Horrible Bosses

Al bij al is er niets mis met een goede,
schaamteloze komedie op zijn tijd. Het hoeven immers niet altijd
loodzware drama’s als ‘Schindler’s List’ of ‘Taxi Driver’ te zijn.
Maar de eerlijkheid gebiedt ons te zeggen dat de François De
Keersmaecker in ons de laatste vijftien jaar niet al te vaak is
mogen buitenkomen. Met momenten leek het wel alsof de Coens er op
hun eentje voor moesten zorgen dat er nog eens een welgemeende lach
op ons gezicht kwam, en dat enkel films als ‘The Big Lebowski’ en
‘Burn After Reading’ ons even konden doen vergeten dat ‘grappig’
een term was die met een onterecht gemak werd geassocieerd bij alle
Scary Movies, Big Momma’s Houses en Adam Sandler-vehikels (op
‘Punch-Drunk Love’ na) die elkaar met een ongeziene en vooral
onverantwoorde snelheid in de bioscoop opvolgden. Tot daar ‘The
Hangover’ was: een film met een concept waarin evenveel eenvoud als
humor schuilt, en die misschien niet meteen tot hoogstaande cinema
gerekend mag worden, maar daarom nog niet minder komisch was.

En we waren (voor één keer) duidelijk niet de
enigen die dat vonden: de film over een uit de hand gelopen
vrijgezellenfeestje bracht zomaar even 470 miljoen dollar in het
laatje, wat in Hollywood vaak zoveel betekent als een signaal om de
uitmelking van het bromanceconcept te beginnen. Nadat
eerder dit jaar ‘The Hangover Part II’ en ‘Bridesmaids’ (de
vrouwelijke variant) echter op kritisch gebied tegen de lamp
liepen, is er nu ‘Horrible Bosses’. Deze in de VS wederom
ongelooflijk populaire prent gaat over Nick (Jason Bateman), Kurt
(Jason Sudeikis) en Dale (Charlie Day), drie boezemvrienden die
geteisterd worden door hun vreselijke bazen, respectievelijk een
Slave Driving Psycho (Kevin Spacey), een Dipshit
Cokehead
(Colin Farrell) en een Sex Crazed Maneater
(Jennifer Aniston). Aangezien het in het Amerika van tegenwoordig
niet echt fijn vertoeven is op de arbeidsmarkt, besluiten ze na een
avond op café om hun bazen maar meteen een kopje kleiner te maken,
al dan niet met de hulp van ‘Motherfucker’ Jones (Jamie Foxx). En
dat leidt natuurlijk tot zogenaamd ‘grappige’ situaties.

Toegegeven, het zou wat kort door de bocht en wel
ongelooflijk cynisch zijn mochten we beweren dat we nooit hebben
moeten lachen met ‘Horrible Bosses’. Vooral Jason Bateman, die als
meest serieuze van de drie bros zijn rol als Michael Bluth
uit ‘Arrested Development’ (hilarische serie – vind de dvd, en rap
een beetje!) nog eens dunnetjes mag overdoen, kan wel bekoren –
geweldig is de scène waarin hij zich moet verantwoorden voor een
snelheidsovertreding. De komische timing die Bateman echter heeft
opgebouwd in ‘Arrested Development’, is ver te zoeken bij de andere
twee hoofdrolspelers: vooral Day, met een stevige neiging tot
overacting en een constant roepende stem waarvan het gewoon
vermoeiend is om ze te beluisteren (Annemie Struyf blijft hem op
dat gebied maar net de baas) stoort mateloos. En van Jason Sudeikis
(‘Hall Pass’) is het gewoon moeilijk te geloven dat hij de ene na
de andere blondine in zijn bed praat.

Het is op zich al moeilijk om een goede film te
maken als tweederde van je hoofdcast de kijker vooral op de zenuwen
werkt, maar als ook je sidekicks stuk voor stuk
tegensteken, wordt het simpelweg een mission: impossible.
Het is vooral jammer dat de gruwelijk bazen meteen een hokje
gestoken worden, zo gauw ze voor de eerste keer in beeld komen (als
slave driving psycho‘ enz…) en dat hen nooit de kans
wordt gegeven om daaruit te komen, wat elk van hun acties
ongelooflijk voorspelbaar maakt. Er is niets grappigs of leuks aan
als la Aniston Sudeikis vogelt – we hebben haar vanaf
minuut 1 immers leren kennen als een ‘sex crazed
maneater
.’ En personages die aan zo’n letterlijke
karakterisering vastgebonden hangen, daar kan een acteur ook niets
mee aanvangen: Jennifer Aniston loopt dan ook vooral vrouwelijk,
halfnaakt en bijzonder cliché te wezen, Kevin Spacey zet een saaie,
routineuze eikel neer, en in de vijf minuten schermtijd die Colin
Farrell krijgt, heeft hij amper tijd om een dipshit
cokehead
te tonen.

Tot overmaat van ramp rammelt het scenario van
‘Horrible Bosses’ aan alle kanten. Er zijn een hoop scènes die
niets aan het scenario toevoegen – wat niet eens dramatisch zou
zijn, als ze nog enigszins grappig waren. Als onze drie
compadres denken een huurmoordenaar te hebben gevonden en
het blijkt om een ‘wet worker‘ te gaan – een man die op
andere mannen pist voor geld – is het verhaal geen meter vooruit
gegaan, en ben je net getuige geweest van een portie humor die zo
plat is dat je ze kan faxen. Op het einde voelen regisseur Seth
Gordon en zijn scenaristen alsnog de drang om de spanning op te
drijven door een cliffhanger te gebruiken, die er
eigenlijk helemaal geen is, omdat hij één minuut later wordt
ontkracht door een wel erg bij de haren gesleurde verhaaltechnische
ingreep. En om het allemaal nog wat erger te maken, wordt het
happy end – waar we op zich niets op tegen hebben, het
blijft een komedie – hier wel erg geforceerd.

Zo nu en dan verschijnt er wel een guilty
pleasure
-lachje op je gezicht, maar die zijn veel te zeldzaam
om van een geslaagde komedie te kunnen spreken. Het gros van alle
moppen is immers te plat en heeft een te hoog been there, done
that
-gehalte om je enigszins te kunnen verrassen of überhaupt
grappig te zijn. Behind the scenes-beelden die over de
eindaftiteling wordt gemonteerd, leveren nog de leukste momenten.
Bateman die bijvoorbeeld opmerkt dat de quote ‘I like to bend
her over a barrel and show her the fifty states
‘ niet uit een
film komt, waarop Sudeikis in de camera opmerkt dat dat nu wel het
geval is (de quote komt voor in de film) wist bij ons een laatste
lachje wist af te dwingen. Maar dat zegt meer over het niveau van
de film dan over dat van de mop.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 − achttien =