Submarine

‘t Is altijd uitkijken geblazen wanneer acteurs
beginnen te regisseren – zeker als het sitcomacteurs zijn, omdat
die nogal snel de neiging hebben om van hun films uitgebreide
versies te maken van wat ze eerder al jaren lang op tv hebben
gedaan. Denk maar aan de regiecarrière van Ricky Gervais.
Uitstekende komiek, goede acteur, schitterende schrijver – maar het
echt doen swingen achter de camera, dat lukt niet. Het blijft tv,
maar dan in een iets langer format. Niet zo voor Richard Ayoade,
die bekend werd in de zeer geestige Britcom ‘The IT
Crowd’. Zijn debuutfilm ‘Submarine’ is een quirky coming of
age-
verhaal dat zich net iets te makkelijk laat omschrijven
als een Welshe versie van Wes Andersons ‘Rushmore’, maar het is wel
volwaardige cinema, gemaakt met visuele inventiviteit, narratieve
schwung en bovenal ongelooflijk veel
goesting.

Craig Roberts kanaliseert een jongere Joseph Gordon
Levitt in zijn rol als Oliver Tate, een vijftienjarige puber die de
wereld om zich heen observeert met een gortdroog, cynisch gevoel
voor humor (op een bepaald moment schrijft hij een handleiding voor
een gepeste klasgenoot: “Hoe overleef ik de middelbare school”).
Maar ondertussen is hij wel ten prooi aan dezelfde problemen en
onzekerheden als al zijn leeftijdsgenoten. In casu: hij wil
wanhopig zijn vriendinnetje Jordana (Yasmin Paige) binnendoen, en
is bezorgd dat zijn ouders (Noah Taylor en Sally Hawkins) op het
punt van een echtscheiding staan (het licht in hun kamer heeft al
zeven maanden lang niet op de sluimerstand gestaan). De wrevels
tussen zijn ouwelui worden op de spits gedreven wanneer Graham
(Paddy Considine) naast de deur komt wonen, een oude vlam van zijn
moeder die tegenwoordig zweverige zelfhulplessen geeft, waarin hij
praat over het derde oog en aurakleuren.

Het principe van ‘Submarine’ is dus absoluut niet
nieuw. In navolging van Amerikaanse vroegrijpe tieners als Max
Fisher en Juno, is Oliver iemand die wel over intelligentie en een
absurd scherpe tong beschikt, maar met al dat emotioneel wel nog
steeds een kind is. En het is uit die tegenstelling dat de film
veel van zijn humor haalt. Neem nu een scène waarin Oliver Jordana
bij hem thuis heeft uitgenodigd, in de hoop haar in zijn bed te
krijgen. Hij heeft kaarsjes aangestoken, bloemen klaargezet en
zichzelf in een te groot uitziend pak gehesen (allicht één van zijn
vader). Een onwennige puber die te hard probeert, niet meer en niet
minder. Maar zijn dialogen leveren een scherp contrast met die
naïviteit (“dank je dat ik je lichaam mag verkennen”), en hoe meer
Oliver op die manier wordt onthuld als een goedbedoelende poseur,
hoe sympathieker en grappiger hij wordt.

Met dat alles bevinden we ons dus stevig in Wes
Anderson-land. Net als Anderson, gaat Ayoade zijn inspiratie zoeken
bij de Franse nouvelle vague, met jump cuts,
dromerige montages op popliedjes, voice over, droomsequensen en ga
zo maar door. Die aanpak zorgt er op zijn minst voor dat de film
zich overtuigend loswrikt van de televisie-esthetiek: ‘Submarine’
is een gestileerde prent, met camerabewegingen, montagetrucs en
zelfs een geluidsdesign die de aandacht resoluut op zichzelf
vestigen. Het is allemaal erg leuk om naar te kijken, alleen laten
de invloeden van de regisseur zich net iets te duidelijk
gelden.

De personages laten zich, althans op het eerste
zicht, definiëren door hun excentriciteiten. Olivers vader is een
zeebioloog die meer afweet van vissen dan van mensen; wanneer hij
hoort dat zijn zoon een vriendinnetje heeft, maakt hij alvast een
mixed tape voor hem met liedjes voor elk stadium van de
relatie, inclusief het einde ervan. Tot zover zijn sociale
vaardigheden. Sally Hawkins speelt de moeder dan weer als een
emotioneel geconstipeerde dame, die met haar keurige kapsel en
onnatuurlijk rechte houding (let er maar eens op hoe ze zelfs in
een sofa nooit tegen de rugleuning gaat zitten) het perfecte
keurige vrouwtje uit het Tatcher-tijdperk lijkt, maar anderzijds
wel geen spier vertrekt wanneer haar zoon haar zegt: “Maak je geen
zorgen, ik gebruik altijd een condoom.” Aan elk personage is wel
een hoek af, en die reflex om alle figuren uit je film
“om-ter-raarst” te maken, doet – net als de visuele stijl – ook
weer net iets té nadrukkelijk denken aan ‘Rushmore’ en ‘The Royal
Tenenbaums’.

De vraag bij dit soort films is echter altijd of de
regisseur ook een emotionele kern weet te vinden in het verhaal,
die dieper reikt dan de eigenaardigheden van de personages. En het
is daar dat ‘Submarine’ wél uitstekend scoort. De relatie tussen
Oliver en Jordana ontwikkelt zich zowaar tot één van de schattigste
kalverliefdes die we de laatste jaren in een cinema hebben gezien.
Ze staan allebei zodanig sarcastisch in hun leven, dat de
verhaallijn nooit het risico loopt om zoetsappig te worden (één van
hun favoriete bezigheden is dingen in brand te steken, inclusief de
haartjes op Olivers benen). Maar toch is er een voelbare
chemistry tussen de personages, die er voor zorgt dat je
hoopt dat ze bij elkaar zullen blijven. En ook de plotlijn rond de
ouders van Oliver levert een paar prachtige momentjes op. Een
man-to-man praatje tussen Oliver en zijn vader, waarin
zijn ouweheer toegeeft dat hij zich af en toe ook wel eens
down voelt (dichter bij een emotionele ontlading raakt de
sukkelaar nooit), is een mooi, subtiel straaltje oprechte
gevoeligheid. ‘Submarine’ is méér dan een oppervlakkige collectie
excentriciteiten. Teruggevoerd tot zijn essentie, is het een mooie
rite de passage van een twijfelende puber – wat geen
bijster vernieuwende essentie is, akkoord, maar wel één die met
veel integriteit wordt behandeld.

De acteurs helpen. Craig Roberts en Yasmin Paige
spelen hun rollen allebei met een gortdroog stoïcisme, waar dan op
gezette tijden wat emoties doorheen mogen schijnen. Maar onder die
onbewogenheid en dat uiterlijke cynisme, zie je wel steeds beter
het gevoelsleven van de personages tevoorschijn komen. Noah Taylor
en Sally Hawkins zijn pitch perfect als gefrustreerd
echtpaar, terwijl Paddy Considine er bewust een stuk over gaat als
charlataneske zelfhulpgoeroe. Het is de platste rol die er
tussenzit, maar hij wordt amusant gespeeld.

‘Submarine’ heeft dus een beetje te lijden aan een
déjà-vu gevoel. Maar goed, het is nu ook niet dat dit soort
coming of age-films elke week uitkomen, en de scherpe
regie, samen met de geslaagde humor en de trefzekere emotionele
laag, zorgen ervoor dat de film de grijze middenmaat moeiteloos
overstijgt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

14 − een =