Madeleine Peyroux :: Standing On The Rooftop

Toen in 1996 ‘Dreamland’ verscheen, had de pers een dikke kluif
aan het stemgeluid van Madeleine Peyroux. Een
jonge twintiger die klonk als een oudere mogelijks zwarte zangeres.
Billie Holiday en Bessie Smith werden aangehaald als
vergelijkingen. Peyroux was hot en ‘Dreamland’ keerde eind
’96 terug in menig eindejaarslijstje. En toen verdween ze. Acht
jaar later verscheen ‘Careless Love’, opnieuw werd ze bejubeld.
‘Half The Perfect World’ volgde, ‘Bare Bones’ verscheen nog wat
later, en nu is er haar vijfde solo-cd. 15 nummers en net geen uur
lang, pure onversneden jazzy blues, een mens wordt er meteen
vrolijk en melancholisch tegelijk van.

Na drie cd’s met Larry Klein (vooral bekend van
Joni Mitchell) gewerkt te hebben, vinden we hier Craig Street terug
als producer. Street is in de jazzwereld een monument en hielp
eerder al Norah
Jones
(‘Come Away With Me’), Cassandra Wilson
(‘Blue Light Till Dawn’ & ‘New Moon Daughter’) en k.d. lang
(‘Drag’) aan hun pièce de résistance. Maar ook de
muzikanten waarmee ze zich omringt, zijn stuk voor stuk artiesten
die hun pluimen al lang verdiend hebben: Marc Ribot (waarmee ze al
jaren samen werkt en bekend van onder andere Elvis Costello en
Tom Waits) is
de gitarist van dienst, Me’shell Ndegecello (bekend van haar
eigenste zelve), Jenny Scheinman (vaakgevraagde violiste oa bij
Aretha Franklin, Lou Reed en Lucinda Williams) en
Allen Toussaint (sinds de jaren ’60 een Naam -yup mét hoofdletter-
in de jazz).

Madeleine Peyroux schreef het grootste deel van de nummers in
samenwerking met een co-writer, waarbij vooral ex-Rolling Stone
Bill Wyman opvalt. Samen schreven ze het aanstekelijke ‘The Kind
You Can’t Afford’, een rustig voortkabbelende sneer naar de Paris
Hiltons van deze wereld. Ze werkten eveneens samen voor ‘Leaving
Home Again’, een zalige jazzballade die echter ietsje minder cliché
mocht zijn. Hetzelfde geldt voor ‘Fickle Dove’, ‘The Party Oughta
Be Comin’ Soon’, ‘Ophelia’ en ‘The Way Of All Things’, nummers die
je meevoeren naar een jazzclub, nummers waar niets op aan te merken
is, behalve dan gebrek aan experiment.

Experiment vinden we wel terug in het samen met Scheinman
geschreven ‘The Things I’ve Seen Today’, waar Peyroux spaarzaam
zingt en een nummer dat de sfeer van een oude westernsaloon
oproept. Ook het titelnummer evoceert een filmlandschap, in dit
geval een broeierig hete grootstad, skyscrapers die in de warmte
dansen en vogels die niet willen vliegen. Je wordt er zowaar loom
van, maar dan positief loom! De W.H. Auden tekst op muziek gezet
door Marc Ribot ‘Lay Your Sleeping Head, My Love’ is het soort
slaaplied waarvan je niet gaat slapen, maar verlangen naar meer. De
Beatlescover ‘Martha My Dear’ is dan weer zachte
frontporch liefdeslyriek met een twist.

De hoogtepunten zitten haast allemaal op het einde van de cd.
Het met Jonatha Brooke samen geschreven ‘Superhero’ lijkt te zweven
op een bewerkte piano maar gaat dan via drum en gitaar verder in
down to earth vaststelling dat we toch maar menselijk
zijn. ‘Don’t Pick A Fight With A Poet’ is een instant klassieker
dankzij de perfecte instrumentatie en zang die volledig in het
teken van de jazzmelodie staan, en niet andersom. Peyroux schreef
ook enkele nummers op haar eentje en één daarvan is ‘Meet Me In
Rio’. Een halfpop-, halfjazzsong die stranden en palmbomen en brede
banen met snelle auto’s oproept. Peyroux zingt het met een
traagheid die haaks op de sfeer staat, maar geslaagd is het
wel.

Het van Robert Johnson geleende ‘Love In Vain’ is ronduit
geniaal en het absolute hoogtepunt. Het nummer start met wat een
gestoorde accordeon lijkt waarna Peyroux het bluesnummer begint te
zingen maar dan met een echo op haar stem die daar gewoon perfect
gegoten zit. De accordeon gaat nog wat extra kraken, mondharmonica
komt erbij en we zijn opnieuw in een film belandt, deze keer een
treinstation waar een trein met het lief er in vertrekt. De
accordeon is een oude stoomtrein en de mondharmonica the
trainwhistle
, nog wat optrekkende rook en het beeld is
compleet.

Peyroux heeft met ‘Standing On The Rooftop’ een zeer te pruimen
album op de markt gesmeten. Toegegeven, hier en daar mag ze gerust
wat van het traditionele jazz- of bluespad afwijken, maar dat is
eerder een wens dan een noodzakelijk gegeven. Peyroux weet nog
steeds hoe ze de luisteraar een cd lang kan boeien en hoeft al lang
niet meer te teren op al dan niet bestaande gelijkenissen met
zangeressen uit de vorige eeuw. Madeleine Peyroux lijkt haar eigen
stem gevonden te hebben en dat staat haar uitstekend.

http://standingontherooftop.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × een =