Drive-By Truckers :: Go-Go Boots

Sommige artiesten vinden zichzelf met elk album opnieuw uit en schudden hun oud geluid van zich af als een oude huid. Andere blijven trouw aan het geluid dat hen van bij het begin vergezelde als een trouwe reisgenoot. Voor beide opties valt iets te zeggen, op voorwaarde uiteraard dat de artiest of band in kwestie voldoende talent in huis heeft om blijvend te boeien.

Drive-By Truckers behoort duidelijk tot de tweede groep artiesten. Wie de ondertussen negen studioalbums naast elkaar legt, hoort geen wezenlijke verschillen in de aanpak. De kleurschakeringen die aanwezig zijn, verschillen hoogstens lichtjes in tinten en springen nergens uit de band. De stelling dat Go-Go Boots als een R&B murder album opgevat dient te worden en dat het aldus frontman Patterson Hood "most different and most Muscle Shoals sounding album" is, mag dan ook met een korrel zout genomen worden.

Uiteraard zijn er verschillen te horen met het vorig jaar verschenen The Big To-Do dat in dezelfde periode opgenomen werd als dit album. Zo is Go-Go Boots veel ingetogener en ademt het een andere sfeer uit dan zijn voorganger, maar tezelfdertijd is de mix van country en (southern) rock op dit album net zo goed prominent aanwezig. Het grote verschil met de vorige platen is de scheut soul die meer dan ooit doorklinkt, niet in het minst op de twee Eddie Hinton-covers die het album sieren.

Hinton, die vooral naam maakte als Muscle Shoals-sessiemuzikant en een directe collega was van Hoods vader, bracht tijdens zijn korte leven (hij werd slechts 51 jaar) enkele albums uit maar is vooral bekend vanwege het nummer "Breakfast In Bed" (geschreven voor Dusty Springfield). "Everybody Needs Love" (van Hintons album Letters From Missipi) wordt door Hood doorleefd gebracht maar mist toch de soul-toets die Hinton er in wist te leggen. "Where’s Eddie" (gebracht door Lulu op New Routes) daarentegen krijgt niet in het minst dankzij bassiste Shonia Tucker een mooie en soulvolle invulling mee.

Het enige andere nummer waarop Tucker het voortouw neemt, "Dancin Ricky", moet duidelijk de duimen leggen tegenover deze song en maakt opnieuw duidelijk dat ze de zwakste van de drie songschrijvers binnen de band is. Cooley en Hood daarentegen blijven opnieuw aan elkaar gewaagd, zelfs al eist Hood met acht songs tegenover drie van Cooley het leeuwendeel van de plaat voor zich op. Het meest opvallende hierbij is dat Cooleys nummer opmerkelijk goedgeluimder klinken dan deze van Hood. Want waar "The Weakest Man", "Cartoon Gold" en "Pulaski" een country-swing in zich meedragen, zoekt Hood vooral neerslachtige sferen op.

Valt er in "Used To Be A Cop" nog een broeierige ondertoon te horen en kiest "I Do Believe" voor een opzwepender klinkt (niet in het minst door de drum) maar net zo goed hoopvoller en rustiger geluid, dan laten de andere songs vooral een niet-gedefinieerde droefenis horen. De nuanceverschillen in "Ray’s Automatic Weapon", "Assholes" ,"The Fireplace Poker", "The Thanksgiving Filter" en "Mercy Buckets" zijn weliswaar duidelijk onderscheiden van elkaar maar kunnen net zo min ontkennen dat ze allen een meeslepende geluid in zich benaderen die sterk verschilt van de andere songs .

"If The Big To-Do was an action adventure summertime flick (albeit with some brainy and dark undercurrents) this one is a noir film." liet Hood een tijdje geleden weten over Go-Go Boots. Het mag dan wel wat plastisch uitgedrukt zijn, op zich valt er zeker iets te zeggen voor de stelling. Go-Go Boots is een opvallend ingetogen en stille plaat. De ideale introductie tot de band is het hierdoor niet geworden maar wie van The Big To-Do hield, krijgt met dit album wel een mooie aanvulling te horen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

7 − 2 =