Yuck :: ”Duidelijkheid nastreven en verwarring zaaien”

Luid, melancholisch, melodieus en chaotisch en dat allemaal tegelijk als het even kan, dat is Yuck. Of Yu(c)k. Al bestaat die laatste band niet echt meer. Maar dat wil niet zeggen dat Yuck braaf binnen de lijntjes zal kleuren. Als de leden uiteraard niet eerst — letterlijk — doodvallen van verveling op tournee.

Touren is chaos. Het concept is nochtans simpel. Ga van stad A naar stad B, neem je instrumenten. Speel concert. Herhaal dat tot het einde der tijden. Het zijn de extra uitdagingen die gaandeweg opduiken, die maken dat de chaos zijn intrede doet in wat anders best een autistisch nomadenbestaan zou kunnen zijn. In het beste geval komen fans hun lichaam aanbieden. Helaas zijn het eerder platenfirmakerels die overdag je wachtactiviteit komen onderbreken om met journalisten te praten. En eens je dàt aan het doen bent, komen technici allerhande aan je mouw trekken dat je écht nu op je instrument moet komen spelen of dat anders vanavond het geluid op niets zal trekken.

Dat is zo’n beetje wat Max Bloom doormaakt op wat anders een dagje Brussel had kunnen worden. Niet dat de zanger-gitarist veel van de stad gezien zou hebben, mocht niemand hem zijn komen lastig vallen. Het toeren begint zijn tol te eisen en dat is er aan te zien. Hoewel Bloom pas begin twintig is, lijkt het een man van midden dertig die op de sofa neerploft.

Ondanks de vermoeidheid is Bloom een geduldige jongeman die, voorzichtig bijna, zowat fluisterend antwoord geeft op de vragen die hij de hele middag voorgeschoteld krijgt. Desondanks wordt hij nog enthousiast bij het zien van een exemplaar van het dan nog te verschijnen debuutalbum van Yuck.

“Het komt over enkele weken uit, geloof ik? Dit is een promo-exemplaar? Het is het eerste dat ik te zien krijg. Ik had zelfs geen idee wie onze plaat in Europa zou uitbrengen. Maar ik ben heel trots op dit debuut.”
enola: Nochtans is het niet de eerste keer dat je debuteert. Dat gebeurde al eerder bij Cajun Dance Party.
Bloom: “Goh, voor mij persoonlijk betekende het verschijnen van de muziek van Cajun Dance Party niet zo heel veel. Bij het creatieve proces van die band was ik niet betrokken. Ik speelde bas toen en dat was het eigenlijk. Nu betekent het veel meer. Het voelt echt als de eerste keer dat er iets van mij uitkomt. Dit is de band waar ik al heel lang in wou spelen. En voor een lange tijd, als het even kan.”

enola: Vreemd dat je zo’n langetermijnvisie hebt, zeker gezien de doorgaans korte houdbaarheid van rockgroepjes vandaag de dag.
Bloom: “We denken niet echt veel na over de toekomst. Maar het voelt als een van die dingen waar je heel nauw mee verbonden bent. En dus kan je je niet voorstellen dat je daar mee stopt.”
“Voor deze plaat hadden we ook redelijk wat materiaal. We schrijven veel muziek. Al zit daar niet echt een logica in. We hebben rustige en luidere nummers en als we aan het schrijven zijn, gebeurt dat niet met het idee dat daar een coherente plaat moet uitkomen. Toen Daniel (Blumberg, zanger/gitarist) en ik voor het eerst samen schreven, was het gewoon opwindend om dat te doen. Al sinds we heel klein waren, zijn we vrienden. Daniel schreef al heel lang songs, zonder eigenlijke reden. Dus het was heel opwindend en leuk om nu eindelijk samen nummers te maken. De plaat is zo’n beetje een samenvatting van die eerste schrijfperiode, vandaar dat het zo gevarieerd is: we probeerden alles eens uit.”

enola: Daardoor krijg je een album met een spannende flow.
Bloom:Yuck is misschien wel meer een verzameling nummers dan een echt album. Ik zou heel graag een album proberen te maken dat coherenter is, maar voor een debuutplaat vind ik deze aanpak eigenlijk beter. Als je een eerste plaat uitbrengt die focust op één geluid of aanpak, wordt dat altijd van je verwacht.”
“Niet dat we er bij stil stonden bij het maken van de plaat, hoor. Alleen over de volgorde van de nummers hebben we lang nagedacht, kwestie van er toch een beetje een verhaal van te maken, te zorgen dat elk nummer zijn eigen, juiste plaats kreeg.”

enola: De laatste song, “Rubber”, is ook een single. Geen evidente keuze: het is het minst toegankelijke nummer.
Bloom: “Het is tot nu toe dan ook nog niet op de radio gedraaid. Maar dat was ook niet de reden waarom het als single uitgebracht is. Het voelde als het juiste om te doen. Op dat bepaalde punt was het gewoon niet het juiste ogenblik om iets heel poppy uit te brengen. Bovendien hou ik ervan dat het een lang nummer is en dat om het op single uit te brengen we een 12” nodig hadden. Op dat formaat hadden we nog niks uitgebracht.”

enola: Is dat een fetisj? Yuck heeft zelfs een cassette uitgebracht. Er lopen nochtans 16-jarigen rond die zelfs niet meer weten wat dat is.
Bloom: “Het label Mirror Universe contacteerde ons daarover. Zij wilden een tape uitbrengen. Op dat ogenblik had Daniel een handvol nummers die we live samen opgenomen hebben, eentje heeft Daniel solo opgenomen op een dictafoontje. Dat leek perfect om op tape uit te brengen: de nummers lenen zich echt tot dat formaat: een bandje heeft een warmere klank en je kan niet zomaar zappen naar het volgende nummer. Je moet echt zo’n album in zijn geheel beluisteren. Het is jammer dat die manier van luisteren aan het verdwijnen is.”

enola: Nog iets dat om verduidelijking vraagt: Yu(c)k. Is dat nu dezelfde band als Yuck? Of is het allemaal een grap?
Bloom: “Het is geen andere groep. Maar … (wikt zijn woorden) als we toeren willen we het onderscheid maken tussen de rustigere pianonummers en het luidere gitaarmateriaal. We willen niet dat mensen langskomen die iets luid verwachten en dan heel rustige songs voorgeschoteld krijgen en omgekeerd. Dus wilden we duidelijkheid scheppen en begonnen we de haakjes te gebruiken voor de pianosongs. Maar daar zijn we eigenlijk mee gestopt, want dat bleek verwarrend te werken. Wat ik kan begrijpen. (lacht).”

enola: Kan je als band, zolang je geen hits hebt waar het publiek op zit te wachten, niet wegkomen met zo’n verrassende aanpak, waar het publiek iets anders krijgt dan het verwachtte?
Bloom: “Ik weet het niet. En eigenlijk is het ook ontzettend moeilijk om met een piano te toeren.”

Op dat punt kan Bloom echt niet langer de vraag om een soundcheck negeren. Wanneer hij een poos later, in het gezelschap van drummer Jonny Rogoff — Jonah Hill die dringend naar de kapper moet — opnieuw in de bar komt piepen, blijkt die zeer geslaagd te zijn verlopen. Al is Bloom, die op zich al meer in euhm’s dan volzinnen spreekt, de enige die het enthousiasme enigszins onder woorden brengt. Rogoff schuift mee aan, maar beperkt zijn bijdrage in het gesprek tot het minutenlang proberen zonder kijken een sigaret in zijn mond te gooien. Wat overigens niet lukt.
Bloom: “Het is de eerste keer dat we in zo’n opmerkelijke zaal (de Rotonde) spelen. Al ben ik blij dat ik niet in de schoenen van onze geluidsman sta, met dat hoge plafond.”
“Nu is het toeren nog best leuk: het is de eerste keer dat we in België spelen, het is nog allemaal een beetje nieuw voor ons. Misschien dat we over een jaar of wat de schoonheid van een zaal als deze alweer niet meer waarderen.”

enola: Is dat ook niet een voordeel van de beginfase van een groep? Hoe groter een band, hoe groter de concertzalen en die zien er overal ter wereld hetzelfde uit.
Bloom: “Yeah. Zolang ze maar niet té klein zijn. (lacht) Als een zaal te klein is, dan is er vaak geen PA en is het moeilijk om niet in een geluidsbrij te eindigen.”

enola: Yuck lijkt om meer te gaan dan enkel muziek: de hoesjes en video’s lijken niet zomaar gekozen.
Bloom: “Daniel houdt zich met de tekeningen bezig die op onze covers staan. Wanneer we eentje nodig hebben, moeten we die maar uitkiezen. Voor de video’s is het voor ons belangrijk dat ze visueel sterk in elkaar zitten, maar ze zijn het enige dat we niet zelf kunnen doen. Daarvoor werken we samen met Michael Reich, een jonge Amerikaan waar we zot van zijn. Hij brandt van de ambitie en zit vol met geweldige ideeën. Wij zijn het niet gewoon om met andere mensen te werken, vaak begrijpen ze niet wat we willen doen, of krijgen we het hen niet uitgelegd, maar met Michael klikt het probleemloos.”

enola: Een van de nummers op het debuut heet “Suicide Policeman” en klinkt als een droef liefdeslied. Gaat daar een bepaalde symboliek achter schuil?
Bloom: “Ik heb eerlijk waar geen flauw idee. Daniel heeft die tekst geschreven en hij praat daar niet over. Je kan het hem proberen te vragen, maar hij zal het je niet vertellen. Hij praat niet over zijn teksten. (tot Rogoff): Wat jij? Ik heb het geprobeerd, maar hij vertelt er me niks over.”
Jonny Rogoff: (schudt neen). “Het is best raar. Je zit met de band 23 en een half uur per dag samen, waarvan een flink deel van de tijd in een klein busje. Dan leer je elkaar best goed kennen. Maar de reden waarom we al die tijd samen doorbrengen, is muziek. En net over een flink deel daarvan, de teksten, wordt niet gepraat. (kurkdroog): eigenlijk wel grappig. Misschien moeten we daar de missie van maken op de rest van de toer: de betekenis van de teksten van Daniel zien te achterhalen. Weten we eindelijk wat te doen.”

enola: De tijd van het vernielen van hotelkamers is duidelijk echt passé.
Bloom: “Toeren is op zich heel fijn, we willen zeker niet de zoveelste band zijn die jammert hoe hard het allemaal niet is. Maar normaal kan je het niet noemen. Je verdwijnt echt uit de realiteit. Je trekt met vier mensen, volwassenen eigenlijk, van hot naar her en altijd en overal staat er iemand klaar om bijna letterlijk je handje vast te houden. Wanneer je terug thuiskomt, heb je het gevoel dat je amper een dag weggeweest bent, maar dan kom je vrienden tegen en blijk je die al in geen maanden gezien te hebben. Zij hebben dan veel te vertellen, maar het enige dat je kan terugzeggen, is dat je al die tijd door het raampje van een busje naar buiten hebt zitten staren. (lacht).”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

17 − 12 =