Black Swan




Geloof ons, we willen geen kwaad woord zeggen over Darren
Aronofsky’s ‘The Wrestler’ – het was zonder meer het beste from
zero to slightly more than zero-
verhaal van de laatste jaren.
Maar het is ook niet helemaal unfair om te beweren dat die film een
beetje Aronofsky’s goedmaak-project was na ‘The Fountain’. Met ‘The
Fountain’ was de regisseur zó ver gegaan, had hij de grenzen van de
narratieve cinema zo ver willen drijven (met matig succes,
overigens) dat hij zich achteraf min of meer moest excuseren door
een “normale” film te maken. Toch zeker als hij nog meer dan één
prent in de zalen wilde krijgen. Maar “normale” cinema is nu
eenmaal niet Aronofsky’s natuurlijke habitat. Van de paranoïde
wiskundige in ‘Pi’ tot de surreële verslavingstaferelen in ‘Requiem
for a Dream’ en Rachel Weitz als boom in ‘The Fountain’, is hij
eerder een grossier in bizarre, soms afstotende, soms schijnbaar
onzinnige, maar altijd unieke beelden en ervaringen. Met ‘Black
Swan’ zegt hij het naturalisme van ‘The Wrestler’ dan ook met veel
vreugde vaarwel en springt hij gierend van de pret alweer volop in
de gekkigheid. Natalie Portman speelt de rol van haar leven als
balletdanseres die aan een rotvaart afdaalt in een groteske
psychologische hel, in wat we nu al de meest gewaagde film kunnen
noemen die ooit genomineerd werd bij de Oscars sinds… laat ons
zeggen ‘Apocalypse Now’.

Portman speelt Nina Sayers, een beloftevolle jonge
balletdanseres die van haar choreograaf, de flamboyante Thomas
Leroy (Vincent Cassel), de kans krijgt om de hoofdrol te spelen in
Het Zwanenmeer. Dat houdt in dat ze zowel de maagdelijke,
onschuldige Witte Zwaan moet spelen, als de verleidelijke Zwarte
Zwaan. Nina, die onder de knoet leeft van haar dominante moeder
(Barbara Hershey), nog nooit een vriendje heeft gehad en wiens hele
leven in het teken van het ballet staat, heeft weinig moeite om de
Witte Zwaan in zichzelf naar boven te brengen. De Zwarte Zwaan is
een ander verhaal. Op dat moment komt er een nieuwe danseres in de
groep: Lilly (Mila Kunis) is alles wat Nina niet is: sexy,
zelfzeker en assertief. Haar aanwezigheid zorgt ervoor dat Nina’s
mentale crisis definitief uit de hand loopt. Haar zoektocht naar de
Zwarte Zwaan – naar haar eigen seksualiteit en onafhankelijkheid –
zorgt ervoor dat ze langzaam maar zeker instort.

‘Black Swan’ wordt haast constant vergeleken met de ultieme
balletfilm, ‘The Red Shoes’, en met de ultieme backstage
bitchfight-
film ‘All About Eve’. Maar hoewel er natuurlijk
parallellen te vinden zijn (zeker met de structuur van ‘The Red
Shoes’), voelde ik nog veel sterker de aanwezigheid van Roman
Polanski’s paranoiathrillers. Vooral ‘Repulsion’ is nooit veraf,
omdat Catherine Deneuve in die film op een zeer gelijkaardige
manier haar mentale ondergang beleefde. In beide gevallen hebben we
een heldin die extreem seksueel gefrustreerd is. Nina heeft geen
enkele sociale relatie buiten die met het balletgezelschap en die
met haar moeder. Ze gaat van thuis naar het ballet en weer terug,
en dat is alles. We zien haar zitten in haar kamer, met roze
spulletjes en hordes teddyberen – een kinderkamer, alsof Nina haar
puberteit gewoon heeft overgeslagen. We krijgen hints dat ze
vroeger aan zelfverminking deed, en Aronofsky suggereert dat dit
ook min of meer de functie is die ballet voor haar vervult: het is
een vorm van masochisme, een manier om zichzelf pijn te doen, met
zere voeten, een krakende nek en een uitgehongerd lichaam (Portman
ziet er ongezond mager uit en nadat ze de hoofdrol in Het
Zwanenmeer heeft te pakken gekregen, weigert ze om een stukje taart
te eten – we zien haar ook regelmatig over de wc hangen, in een
poging om over te geven). Ze is iemand die geen (seksueel) plezier
kan ervaren en dan maar pijn opzoekt als uitlaatklep voor haar
emoties. En nu moet ze de Zwarte Zwaan spelen, waarvoor
seksualiteit en sensualiteit juist centraal staan. Dat zorgt voor
een emotionele kortsluiting die uiteindelijk hallucinaties
veroorzaakt. Ook ‘Repulsion’ ging over een seksueel trauma dat de
heldin ten slotte gek maakte, en Aronofsky refereert in de
hallucinatiescènes soms openlijk naar Polanski’s klassieker (kijk
maar naar de scène met de schilderijen).

Waar ‘Black Swan’ echt opmerkelijk wordt, is niet zozeer in zijn
verhaal, dat uiteindelijk berust op nogal goedkope psychologische
gemeenplaatsen, maar wel in zijn gedurfde enscenering. Als Darren
Aronofsky een film maakt over een danseresje dat zot wordt, dan zul
je verdorie geweten hebben dat ze zot wordt. Hij drijft de
surrealistische fantasiescènes steeds verder, tot we aan een
grotesk laatste half uur komen, waarin Nina’s waanzin explodeert in
een aaneenrijging van bizarre, gewaagde set pieces. Het
zou zonde zijn om te verklappen welke hallucinante taferelen de
regisseur precies op je los laat, maar geloof me: hij gaat ver. Zo
ver zelfs, dat er vast heel wat kijkers zullen zijn die het
allemaal bespottelijk vinden, over de top. En wie kan hen ongelijk
geven? Maar het punt is net dàt het over de top is. Het
bewonderenswaardige aan ‘Black Swan’ is juist de overgave waarmee
Aronofsky zichzelf in zijn verhaal smijt. Dit is geen film van
halve maatregelen, maar één van tomeloze overdadigheid, van geheel
zelfbewuste melodramatiek en sappige pulpiness. Misschien
dat je daar finaal op afknapt, maar zo niet, dan beleef je de meest
energieke, opwindende, heerlijk uitbundige filmervaring van de
laatste tijd.

Visueel valt het op dat Aronofsky haast consequent kiest voor
een handgehouden camera, wat geen evidente keuze is. Gezien de
sierlijkheid van de balletsetting, zou een steadicam veel logischer
zijn geweest, maar de ruwheid van het handheld camerawerk,
duwt ons nog sterker de onstabiele geest van Nina in. Er kan
trouwens gerust een thesis geschreven worden over het gebruik van
spiegels in deze film. Opnieuw een voor de hand liggend symbool –
spiegels confronteren je met jezelf, en dat kan Nina niet aan –
maar één dat met eindeloze visuele inventiviteit wordt
uitgevoerd.

En dan zijn er nog de acteurs. Natalie Portman geeft een enorm
intense prestatie als Nina. Ze draagt de film moeiteloos en brengt
subtiele nuances aan in haar vertolking, die pas écht renderen
tijdens het climactische optreden aan het einde van de film.
Tijdens die opvoering van Het Zwanenmeer geeft Portman als het ware
een korte samenvatting van alles wat haar personage heeft
meegemaakt tijdens het verhaal. En dat doet ze niet via dialogen,
maar door een dansoptreden. De andere acteurs blijven haast
automatisch een beetje in haar schaduw staan, maar Mila Kunis is
enorm sexy, terwijl Vincent Cassel moeiteloos autoritair en
verleidelijk is als de hautaine balletleider.

Kom niet klagen als je ‘Black Swan’ een ridicule vertoning vol
goedkope psychologische nonsens vindt. Die kans bestaat namelijk,
en strikt genomen is het ook een perfect valabele reactie op de
film. Maar wie zich mee kan laten slepen door de waanzin en de
haast extatische drijfkracht ervan, zal hier buitenkomen met een
gevoel alsof hij net een dosis hele goeie drugs heeft genomen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × vier =