Glasvegas :: Euphoric Heartbreak

“Doen alsof die plaat niet bestaat, lijkt me het best voor iedereen.” Zo, dat wisten we ook alweer toen we eens met collega (jvb) over Euphoric Heartbreak van gedachten wisselden. Hij overdrijft, maar de plaat van de bevestiging voor Glasvegas is inderdaad een erg grote ontgoocheling.

Kon het ook anders, voor een groep die met zijn debuut songs met zo’n perfect eigenzinnig geluid wist te boetseren. Het waren stuitend oprecht gezongen, schaamteloos pathetische tearjearkers, opgetrokken uit brokken Motown, Spectoriaanse wall of sound en de lagen gitaarlawaai van The Jesus & Mary Chain. En net daarom was het zo’n emotionele hengst voor de kop; een welkome afwisseling van alle cool en dédain die indieland al te lang teistert. Het joeg eindelijk nog eens rillingen in rijen van vier onze ruggengraat af.

Nu was dat Glasvegas verre van perfect, maar de flitsen van klasse die de band er op vertoonde maakten veel van de uitschuivers goed. De monoloog “Stabbed” over de “Mondscheisonate” van Bach, bijvoorbeeld. Of het al te wazige drama van “Ice Cream Van”. Maar dan hadden we wel al lang toppers als “Geraldine”, “Daddy’s Gone” of de klets rond de oren “Flowers & Football Tops” al gehad.

Op Euphoric Heartbreak draait Glasvegas die verhoudingen om, en diept tussen alle ellende — daar komen we straks op terug — slechts twee vaal blinkende parels op. Single “Euphoria, Take My Hand”, vanzelfsprekend, En vooruit dan maar: “The World Is Yours” willen we ook nog wel eens een keertje opzetten. En dan is er nog “Dream Dream Dreaming”, een tip of the hat aan The Everly Brothers (nog zo’n inspiratiebron) en geweldig pakkend. Frontman James Allan gaat eindelijk nog eens voluit, en wanneer hij na de break opnieuw uitbarst in dat “No holding back/I’ll tell you a feeling” wordt voor het eerst — we zijn dan zeven nummers ver — het soort vervoering bereikt waar de groep op zijn debuut nog een patent op leek te hebben. Muzikaal is het allemaal geen stap vooruit, maar het treft meer doel dan de mislukte pogingen tot “iets anders” daarrond.

Wat krijgen we daarnaast immers? Veel te veel synths — synths, begot! Op een Glasvegasplaat! Qua niet weten wat je sterke punten zijn, kan het tippen aan het nodeloze gepiel op The Second Coming van Stone Roses. Het leidt tot een gladgepolijste eighties — eighties, mon dieu! — ballad “Whatever Hurts You Through The Night”; het soort draak dat OMD al eens placht te schrijven. En ook “You” is hol gedram; Glasvegas door een covergroep die het niet helemaal begrepen heeft. Je vraagt je af waarom ze voor zo’n plaat in godsnaam met iemand als Flood de studio in moesten, als die niet op tafel durft te slaan om de groep in zo’n geval opnieuw naar het schrijfhok te sturen.

Veel kans dat een uitschuiver als deze aantoont dat Glasvegas één van die bands is die met één plaat alles gezegd hebben: met een onvergetelijk statement krachtig de poort inbeuken, maar eenmaal daar met de mond vol tanden staan. We hopen dat we het mis hebben. Aan James Allan om ons ongelijk te bewijzen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 + tien =