The Galacticos :: Paint The Town Rad

Wat is het grootste compliment dat een artiest kan krijgen? Goede punten in een positieve recensie op de website van één of ander onbeduidend muziekmagazine? Neen, hij voelt zich pas ten volle gewaardeerd wanneer hij uiteindelijk nieuwe groepjes — geïnspireerd door zijn muziek — ziet opduiken. The Galacticos is in dat perspectief heel goed nieuws voor het Limburgse rocklandschap, want het combo brengt met Paint The Town Rad een regelrechte ode aan twintig jaar Limburgse rock-’n-roll-geschiedenis.

Hoe zou een artiest als Peter Houben zich voelen wanneer hij voor de zoveelste keer met een nieuw, onvolprezen indierockproject kleine zaaltjes afschuimt waarbij slechts enkelen zijn muziek helemaal naar waarde weten te schatten? Waarschijnlijk niet altijd even goed, maar zelfs zoveel twijfel kan in het niets verdwijnen wanneer hij in de schappen van de plaatselijke Mediamarkt een plaat als Paint The Town Rad aantreft. Want het zijn wel erg jonge snotters die het halve Limburgse indierockwereldje onder de naam The Galacticos van nageslacht verzekeren. Want of het nu Nemo, Mitsoobishy Jacson, Fence of Evil Superstars betreft: op Paint The Town Rad valt er van ieder van hen wel wat zaad aan te treffen.

Dat The Galacticos een vrolijke bende is, mocht twee jaar geleden al blijken uit EP Phone Home, maar het is natuurlijk pas met een full album dat een groep echt geloofwaardig wordt. Wat dat betreft hebben wij niets te klagen, want met het zonnige "Sunny Side Up" laat het combo meteen merken dat het nog wel wat meer kan dan het maken van niemendalletjes. Het is namelijk niet alleen een zonnig nummer, maar bevat bovendien een erg weidse melodie, waarmee het combo aantoont in een veel hogere versnelling dan met het charmante, maar verder heel onschuldige EP Phone Home te kunnen rijden.

Dat opvolger "Summertime" ondanks een even zonnige titel al een stuk grilliger klinkt, verraadt een eerste keer dat The Galacticos meer dan gelijkaardige groepjes een allegaartje van Limburgse rockinvloeden is. De speelse combinatie van de ongegeneerde, pratende zangstijl en de lekker idiote teksten herinnert namelijk heel fel aan Peter Houbens indierockgroepjes, terwijl de groep een halve plaat later met het moddervette "Dance" alweer de richting van Mauro & The Grooms en Radio Infinity uitkijkt.

Een even grote bocht maakt de groep met "The Man" dat net als "Sunny Side Up" een weidse melodie heeft en net daardoor minder dan de andere nummers rechtstreeks naar de grote voorbeelden refereert. Indien het voor The Galacticos ooit de bedoeling wordt om met een eigen geluid uit te pakken, zijn zulke nummers te volgen voorbeelden, want het weliswaar erg aanstekelijke "Xerox Generation" — waarin de groep letterlijk bezingt een copycat te zijn — is helaas alleen goed voor een leuk hitje op Studio Brussel.

Toch maakt de groep allesbehalve een slechte indruk met zijn debuutalbum, want ongeacht het feit of een liedje nu meer copycatgehalte heeft of niet, Paint The Town Rad bevat stuk voor stuk fijne nummers. Al is het beslist geen toeval dat het combo het met "Tiny Tim" — het finale nummer dat weer net iets minder expliciet naar andere groepen verwijst — beter doet, want het is namelijk hier dat het combo zijn groeiproces vooruit is en bewijst dat het nog wel wat meer in zijn mars heeft dan alleen maar een goed beluisterbaar feelgoodplaatje af te leveren.

Of dat potentieel er vroeg of laat uit zal komen, kan de toekomst natuurlijk alleen maar uitwijzen, maar noteert u intussen alvast dat The Galacticos met Paint The Town Rad feilloos de overstap van EP naar plaat heeft gemaakt en dat wij nu al naar de zomer uitkijken om de groep samen met ander prettig gestoord indierockgespuis als Fence, Buffoon en Peter Houben op één affiche te zien blinken. Want wie Paint The Town Rad eens goed beluisterd heeft, weet dat een dergelijke wens voor The Galacticos geen klein compliment kan zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf − 4 =