Yuck :: Yuck

Indiehype die schaamteloos het verleden plundert, dat zou je met een beetje slechte wil over Yuck kunnen verkondigen. Ware het niet dat het Brits vier- à vijftal de noisy poprock moeiteloos een flinke dosis leven in blaast.

Elk jaar zijn ze daar opnieuw. De nieuwe lichting bands die hét van hét zijn, niet te missen, opduikend in tips van de BBC en tijdelijke lievelingen van NME, terugkerende namen op blogs allerhande. En amper enkele maanden later zijn ze opnieuw verdwenen, roept hun naam hoogstens een vaag teken van herkenning op, dat met verbazing doet terugblikken op de reacties die hetzelfde bandje luttele maanden eerder teweeg wist te brengen.

Een van de uitverkorenen begin dit jaar was Yuck. Lang voor het titelloos debuut in de winkel lag, ging de naam veelvuldig over de lippen, zoals dat — zelfs op een grotere schaal — ook het geval was bij The Vaccines. En net als die laatstgenoemde band uiteindelijk in staat bleek een tijdelijke staat van euforie op te wekken, zo was Yuck afgelopen winter in staat harten te verwarmen met een concert in de Rotonde.

De twijfel in een keer aan de kant spelen, zoiets is lang niet slecht voor een stelletje jonge twintigers. Zelfs Arctic Monkeys konden enkele jaren geleden, op het hoogtepunt van de hype rond hun band, live niet bepaald een overweldigende indruk maken en ondertussen hebben zij met Humbug wel al een halve klassieker op hun naam. Bij Yuck helpt het misschien wel dat de band een voorgeschiedenis heeft en de muzikanten niet als complete nieuwelingen voor de leeuwen geworpen worden.

Daniel Blumberg en Max Bloom, allebei actief op gitaar en achter de microfoon, speelden eerder in Cajun Dance Party, een bandje dat oorspronkelijk opgericht was om aan een rock rally op school deel te nemen, toen beiden amper vijftien waren. Een en ander liep uit de hand en Cajun Dance Party nam voor XL de door Bernard Butler geproducte debuutplaat The Colourful Life op. Tot Blumberg Neil Youngs After The Gold Rush en You’re Living All Over Me van Dinosaur jr te horen kreeg en, zo gaat dat wanneer iemand blootgesteld wordt aan die twee platen, zijn leven niet meer hetzelfde was en hij tot het besef kwam dat Cajun Dance Party maar niks was.

Samen met Bloom trok hij zich terug in zijn slaapkamer in het ouderlijk huis en nam er enkele demo’s op. Waar dat toe geleid heeft, ligt nu — opnieuw opgenomen in dezelfde slaapkamer! — in de winkel. En het moet gezegd: dat debuut is elke spat aandacht die het kreeg dubbel en dik waard. Ja, de echo’s van Dinosaur jr zijn best prominent aanwezig in het album, maar Yuck is hoorbaar van een andere generatie. Zo sluit dit gezelschap gevoelsmatig enigszins aan bij Avi Buffalo en zijn er muzikale overlappingen met Wavves en Cage The Elephant, zij het dat Yuck net iets meer uitgebalanceerd klinkt, zoals vooruitgeschoven single “Georgia” putje winter al leek aan te geven.

Wanneer in “The Wall” feedbackmuren opgetrokken worden, dan gebeurt dat immers om de wanhoop die in de stem te horen is te ondersteunen. Bovendien blijft Yuck het concept popsong trouw: hoe heftig het er bij momenten ook aan toegaat, dit is catchy stuff, met knappe hooks en een hoog meeknikgehalte, zelfs wanneer tegelijk versterkers staan te smeulen.

Meer zelfs: Yuck heeft ook een zeer ingetogen kant: in nummers als “Suicide Policeman” en “Shook Down” wordt de slackerhouding volledig aan de kant geschoven en weerklinken het soort weemoedige liedjes waar je even voor gaat zitten. Al is het nu ook niet zo dat Yuck een perfecte scheidingslijn trekt tussen beide persoonlijkheden: alles loopt een beetje door elkaar en dat is het mooie aan deze band: het enthousiasme en verdriet huppelen hand in hand door een dozijn songs die stuk voor stuk als “sterk” te noteren vallen. Of zelfs ronduit indrukwekkend, zoals epische afsluiter — en single — “Rubber”, waarin Yuck zich voor niets of niemand inhoudt en compleet over de rooie mag gaan. En dat is uiteindelijk toch een van dé redenen waarom bandjes opgericht worden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × vier =