Sarah Ferri + Marco Z + Rumer :: 7 juli 2012, OLT Rivierenhof

Vallen de platen van Rumer het best te degusteren gezellig warm binnen met iets sterks in de hand terwijl het buiten regent dat het klettert, dan verzoop haar eerste concert in een gietende regenbui die enkele straten in het Antwerpse blank zette. Maar kijk: haar verzengende melancholie werd een open haard wier vlammen likten aan ieders doorregende kleren of gebroken hartjes van nu of weleer.

Over het kanaal ontbreekt het Rumer niet aan commercieel en door kritieken ondersteund succes, op het vasteland wil het minder lukken. Over het onbegrip daarover later meer. Want mede daardoor werd de ticketverkoop aangezwengeld door Sarah Ferri en Marco Z aan de affiche toe te voegen: twee Belgen die dit jaar opvallend debuteerden en een festivalzomer goed kunnen gebruiken om te roderen.

De ene slaagt daar al beter in dan de andere: Sarah Ferri met name speelt een opvallend volwassen set terwijl het volk gezapig toestroomt, vaak met de cava in de hand. De Gentse chanteuse kan omschreven worden als een Lady Linn met angels en imposantere stem, een snuifje avant garde erbij, en een resem sterke songs. Daarbij valt vooral live op hoe gedoseerd Ferri haar kleurrijke stem gebruikt en hoe wars van vervelende maniertjes haar presence is. Twee valkuilen waar een alom geprezen Selah Sue steevast in tuimelt. Ferri’s songs hebben al jaren gerijpt, en dat laat zich horen. “Dancing In A Supermarket” is sublieme sfeerschepping die Amélie Poulain op het podium zou doen dartelen. “This Is A Moment” en “Were You There” verraden dat dit alles geen toevaltreffer is: Ferri heeft een van de sterkste Belgische debuten van het jaar afgeleverd en is de perfecte naam op eender welke affiche deze zomer. Ga haar zien. Dan kan u over enkele jaren zeggen dat u er als eerste bij was. In het oog te houden.

In complete tegenstelling tot Marco Z, die met “I’m A Bird” de irritante behaagzucht van een Milow evenaart, maar zelfs kwalitatief (kun je nagaan) in hem zijn meerdere moet erkennen. Een single die tijdens het halfdronken kleiduifschieten raak treft bij het Grote Publiek, terwijl de andere schoten compleet doel missen. Schabouwelijk Engels, armtierige songs die schetsen in de jongenskamer niet overtreffen, er rest slechts één conclusie: geen zomer zonder eendagsvliegen.

En net wanneer Rumer eindelijk een Belgisch podium betreedt, begint het onbedaarlijk te gieten. Terwijl brandweerwagens in de weide omgeving uitrukken, slaagt Sarah Joyce erin het geluid van stortregen iets kalmerends mee te geven, perfect geïntegreerd in haar tijdloze sound die aanleunt bij Dionne Warwick en Karen Carpenter. In Rumers hart regent het namelijk altijd, want regen is als hartzeer van alle seizoenen.

Seasons Of My Soul is dan ook de titel van haar quasi perfecte debuut, dat kwalitatief Duffy en Adele in de schaduw zet. Vooral dankzij die stem, als een kersenpittenkussentje voor gebroken harten. Het gevaar van easy listening loert echter om de hoek en, jawel, duwt die snijdende weemoed van haar debuut opzij op de pas verschenen coverplaat Boys Don’t Cry: een resem betrekkelijk oppervlakkige covers van mannelijke artiesten uit de jaren zeventig. Rumers stem heeft een pakkende melodie nodig zoals een boot water, en daar ontbreekt het op haar tweede plaat aan. Geen wonder dan ook dat het vooral haar eigen songs zijn die het Openluchttheater muisstil en in opperste vervoering krijgen.

Opener “Come To Me High”, “Slow”, “Take Me As I am” en vooral “Thankful” bewijzen dat het puurste kippenvel niet vanuit koude ontstaat. Authentieker kan iemand niet op het podium staan. Joyce heeft constant een hypnotherapeut ter harer beschikking om zich van haar podiumangsten af te helpen. Net zo in haar bindteksten, waarin ze al eens begint te stotteren en ze zich al te vaak excuseert dat zij wél droog staat. Met “This song is about pushing away someone when you love him the most, need him the most” kondigt ze “Take Me As I Am” aan, waarna ze de ogen neerslaat. Hetzelfde met “This is about being in love, being infatuated with someone, but he doesn’t feel the same”, wanneer ze “Slow” aankondigt. Dit is geen pose, dit is muziek als een must voor iemand als zij.

Tachtig minuten lang is het dan ook meer dan zomaar genieten van een optreden dat bewijst dat muzikale schoonheid en puurheid eender welke muzikale trend met de ogen neergeslagen overleeft. En dat de meest zoetgevooisde stem als een dolk in ieders hart kan prikken. Daar kan haar coverplaat niks aan veranderen: geduldig legt ze de keuze voor elke song uit. En vreemd genoeg zijn het de covers die de “gewone” release niet gehaald hebben die rillingen veroorzaken: haar pianoversie van Neil Youngs “A Man Needs A Maid”, niet zijn beste nummer, ontroert tot tranens toe, bisnummer “Lady Day and John Coltrane” van Gil Scott Heron jaagt de vlam in de pijp en doet de exquise begeleidingsband van Rumer tot in het uiterste excelleren.

Adele mag dan wel met het grootste succes gaan lopen zijn, en van deze (pn) hoort u geen onvertogen woord over haar: Rumer is van een totaal andere orde. Seasons Of My Soul is van een tijdloosheid zoals veel te weinig platen vandaag. Dat Sarah Joyce dat live nog meer verdiept en uitpuurt in een stortbui zoals we er zelfs deze zomer geen drie zullen meemaken, zegt meer dan eender welk aantal sterren, punten of superlatieven kunnen zeggen. Zo’n stem als de hare ontdekt u niet elke vijf jaar, een authenticiteit als de hare evenmin.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twintig + 16 =