Jesse Sykes & The Sweet Hereafter :: Marble Son

Nu Jesse Sykes & The Sweet Hereafter stilaan de feestelijkheden voor z’n tienjarig jubileum mag beginnen voorbereiden, is het mogelijk om een zicht te krijgen op het parcours dat de band heeft afgelegd doorheen vier albums en een paar EP’s. Marble Son sluit het eerste decennium bij momenten verpletterend af.

Veel heeft natuurlijk te maken met de relatieve gedaanteverwisseling die de band onderging. De verschuiving van roestbruin naar gitzwart, die al werd ingezet met Like, Love, Lust And The Open Halls Of The Soul (2007), wordt gewoonweg verder gezet met Marble Son, dat nog verder verwijderd is van de gezapige Americana van de eerste twee platen. De samenwerkingen met Boris en Sunn0))) zitten er ongetwijfeld voor iets tussen (de band trad bijvoorbeeld ook aan op het voorbije Roadburn festival, tussen zwaargewichten uit de doom- en stonerscene). Want ook al kan je hier nergens spreken van avant-metal/doom als zodanig, de sfeer en sound sluiten er wel vaak bij aan. Maar er is natuurlijk meer dan dat nodig om bij deze imposante, in psychedelica gedrenkte cosmic Americana te geraken.

Het opnameproces dat van start ging in 2009 en liep tot een stuk in 2010, was niet vrij van emotionele scharniermomenten. Na een goeie tien jaar samen hadden Sykes en Wandscher besloten om een punt achter hun relatie te zetten. Dat maakte de verdere samenwerking vermoedelijk wat gespannen, zeker met een mens als Sykes, die zichzelf voortdurend in vraag blijft stellen. Komt daar nog eens bovenop dat Wandschers vader plots overleed tijdens de opnames en je zit met een potentiële implosie. En het lijkt wel alsof die geladenheid een weerslag kreeg in de muziek, die doordrongen is van een zinderende intensiteit, zelfs in de meest ingetogen momenten. Die zijn er bij de vleet, al zijn het vooral de ongebruikelijke verkenningen en volumineuze uitspattingen die hier de aandacht naar zich toetrekken.

Opener "Hushed By Devotion" is alleszins een van de beste van het jaar, een in de massieve sound van Crazy Horse gewortelde lap gitaarrock die een constante heen-en-weer-beweging maakt tussen stompende woestijnrock met uitdijende feedback en rommelende drums, en de passages die gedragen worden door Sykes’ sirenengezang, dat een steeds mystieker randje krijgt. Het is een spel van geven en nemen, van denderende decibels en zweverige stemeffecten, tot de song na een minuut of vijf een andere wending krijgt en aansluiting lijkt te zoeken bij de jammende bluesrock van The Allman Brothers Band, met een gitaarverstrengeling zoals die geregeld opgebouwd werden tussen Duane Allman en Dickey Betts.

Na die majestueuze opener wordt even kleinschaliger gedacht, maar valt wel op dat de band meer dan ooit heil is gaan zoeken bij de psychedelische rock van de late jaren zestig en vroege jaren zeventig. De samenzang, psychedelisch aandoende zanglijnen en instrumentatie doen meer dan eens denken aan het werk van The Byrds, Jefferson Airplane en Buffalo Springfield, maar het is voorzien van een doom-achtig randje dat in die tijd nooit mogelijk geweest was. "Ceiling’s High" is misschien wel het enige muzikale lichtpunt op Marble Son, een opgewekt klinkende lap countryrock zoals er op de vorige plaat ook nog een paar te vinden waren.

Het beste wordt bewaard voor de tweede helft van het album: het kwartet dat volgt na het donkergrijze "Be It Me, Or Be It None" (nog opgepikt van hun EP Gentleness Of Nothing), zorgt voor de beste twintig minuten muziek die de band ooit uitbracht: eerst een granieten countryrocker ("Pleasuring The Divine") om te laten horen wat een monster Wandscher is, dan een broeierige instrumental ("Weight Of Cancer") die een prachtige brug vormt naar het ijzingwekkend mooie "Birds Of Passerine", dat vergeven is van een pijnlijke finaliteit (wie geen krop in de keel krijgt bij die "And still we had to cry, oh we cry, for the space you occupy" is een verderfelijk onmens), en tenslotte "Your Own Kind", dat net als de opener balanceert tussen epische gitaarkathedralen en zoetgevooisde passages.

U merkt het: we zijn meer dan een beetje enthousiast over de nieuwe Jesse Sykes. Niet moeilijk, aangezien ze ons jaren geleden al overtuigde, maar we schrikken er ook niet voor terug om te beweren dat deze groep zich bevindt in een select clubje van bands dat blijft evolueren in een traditie zonder zijn eigenheid te verliezen en dat door iets in hun platen weet te stoppen dat zo echt, uit het leven, uit extase en pijn gegrepen is, dat het je niet meer loslaat eens je hebt toegehapt. Jesse Sykes & The Sweet Hereafter: het was een bedwelmend parcours via diepe gemoedsdalen én voorzichtige pieken, zoals het leven. Dit is een band die iets kan betekenen voor een mens, vooral als die ook al eens in een afgrond heeft zitten staren. Nogal zeldzaam dezer dagen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × 4 =