Weedeater :: Jason… The Dragon

Met monstrueus gitaargeweld roept Weedeater als geen ander de ruige sferen van het wilde zuiden op, al komt Jason… The Dragon iets te onbesuisd over.

Met zijn zwaar getatoeëerde torso, verwilderde baard en onvermijdelijke cap lijkt zanger-bassist “Dixie” Dave Collins wel de karikatuur van een redneck die op zijn desolate ranch buitenproportioneel veel weed consumeert. Collins zingt — euh, brult, snerpt en krijst — dan ook al meer dan tien jaar over de geneugten van marihuana. Alsof dat nog niet genoeg was, schoot de bonkige frontman vorig jaar zijn dikke teen eraf toen hij zijn geliefkoosde shotgun aan het poetsen was.

In tegenstelling tot een overheersend gevoel voor hilariteit zit muzikale progressie niet in het doommonster ingebakken. De ambitie van Weedeater reikt dan ook nooit verder dan roestige slugde metal met een hoog in your face-gehalte en hier en daar een fuzzy country intermezzo. Na de ingetogen intro “The Great Unfurling” worden we tijdens “Hammerhandle” zoals gewoonlijk, zonder veel omwegen, ondergedompeld in de duistere en smerige wereld van Weedeater.

Op meer dan de helft van Jason… The Dragon vormen woeste, maar lome distorted grooves en diepe shriekvocalen de hoofdmoot. Dat zorgt ervoor dat de nuchtere luisteraar of de minder tolerante metalhead tijdens nummers als “Turkey Warlock”, “Jason… The Dragon” en “March Of The Bipolar Bear” in slaap dreigt gewiegd te worden. Gelukkig krijgen we met het ruwe en punkerige “Mancoon” en het heerlijk groovy “Long Gone” toch iets meer variatie op ons bord.

Maar Weedeater kan het merendeel van zijn nummers niet uit het moeras van middelmatigheid trekken. Ook van de primitieve akoestische aanpak in het op het eerste gehoor plezierige “Palms and Opium”, halverwege de plaat, worden we behoorlijk suf. Jammer, want we hadden na het titelnummer een plotse energieboost gekregen. Het aanstekelijke banjoriedeltje in slotnummer “Whiskey Creek” tovert even een onnozel lachje op het gezicht, maar de irritante stilte en valse pianodreunen, waarmee het album afsluit, getuigen van weinig inspiratie.

Jason… The Dragon is allesbehalve een slechte sludgeplaat, maar Weedeater klinkt nooit zo overdonderd of bezwerend als de genregenoten van Baroness en Zoroaster. Het trio lijkt gewoon te leven van zijn dagelijkse porties weed, een eeuwig jeugdige overmoed, en vooral een barbaarse roekeloosheid. Soms heeft een mens niet meer nodig.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 − 1 =