The Lincoln Lawyer





Tot eind jaren negentig was de legal thriller één van
de populairste Hollywoodgenres. Idealistische jonge advocaten
kwamen corruptie op het spoor en volgen hun geweten, op risico van
het vege lijf. Of anders kwamen ze er achter dat hun cliënten zo
schuldig als de pest waren en moesten ze een manier vinden om hun
eigen zaak te verliezen zonder betrapt te worden op
procedurefouten. Voornamelijk dankzij het succes van John Grishams
boeken, ontstond er een enorme publieke belangstelling voor dit
soort formulaïsche verhalen, die definitief weg deemsterde eens we
aan het begin van de 21ste eeuw allemaal massaal in de fantasy
vlogen (‘Harry Potter’ en ‘Lord of the Rings’, gevolgd door de
talloze rip offs daarvan). Nu we het er toch over hebben:
waar zit die John Grisham eigenlijk? Ergens in
straight-to-paperback hell?

Maar goed, elk genre dat ooit succesvol was, wordt sporadisch
nog wel eens tot leven geroepen, op de kans af dat het zo nog eens
raak zou kunnen zijn. En zo komen we dan aan ‘The Lincoln Lawyer’,
een duidelijk op Grishamiaanse (jà, dat is bij deze een woord)
leest geschoeide rechtbankthriller, gebaseerd op een roman van
Michael Connelly. Matthew “hou je hemd toch eens twee minuten aan!”
McConaughey speelt Mick Haller, een succesvolle, cynische advocaat
die het merendeel van zijn zaakjes regelt op de achterbank van zijn
enorme Lincoln. (Nee, het is niet wat je denkt; er komen veeleer
harige motards aan te pas die een vriend hebben die
vastzit wegens drugshandel.) Haller wordt ingehuurd om Louis Roulet
(Ryan Philippe) te verdedigen, een rijkeluiszoontje dat ervan
beschuldigd wordt een prostitué in elkaar geramd te hebben. Roulet
schreeuwt zijn onschuld uit, maar Haller begint na een tijdje
serieus te twijfelen – zeker wanneer hij zich een zaak herinnert
van enkele jaren geleden, waarbij een hoertje op gelijkaardige
wijze werd vermoord.

Ja, de jaren negentig zijn weer helemaal terug in ‘The Lincoln
Lawyer’: de geldhongerige advocaat die, tegen zijn eigen
verwachtingen in, plots zijn geweten voelt knagen. Het
bewijsmateriaal dat op het laatste momentje nog wordt gevonden. Een
cliënt die onschuldig lijkt, maar toch maar venijnig uit zijn
oogjes kijkt. En zelfs dat ouwe ‘Matlock’-cliché: de tirade tegen
de wenende getuige. “U hebt mijn cliënt erin geluisd, is het
niet?!” Om maar te zeggen: als u gaat kijken, mag u zeker niet vies
zijn van een cliché op zijn tijd. Maar op een oppervlakkig niveau
is dat alles nog wel genietbaar – de film is werkelijk het
equivalent van een pulpy page turner: een beter mens zal
je er niet van worden, en je weet heel goed dat het hele ding is
samengesteld uit de kliekjes van gelijkaardige verhalen, maar elke
vijf minuten krijg je wel een nieuwe plotwending of cliffhanger,
waardoor je toch weer benieuwd wordt hoe het allemaal in elkaar
zit. Regisseur Brad Furman is mij een nobele onbekende (heeft
iemand misschien zijn vorige, ‘The Take’ gezien? Iemand?), maar hij
houdt het tempo er aardig in, zodat we ook niet echt de tijd
krijgen om ons vragen te stellen bij bepaalde minder geloofwaardige
twists in de plot, of bij de nogal povere uitwerking van de
personages. ‘The Lincoln Lawyer’ is bij uitstek een film die het
moet hebben van zijn presentatie. Alsof de makers tegen hun publiek
zeggen: “Oké, in feite hebben we niets te melden, maar we gaan er
zodanig veel show bij verkopen dat je ‘t niet gaat merken.” Wat
mag, zo lang je verwachtingen maar navenant zijn.

Deel van die presentatie is de cast, die tot in de kleinste
bijrollen gevuld is met bekende gezichten. Matthew McConaughey
speelt de hoofdrol – waarmee hij in zekere zin een variant aflevert
op één van zijn eigen eerste grote rollen, in ‘A Time to Kill’ uit
1996, gebaseerd op een John Grisham-boek – en doet dat naar goede
gewoonte met veel charisma en weinig diepgang. McConaughey is alles
behalve een veelzijdig acteur, maar je moet het hem nageven: hij
kent zijn eigen beperkingen en meestal houdt hij zich daar aan.
Hier is hij degelijk als Mick Haller, zonder meer. Je zou je kunnen
afvragen of een ander acteur niet meer met die rol had kunnen
aanvangen, maar een mens kan zich zoveel afvragen waar hij niet
gelukkiger van wordt. Naast McConaughey is het sterren spotten:
Marisa Tomei is zijn ex-vrouw, William H. Macy zijn vriend en
privé-detective, John Leguizamo speelt hem de zaak door, Ryan
Philippe is de verdachte, Frances Fisher diens moeder en zelfs
Michael Peña (‘Babel’, ‘Crash’) maakt een optreden voor een scène
of twee. De meeste van die acteurs worden in feite weggemoffeld in
veel te kleine rolletjes – een geweldige karakteractrice als
Frances Fisher zo om de drie kwartier voor één scène laten opdraven
als bitchy ijskoningin is echt zonde. Alleen William H.
Macy weet nog een min of meer interessant personage te creëren. Een
onthulling over hem, laat in de film, voegt een verrassende toets
van menselijkheid en subtiliteit toe.

Voor het overige is het niet voor menselijkheid of subtiliteit
dat je naar ‘The Lincoln Lawyer’ gaat kijken, maar wel voor
efficiënte storytelling, zonder al te veel poespas. Brad
Furman brengt alles aardig in beeld, met een energieke
cameravoering die nergens in de weg van het verhaal staat. Alleen
enkele flashbacks hadden het kunnen stellen zonder de zelfbewuste
flou artistique die er aan wordt gegeven.

Uiteindelijk is de film niet meer of minder dan wat hij
pretendeert te zijn: een onderhoudend niemendalletje, goed in
elkaar gestoken maar voor de rest volledig irrelevant. Michael
Connelly heeft blijkbaar een hele reeks boeken geschreven over Mick
Haller, wat van ‘The Lincoln Lawyer’ een potentiële franchise
starter
maakt. Dat hoeft voor mij niet zo nodig, maar voor de
118 minuten die hij duurt, heb ik me best met de prent
vermaakt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

dertien − 5 =