Het 2010 van Stavros Kelepouris

De beste albums:

1. Arcade Fire:
The Suburbs

Met Funeral en Neon Bible hadden de Canadezen hun kunde bewezen
zoals geen andere groep sinds in het Manchester van 1991 Definitely
Maybe het begin inluidde van Oasis. Op The Suburbs maakt Arcade
Fire resoluut rechtsomkeer, maar slechts een kniesoor die daarom
maalt. Het werd een coming-of-age plaat zonder ook maar één slecht
nummer. Integendeel, de helft van de tracks klinkt nu al als een
tijdloze klassieker. ‘Ready To Start’, ‘Modern Man’, ‘Rococo’,
‘City With No Children’, ‘Suburban War’ – wij kunnen er voorlopig
niet bij hoe geweldig The Suburbs is. Over 15 jaar zal men over
2010 praten als het jaar waarin Arcade Fire definitief naar het
Grote Pantheon op weg ging.
In Nashville zijn er naar het schijnt een handvol broers en neven
die Arcade Fire maar een hoopje poseurs vinden. Hoe gaat dat
adagium ook weer, over de pot en de ketel?

2. These New
Puritans: Hidden

De eerste maal dat wij Hidden een kans gaven, hebben we het album
letterlijk 12 keer na elkaar afgespeeld. Integraal. Eigenlijk zegt
dat genoeg. Meer nog dan Arcade Fire getuigt These New Puritans van
een ongebreidelde inventiviteit en een muzikaal spectrum dat
ongeveer even breed ligt als wat Animal Collective op Merriweather
Post Pavilion deed. Blazers, percussie, M.I.A., geslepen zwaarden,
kinderkoren, meloenen met cream crackers (om het geluid van een
gespleten schedel na te bootsen!) en de dreigende stem van Barnett
spelen een subtiel spel dat op Hidden de spanning tussen de
existentiële angst in de grootstad en de harmonie van het
platteland lijkt uit te maken. Als de stormram van het trio ‘We
Want War’ – ‘Three Thousands’ – ‘Attack Music’ u niet overtuigd,
dan doen ‘Hologram’ en ‘Drum Courts/Where Corals Lie’ dat
wel.

3. The Black
Keys: Brothers

Dat Dan Auerbach en Patrick Carney zich met brons tevreden moeten
stellen, zegt meer over de tegenstand dan over hen, want wij hebben
de afgelopen maanden met Brothers geleefd. Sexy, bitsig, vol
zelfvertrouwen en met een geüpdatete sound heeft het duo zich naar
de top van hun kunnen gewerkt. In onze recensie gaven we hen vier
sterren, maar eigenlijk was dat er één te weinig. Onze excuses,
Dan!

4. The National:
High Violet

Meesterlijk en van een verbluffende schoonheid, beter kunnen we het
niet verwoorden. Zonder veel poeha en met des te meer intelligente
songs is The National een band geworden die van zich laat horen. In
de AB bewezen ze dat ze live hetzelfde niveau kunnen aanhouden. Wij
schieten letterlijk woorden tekort om te beschrijven hoe goed High
Violet het is. Vergeef het ons en koester dit plaatje.

5. Titus
Andronicus: The Monitor

Wij hebben dit jaar geen enkele song vaker beluisterd dan ‘A More
Perfect Union’. Ingeleid door een stel historische woorden van Abe
Lincoln werkt het zich – met een vette knipoog naar Springsteen –
op naar een nummer dat perfect vat waar Titus Andronicus voor
staat. Het zijn zotten die uit de goot van New Jersey hoop halen
uit het feit dat het enkel beter kan – en dat als geen ander
vertolken. De punk die van The Airing Of Grievances met voorsprong
het meest opwindende debuut van 2008 maakte, wordt aangevuld met
een levensvreugde die aan het beste werk van The Hold Steady doet
denken. Titus Andronicus is nog niet doorgebroken bij het grote
publiek, maar we vermoeden dat zulks niet lang meer op zich laat
wachten.

6. The Dead Weather – Sea Of Cowards
7. Local Natives – Gorilla Manor
8. Beach House – Teen Dream
9. Yeasayer – Odd Blood
10. Eels – End Times
11. The White Stripes – Under Great White Northern Lights
12. Antony And The Johnsons – Everything Is New
13. Brian Eno – Small Craft On A Milk Sea
14. Grinderman – Grinderman 2
15. Vampire Weekend – Contra
16. Sun Kil Moon – Admiral Fell Promises
17. Holy Fuck – Latin
18. Liars – Sisterworld
19. Caribou – Swim
20. Autechre – Oversteps
21. Villagers – Becoming A Jackal
22. Spoon – Transference
23. Admiral Freebee – The Honey And The Knife
24. Broken Social Scene – Forgiveness Rock Record
25. The Walkmen – Lisbon

Beste concerten:

1. The National (AB)
Oprecht, kwetsbaar, inventief, matuur en bloedmooi. The National
kondigde zich fluisterend aan als concert van het jaar, en maakte
dat helemaal waar. We vrezen dat het de laatste keer is dat ze in
kleine zalen gaan touren, maar daar valt weinig aan te doen. The
National is een grote band geworden, dames en heren.

2. Arcade Fire (Rock Werchter)
Win Butler en vrienden mochten de nacht inleiden, en haalden daar
hun beste materiaal voor boven. ‘No Cars Go’, ‘Keep The Car
Running’ en vooral ‘Rebellion (Lies)’ klonken grootser dan ooit, en
het nieuwe materiaal klonk vanaf de eerste keer verbluffend. Als
The National niet zo ongelooflijk mooi was geweest in Brussel, had
dit onze beste muzikale herinnering aan 2010 kunnen zijn.

3. The Black Keys (Rock Werchter)
Met jongste telg Brothers onder de arm traden The Black Keys onder
een stralende zon de menigte van Werchter tegemoet. Weinig
verrassingen, maar de twee kompanen waren duidelijk in bloedvorm.
De gitaar van Dan Auerbach jankte als nooit te voren en Patrick
Carney ging zijn vellen te lijf met een vastberadenheid die geen
grenzen kende. Zeer straf.

4. Titus Andronicus (Charlatan)
Helemaal uit Mahwah, New Jersey komen om voor twee man en een
paardenkop te spelen, erg dankbaar is het niet. Wie er wel was,
kreeg een uppercut te verwerken die ons twee hoektanden kostte.
Maar het was het waard, want Titus Andronicus speelde alsof hun
leven ervan afhing. Brutaal en niets ontziend, en vooral met de
gedrevenheid van een band die niets te verliezen heeft maar alles
wil ontdekken. Eén van de strafste groepen die de laatste twee jaar
is opgestaan, en dat bewezen ze live maar wat graag.

5. Fuck Buttons (AB)
Speelden in het voorprogramma van 65daysofstatic, maar overklasten
hen op elk niveau. Loeiharde drones en dansbare noise op het randje
van creatie door vernieling. Niet voortdurend spannend, maar in
zijn geheel ongemeen sterk.

Beste re-issue: Bob Dylan met ‘The Original Mono
Recordings’: De eerste acht platen van onze favoriete bard
uitgegeven zoals ze meer dan 40 jaar terug te beluisteren waren, in
mooie LP-replicahoesjes. Geen enkel nummer klinkt gedateerd, geen
enkel album onvolkomen. Laat het een zoveelste argument zijn om de
man eindelijk die Nobelprijs te geven.
Grootste teleurstelling: JJ met ‘N°3’: Nergens
vergelijkbaar met voorganger N°2, dat nochtans van een
ongebreidelde schoonheid getuigde. Jammer, zeer jammer. Hun
volgende kondigt zichzelf aan als een mixtape, dus u kan wel
verwachting dat onze verwachtingen zich momenteel onder het
vriespunt bevinden.
Meest wisselvallige album: Kings Of Leon met ‘Come
Around Sundown’: Soms fantastisch, soms barslecht. We zijn al lang
blij dat het niet zo erg is als Only By The Night.
Beste muziek-DVD: The White Stripes met ‘Under
Great White Northern Lights’: bewijst nogmaals dat Jack White de
grootste muzikant van zijn generatie is.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

14 − 8 =