Neil Diamond :: The Bang Years 1966-1968

Schrikwekkend of belachelijk hoe Neil Diamond de weg van Johnny Cash op gaat (of wordt gestuurd door huidige en vroegere platenmaatschappijen) in z’n laatste jaren. Beiden gerehabiliteerd door Rick Rubin, waarna ook het oudere materiaal niet meer als rapen maar als parels voor de zwijnen wordt beschouwd.

Credibiliteit vergulden. Aantonen dat Diamond en Cash vroeger ook al de pure songschrijvers waren die wereldsongs uitplopten als een belegen clown pingpongballetjes. Dat doen al die best-ofs, die in het geval van Diamond nog niet postuum zijn — springlevend als hij is: een fan op z’n zeventigste een halve minuut lang binnendoen op het podium, de snoeperd. De waarheid ligt altijd in het midden: in z’n beginjaren schreef Diamond absoluut enkele klassiekers, maar de decennia daarna weekten tekst en arrangementen (en stem) te zeer in amaretto om nog genietbaar te zijn. Een geestesgenoot van pakweg Barbra Streisand. Met een artiestennaam die voor een debutant vandaag alleen in dancing Fabiola nog instemmend gemompel zou opwekken. Staande ovaties zitten er daar echter voor het gros niet meer in.

Maar de beginjaren dus: 1966-1968. De legendarische platenmaatschappij Bang Records, waar onder andere “Brown Eyed Girl” op het groen achter de oren van Van Morrison bloeide, tot die er met slaande deuren vertrok. Net als Diamond een jaar later. Geen hond moest weten van Diamonds songs toen hij bij Bang aanklopte — en terecht, zo vertelt hijzelf anno nu. Tot hij in Jeff Barry en Ellie Greenwich een koppel vond dat vooral in zijn stem geloofde. Daar moesten wel goede songs uit voortkomen. En het koppel (dat onder andere ook achter het fantastische “Be My Baby” van The Ronettes zat, “Da Roo Ron Ron” van The Crystals en zelfs “River Deep Mountain High” van de Turners) haalden die songs uit hem als vroedvrouwen.

Greenwich en Barry filterden de onnozelheden van de prille Diamondsongs minutieus en voorzagen ze van de perfecte arrangementen: nooit te bombastisch (opvallend weinig strijkers voor de Spector-periode), de stem moest centraal staan. De debuutsingle op Bang Records was de zestien karaats klassieker “Solitary Man”, maar de doorbraak kwam er pas echt met het naar Ritchie Valens’ “La Bamba” knipogende “Cherry Cherry”, een song die Diamond zelf nota bene ook nog eens opnam. Dat het even fout klinkt zoals het hier geschreven staat, is op zich al een compliment voor het uitstekende songmateriaal dat Diamond voor de rest op slechts drie jaar tijd vergaarde.

De groepjes die anno nu na zo’n debuutsingle als “Solitary Man” al wegdeemsteren, zijn niet te tellen. Maar Diamond schreef nog een aantal, de perfectie tot een wals uitnodigende, klassiekers: “Girl, You’ll Be A Woman Soon” (met toch wél prachtige strijkers), “I’m A Believer” (dat hij voor The Monkees schreef en pas nadien zelf opnam) en “Red Red Wine” moeten in zijn versies zeker niet onderdoen voor de roemruchte covers later, al zal de snoevende muziekkenner in uw buurt het tegendeel bewijzen. Jammer weliswaar dat Diamond de schabouwelijke UB 40-cover van “Red Red Wine” zelf naspeelt tijdens z’n recentste tour. De karikatuur is dan niet veraf meer, en laat die karikatuur vermijden nu net het opzet van de Diamond-releases van de laatste vijf jaar zijn, inclusief deze. Toch even opmerken dat minder bekende songs als “The Long Way Home”, de blues ademende “The Time Is Now” en “Kentucky Woman” de uniciteit van Diamond toen alleen maar bevestigden. Het zijn pareltjes die een compilatie als deze gerust rechtvaardigen.

Maar lang duurde het droomhuwelijk niet: net als bij Morrison werd het een vechtscheiding. Diamond wilde rustigere, diepere songs maken. Zoals het mooie “Shilo”, waar Bang echter hoofdschuddend op reageerde (maar op deze compilatie wel als slotsong te beluisteren). Diamond probeerde via een achterpoortje onder z’n contract uit te muizen en haalde z’n gelijk na een resem processen. De drie decennia nadien zou hij meer dan honderd miljoen exemplaren verkopen van platen die bij de bomma horen als een duf parfum (“Love On The Rocks”, “You Don’t Bring Me Flowers”). Iets wat bijna vijftig jaar later van z’n debuutjaren absoluut niet gezegd kan worden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 1 =