk moet zorgen voor de meerwaarde van wat uiteindelijk een gedramatiseerd fait divers is. Het verhaal is op zichzelf immers niet zo opzienbarend: de film is een combinatie van een dramatische crowdpleaser en een licht kritisch statement, met het thema “vergiffenis” in een centrale rol. Niet bepaald ongezien materiaal, maar Brits icoon Judi Dench is moeiteloos memorabel als Philomena Lee en trekt de film op haar eentje naar een hoger niveau.

Stephen Frears zoekt met Philomena, niet voor de eerste keer, een mix van genres op. Het is een roadtrip-film (we krijgen prachtige panorama’s te zien van het Ierse platteland, maar ook van Britse steden en Washington), een zoektocht naar het onbekende, een komedie én een aangrijpend drama. Als kers op de taart krijg je bij gelegenheid ook morele vraagstukken voorgeschoteld, waarbij Frears je als kijker de ruimte geeft om ermee te doen wat je wil. Uiteindelijk gaat de film voor een groot deel over de clash in levensstijlen tussen een bittere atheïst die toevallig in contact komt met een gelovig, zeventigjarig vrouwtje, maar geïntrigeerd raakt door haar verhaal en haar wens om haar verloren zoon te ontmoeten. Frears moraliseert noch demoniseert, maar dwingt ons om zelf een beslissing te maken tussen de verschillende levensvisies van de personages. Wat volgt is een ontdekkingsreis met een onverwacht ontnuchterend einde.

Philomena walst probleemloos voorbij het grootste deel van de verraderlijke valkuilen die het dramatische genre met zich meebrengt: Frears vervalt nooit in clichés of archetypes (“Who are the good guys and who are the bad guys?” zoals Martins redactiehoofd het stelt) en hij kiest ook niet voor een conventioneel slotstuk. Judi Dench vertolkt de rol van Philomena zonder ooit haar toevlucht te nemen tot oppervlakkige “oude mevrouwtjes”-clichés. Deze Britse vaste waarde is de laatste jaren misschien wat té bekend geworden voor haar matriarchale rollen, zoals “M” in de Bond-films, maar toont in Philomena dat ze als actrice veel meer kan – dit is een dame die veertig jaar geleden al avond aan avond Shakespeare-opvoeringen stond te spelen waar ze nu nòg van spreken.

Af en toe zit er wel een uitschuiver in de film, zoals Philomena’s ellenlange uiteenzetting over de inhoud van een stationsromannetje dat ze gelezen heeft, waar Frears aan het einde van de film dan naar teruggrijpt om te tonen dat ze – wat er ook gebeurt – dezelfde persoonlijkheid blijft die we hebben leren kennen aan het begin van de film: eenvoudig, maar met een eigen persoonlijkheid en eigen willetje. Iemand die niet terugdeinst voor de (soms) lompe of radicale Sixsmith en best haar mannetje kan staan gedurende de hele queeste.

De soundtrack van Alexandre Desplat speelt sterk in op de terugkeer naar het verleden van de personages, met pittoresk aandoende melodieën die ons opschepen met een nostalgisch gevoel dat we de rest van de film niet meer van ons kunnen afschudden: bij momenten confronterend, hard en tiranniek, maar ook hoopvol, verlangend en zeer menselijk.

Philomena is een typisch Brits drama zoals het moet zijn: charmant, maar met de nodige dosis puriteinse ernst rond de twijfelachtige moraal die heel Engeland en Ierland overheerste en (later) vele levens overhoop gehaald heeft. Het verhaal voelt op zichzelf misschien iets te vertrouwd aan, maar het wordt goed verteld en vergeet niet om regelmatig te knipogen naar het heden, door te verwijzen naar de strenge traditie van het Iers katholicisme en de conservatieve ideeën rond homoseksualiteit in de V.S. Maak tussen de grote award-films van het moment dus zeker even tijd om dit kleinood mee te pikken. Het is de moeite.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 + 14 =