Poly Styrene :: Generation Indigo

Toen Marianne Joan Elliott-Said in april de strijd tegen borstkanker verloor, was de vloed aan warme overlijdensberichten amper te overzien, al moet er eerlijkheidshalve aan toegevoegd worden dat weinigen iets te zeggen hadden over waar de vrouw zich de voorbij decennia zoal mee bezig hield. Poly Styrene’s verdienste is dan ook vooral de punk van X-Ray Spex en het is maar de vraag in welke mate haar overige werk de vergelijking kan doorstaan.

Niets is immers zo vervelend als met een schijn van objectiviteit te moeten schrijven over iemand die de strijd aangaat met een levensbedreigende ziekte of die strijd net verloren heeft. De eerste albumrecensies die in het thuisland verschenen spraken dan ook, en niet verwonderlijk, over een stilistisch diverse triomf, een laatste wapenfeit dat bewees dat de zangeres haar greep op het tijdsgewricht nog niet verloren was. De Britse muziekpers is doorgaans dan ook zo betrouwbaar als Berlusconi na het snuiven van een paar lijntjes Siciliaans Wit. Die bijzondere omstandigheden, plus het feit dat Styrene meer dan dertig jaar na de dagen dat ze rondliep met beugels en gele kleedjes nog steeds een bijzonder sympathiek en integer mens leek, maakte het misschien dubbel zo moeilijk om de waarheid onder ogen te zien, en dat is dat Generation Indigo een sof is.

Ja, het klopt dat deze plaat erin slaagt om dertig jaar Britse popgeschiedenis samen te vatten in 36 minuten, met wat restjes punk, veel new wave, dub en reggae, elektropop en zelfs een flard shoegaze. Hier en daar krijg je zelfs het gevoel dat ze goed geluisterd heeft naar een figuur als M.I.A., die er zelf nooit geweest zou zijn zonder de verdiensten van Styrene & co. En ja, net zoals Styrene en producer Youth (Killing Joke) alles in het teken van het eclecticisme stellen, zo wordt er ook geen thema uit de weg gegaan, van feminisme (“Kitsch”), de opwarming van de aarde (“White Gold”) en het grootstadsleven (“Thrash City”), tot het artificiële onlinegebeuren (“Virtual Boyfriend”).

Enerzijds staat ze daarmee duidelijk in 2011, maar anderzijds weegt het besef dat hier geprobeerd werd om een zo relevant mogelijke plaat te maken als een log blok op het album. Bovendien zorgt het ervoor dat de helft van de plaat binnen een paar jaar achterhaald is. En hoe goed de bedoelingen wel mogen geweest zijn (en goede bedoelingen zijn iets waar ook wij niet immuun voor zijn), het blijft, de volgeplamuurde sound en kleurrijke aanpak ten spijt, zoeken naar goede songs. Opener “I Luv Ur Sneakers”, over dierenleed vs. de schoenindustrie, is dan een heel vroeg hoogtepunt tussen elektro- en powerpop. “Virtual Friend”, met z’n knipoog naar Blurs “Boys & Girls”, is meteen al een stap achteruit, net als de dubby titeltrack.

Tot daar echter niets dan begrip, maar dat verwatert zodra we belanden bij het stel “White Gold”/ “L.U.V.”, dat verdacht dicht bij Dana International-terrein komt. “Ghoulish” is dan weer een zoutloos Blondie-afleggertje. Om nog maar te zwijgen van de plots opduikende gasten die met hun holle raggakreten de boel komen verzieken en de obligate/gemakzuchtige uitstapjes richting dub/reggae die je in de tweede albumhelft tegenkomt. Ze halen bovendien de energie die nog aanwezig was in de eerste helft volledig onderuit, iets waar zelfs de jachtige clitpunk van “Thrash City” niets aan kan verhelpen. Afsluiter “Electric Blue Monsoon” (een new age gedicht?) zou trouwens zelfs na een uitstekende plaat een domper van jewelste zijn.

Kortom: Generation Indigo mag dan wel een album zijn dat vanop afstand het werk lijkt van een gedreven artieste; meerdere beluisteringen laten echter horen dat het niet veel om het lijf heeft, weinig boeiende songs in de aanbieding heeft en een gebrek aan richting wegstopt achter een muur van geluid, diversiteit en flauwe ingrepen, terwijl het voortdurend z’n relevantie krampachtig blijft benadrukken. Terwijl een ander punkicoon als Joe Strummer er nog in slaagde om kort voor z’n dood een laatste meesterwerk te maken, wordt in Styrene’s geval het laatste wapenfeit best over het hoofd gezien om terug te grijpen naar het werk waarmee ze als twintigjarige de boel op z’n kop zette. Ook wij hadden het graag anders gezien.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twaalf − vier =