Peter Evans + Nate Wooley :: High Society

Als twee van de meest bejubelde trompettisten uit de avant-garde met elkaar aan de slag gaan, dan weet je dat je je aan iets bijzonders mag verwachten, maar weinigen zullen dit hebben zien aankomen. High Society kiest resoluut voor een overrompeling die voorzichtigheid en finesse inruilt voor rauwe expressie en baldadig experiment.

Met jazz heeft dit immers geen bal meer te maken, en dat terwijl beide heren overvloedig bewezen hebben ook in die wereld hun mannetje te kunnen staan. Maakte Wooley onlangs nog indruk met een bevlogen kwintetplaat ((Put Your) Hands Together) die flirtte met de traditie, dan ging ook Evans met zijn kwintet (Ghosts) de pure jazz niet uit de weg, maar liet hij het virtuoos clashen met hedendaagse speeltechnieken. Beide heren zijn echter ook bekend van het vrije experiment (luister daarvoor naar Wooleys Trumpet/Amplifier LP of Evans’ soloplaten en zijn album met Mats Gustafsson en Agusti Fernandez), maar met de zes improvisaties op High Society gaat het allemaal verder. Veel verder.

Op YouTube vind je opnames van duoconcerten van een paar jaar geleden terug waarbij de twee samen werelden verkennen die het gros van de trompettisten halsstarrig vermijden: een obsessie met ongebruikelijke texturen en speelwijzen die een fenomenale instrumentbeheersing koppelen aan een radicale uitbuiting van de akoestische mogelijkheden. Deze keer maken de twee echter gebruik van versterking, door te spelen via gitaarversterkers en zich volledig te buiten te gaan aan volumeschommelingen, feedbackmogelijkheden en geluiden die voor de gemiddelde festivalganger zelfs niks meer met muziek te maken hebben.

Recenter beeldmateriaal is dan ook behoorlijk bevreemdend (en soms grappig) om te zien: twee jonge kerels naast elkaar op een stoel, elk met een volumepedaal, die de vreemdste dingen uithalen met een trompet. Ze blazen zonder het mondstuk aan te raken, of verwijderen dat mondstuk gewoon, nemen ongewone houdingen aan om het geluid te kunnen manipuleren en zetten het op een abstract schilderen met geluid. High Society is een bij momenten bevreemdende en stugge trip, maar het besef dat er enkel trompetten aan te pas kwamen, maakt de beluistering dubbel zo intensief. Het klankenpalet is daarbij al even ongewoon, variërend van zoemende en sudderende circulaire ademhaling tot pure noise van Merzbowkaliber.

Opener “LXIX” biedt meteen een mooie staalkaart: een van de twee (vraag niet wie voor welke effecten zorgt) levert een aangehouden toon, terwijl de ander knoppen, lippen, vingers en tong in de strijd werpt om te werken aan een verbluffend klankenspel vol ritmische effecten, brute klank- en volumesprongen en texturen die het niemandsland tussen ruw schuurpapier en gierende slijpschijf verkennen. Hier en daar krijg je volle noten te horen, maar ze zijn zeldzaam en lopen verloren in deze steeds transformerende geluidsescapades die regelmatig in een industriële zone duiken waarbij mens en machine een bloederige strijd lijken uit te vechten. Het klinkt allemaal zeer intens fysiek.

Enerzijds zorgen al die onmenselijke geluiden — dat machinale geschuur en geraas, de indruk dat het gaat om pas uitgevonden constructies die willekeurig aan- en uitgezet worden (“XIX”), geflirt met monsterlijke vervormingen à la Aderlating — voor een amper te overbruggen afstand, die je doet beseffen dat je getuige bent van een spektakel waar geen grip op te krijgen valt. Het is een klankendiarree van dierlijk gepruttel (“XC”) en verbasterd gehijg, met passages die binnen korte tijd zwiepen van relatieve stilte naar withete noise (“I”). Anderzijds is er, vooral door de knappe productie en close-miking, toch een zekere nabijheid door de immens gedetailleerde geluiden, die voor verrassend intimistische effecten kunnen zorgen.

De algemene indruk is er echter een van abstracte chaos die weinig ruimte laat voor een smaakvol, laat staan gematigd, spel van dynamische contrasten of melodie. High Society is een hoogmis voor klankterroristen die op z’n meest extreem gepast is als soundtrack bij angstvisioenen of het soort films waaraan zelfs volk als David Lynch misschien nog niet durfde denken. Het is een lang uur dat een meer dan gemiddelde bereidwilligheid vergt, maar tegelijkertijd is het ook een ongehoord spektakel van twee kleppers die de laatste ketens van zich af werpen en eens kijken hoe ver ze écht kunnen gaan.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zestien − 11 =