Ringo Deathstarr :: Colour Trip

Noise! Shoegaze! Distortion: Stroboscooptoestanden! Ringo Deathstar heeft heel goed naar de lawaaimakers van eind jaren tachtig/begin jaren negentig geluisterd. Met die invloeden heeft het trio een plaat gemaakt waarmee het tot doel gesteld lijkt te hebben A Place To Bury Strangers van de kaart te vegen.

Ambivalente gevoelens op een maandagavond, terwijl de nacht zijn opwachting maakt en een trommelvlies geselende plaat door de luidsprekers weerklinkt. Niet alleen kan het niet anders dan zonde zijn de elf nummers op Colour Trip, de plaat in kwestie, live te moeten aanschouwen in een wereld waar decibelbegrenzers de norm zijn, bovendien weten we vooral niet of dit überhaupt wel live wìllen zien.

Die vraag is nog licht uitgedrukt. Misschien hadden we maar beter dit album nooit gehoord, of nergens de naam Ringo Deathstarr opgemerkt. Want daar is de hele ellende mee begonnen, een onnozele groepsnaam die de nieuwsgierigheid prikkelt. Wanneer de muziek uiteindelijk zijn opwachting maakt, gebeurt dat hand in hand met verwarring en twijfel. Colour Trip opent met “Imagine Hearts” en na de rommelintro, is er één gedachte die alle andere verdrukt: dit is gewoon My Bloody Valentine. Maar dan onder een andere naam. En met andere mensen.

Een nummer later, “Do It Every Time”, neemt de verbazing nog toe. Dit is gewoon The Jesus And Mary Chain. De schaamteloosheid! Zo stelen als de raven. Daar moeten, zonder verdoving, handen voor verwijderd worden. Zij het dat er een “maar” is, en niet de minste: Colour Trip klinkt moddervet.

Daar sta je dan, met een plaat die je met alle plezier zou willen haten, maar waarvan de elf nummers stuk voor stuk de vloer aanvegen met het merendeel van de shoegazerbands die vandaag actief zijn. Dat die andere bands dan nog proberen origineel uit de hoek te komen, lijkt zelfs geen belang te hebben: dit klinkt gewoon zoveel beter.

En het plaatje klopt ook: het trio heeft zijn worp in een uit overstuurde foto’s opgebouwde hoes gestoken, door voor de vocale onderdelen af te wisselen tussen Ellioth Frazer en Alex Gehring (dat is een meisje), kan Colour Trip uitpakken met een flow die zorgt dat het album tot de laatste noot van afsluiter “Other Things” boeiend blijft. Zelfs als dat laatste nummer, dat bovendien vaagweg aan Cranes doet denken, zo’n typische aftitelingssong is: het ritme wordt naar beneden gehaald, het volume gedempt, de nadruk komt op de stem en een simpel ritme.

Kan je een plaat, die amper een half uur duurt en die je zonder dat er bloeddorst bij komt kijken enkele uren op repeat kan gooien wel haten? Vast niet. Zou je dat rationeel gezien moeten doen? Eigenlijk wel. Maar na nog maar eens een halve nacht Colour Trip is rationaliteit het laatste waar rekening mee gehouden wordt. Wie zo aan het roven kan slaan dat er een prachtsingle als “So High” of het overdonderende “Tambourine Girl” uit te voorschijn komt, hoeft niet zozeer bedreven te zijn in het zelf verzinnen van originele riedels. Dat Colour Trip daardoor meer klinkt als een muziekquiz dan als de grote vernieuwer van de gitaarwereld, is dan maar zo. Ondergaan die decibels.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

16 − een =