Jesse Sykes & The Sweet Hereafter :: Marble Son

Fargo, 2011

Nu de zon overuren draait, kan je maar beter een anti-zomerplaat
bij de hand hebben. Zo’n album dat je de weeë geur van
aftersun en de aanblik van te veel vet in te weinig bikini
eensklaps doet vergeten. Enter ‘Marble Son’, een muzikale
zonsverduistering die alle besef van tijd en plaats een klein uur
doet vervagen. Want wie met Jesse Sykes & The Sweet Hereafter
onder het lover kruipt, komt er gelouterd uit!

Jesse Sykes is zo’n zangeres die geen sigaret nodig heeft om een
rookpluim uit te blazen. Haar androgyne, rokerige stem zet zich als
teer op je ziel vast en infecteert de geest als een sluipend gif.
Geen pakket nicotinepleisters dat er tegenop kan. Met ‘Like, Love, Lust &
The Open Halls Of The Soul
‘ uit 2007 bereikte haar roetzwarte
melancholie een voorlopig hoogtepunt, maar met ‘Marble Son’ legt de
hese sirene de lat Tia Hellebautgewijs nog hoger. Of moeten we
zeggen dieper, want meer dan ooit komen de songs op ‘Marble Son’
als zwavelwolken uit een donkere hellekrocht gekringeld.

Luister maar naar opener ‘Hushed by Devotion’, een tussen
beheerste draf en galop schipperende hengst van een song die 8
minuten lang gitzwarte verstilling aan steigerende countryrock
paart. Denk aan het gekke paard van Neil Young, maar dan rondwarend
in een dampend niemandsland van country noir. Om de impact van die
kathedraal van een song nog te beklemtonen, volgt met het
titelnummer onmiddellijk een atmosferisch miniatuurtje dat
teruggrijpt naar de vorige plaat.

Dat de songs met asbest zijn afgeboord, hoeft door de
samenwerking met Boris en Sunn O))) geen toeval
te heten. Country-adepten hoeven zich echter geen zorgen te maken:
die Southern Lordstempel uit zich namelijk niet in bottenbrekende
drones, maar in de onheilszwangere sfeerschepping waarin dat label
grossiert. ‘Come to Mary’, ‘Servant of Your Vision’ en ‘Your Own
Kind’: het blijven aardse countrysongs, maar dan met een sinister
tafelrandje. En zo speelt Jesse Sykes & The Sweet Hereafter een
plaat lang een bezwerend spel van clair-obscur.

De plaat trekt dan ook als een elegante moloch door het
grensgebied van de sierlijke countrymelodieën van Neil Young’s
‘Harvest Moon’ en Sunn 0)))’s toegankelijkste werk (zie ‘The
Sinking Belle’ op ‘Altar’, samen met Boris). Met ex-lief Phil
Wandscher heeft Sykes dan ook een gitarist in huis die beide genres
naar z’n hand weet te zetten. In de instrumental ‘Weight of Cancer’
tovert de man een sierlijke countrymelodie uit z’n zessnarige
metgezel, maar in het broeierige ‘Ceiling’s High’ schrikt hij er
niet voor terug om z’n gitaar gulpen noise te laten braken.

Met z’n lang uitgesponnen songs die openbloeien als zwarte
dahlia’s is ‘Marble Son’ een erg arbeidsintensieve plaat, maar
nergens slaat de verveling toe. De rit mag dan lang zijn, maar
Sykes en co. houden de teugels strak. Gelukkig maar, want in de
tweede plaathelft zit met het smachtende ‘Birds of Passerine’
misschien wel de mooiste song van het album verstopt. Een harteloze
vlegel wiens ziel niet is leeggezogen na zoveel fatalistische
tristesse.

Kortom, ook ‘Marble Son’ gedijt best in het vale licht van een
eenzame straatlamp na middernacht. Alleen klinken Jesse Sykes en
haar kornuiten nu nog doorleefder, zijn de songs nog straffer en is
de sfeer nog verstikkender. Tel daar nog een sound bij die z’n
vorige huid alweer van zich af werpt zonder de deur naar het
verleden helemaal dicht te trekken en je krijgt een magnum opus
zonder weerga.

http://www.jessesykes.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

dertien + 13 =