Rumer :: Seasons Of My Soul

"Time is a friend when broken hearts are trying to mend, like this one" zingt Rumer in "Healer", met een stem die van Seasons Of My Soul een kersenpitkussen voor op uw zere hartje maakt.

Rumer is Sarah Joyce, Brits-Pakistaans, 31 ondertussen, en ze heeft al héél wat popmeisjes zien debuteren in al die jaren dat ze aan haar eerste plaat zat te schaven. Met al die meisjes heeft ze geen amandel(schilfer) gemeen. Ook de vergelijking met Norah Jones, die Joyce op tv bedolven zag onder de Grammy’s toen ze de eerste stappen richting deze plaat zette, vliegt als een duif tegen dubbel glas. Dit is niet de easy listening die de vleesgeworden luiheid er al eens van durft te maken. De vergelijkingen met Karen Carpenter, Carole King en Dionne Warwick die u ongetwijfeld al heeft zien opduiken, zijn al wat meer terecht, maar evenmin is Seasons Of My Soul zomaar een stijloefening of pastiche.

Joyce’s leven is een wasdraad van gebroken harten. "I got the blues in springtime" mijmert ze in "Aretha", en zo is het maar net. Wie de teksten zonder muziek leest — zeker doen — verwacht een doorgaans bittere plaat. Maar daar zit net de sterkte van dit hele Seasons Of My Soul: wanneer Joyce prachtig "Don’t tell me it’s allright, it’ll never be allright" croont (rillende huid, trillende lippen, elke keer weer), klonk berusting nooit zo troostend. Het is niet toevallig vanaf "Take Me As I Am" dat Joyce u pas echt in een fluwelen houdgreep neemt. Seasons Of My Soul kruipt al tijdens de eerste beluistering song per song dieper en dieper onder de ribbenkast.

Haar pakkende, mijmerende en bespiegelende teksten over "love hidden beneath a wound that won’t bleed" hangt ze te drogen in een anno nu zeldzame, de perfectie benaderende mix van bloedmooie melodieën, zanglijnen en verzachtende arrangementen. Samen met Steve Brown, die tot dan toe louter tv-jingles en musicals componeerde, maakte ze zo een plaat die zich nestelt tussen de talloze soortgenoten exact veertig jaar geleden, toen Burt Bacharach (gewéldige songschrijver) pas echt z’n draai begon te vinden — geen toeval dat Bacharach en Joyce elkaars grootste fans zijn. In die tijd was ze waarschijnlijk minder opgevallen als nu, een tijd waarin popmeisjes hun hartzeer om ter hardst uitkweelden. Zit Duffy tegenwoordig blijkbaar al in een hoekje te janken omdat haar vorige plaat voor geen meter verkocht, dan kan ze maar beter Seasons Of My Soul niet horen.

Joyce en Brown daarentegen doseren met haar stem en hun arrangementen, nog iets wat hen onderscheidt. Backing vocals komen steevast op het juiste moment meewiegen, elke kraakheldere noot staat in dienst van sfeer en melodie. De impact van deze onthaasting voor lijf en liefdesleden is daarmee totaal. De openingsnummers zet u die eerste lentezondagochtend waarschijnlijk nog wel graag op terwijl uw spondegeno(o)t(e) een vers fruitsapje perst of een aardbei in dat glas champagne mikt — de kinderen zijn toch bij de bomma blijven slapen — maar gaandeweg wordt de plaat steeds melancholischer van toon. Piano’s doen bladeren vallen, een eenzame viool, harmonica of trompet jaagt een briesje door de songs. Het maakt van Seasons Of My Soul zo’n pakkend geheel dat er zich sinds het verschijnen van deze plaat nog eens laagje stof op de skip-toets vormde. Was dat even geleden.

Seasons Of My Soul is door dat alles van een vandaag steeds zeldzamere tijdloosheid in alle facetten van het woord. "Sometimes I feel so temporary just like those summer days" zingt ze halfweg de plaat. Niks zou minder waar mogen zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 + negentien =