Het 2010 van Sarah Vandoorne

De beste albums:

1. The Tallest
Man on Earth: The Wild Hunt

2010 is zonder twijfel het jaar waarin ik verliefd werd op Kristian
Mattson. Een summer fling, zo u wil, maar dan met iets
meer diepgang. De lieve man gaf een adembenemend optreden op
Pukkelpop en wist zo vele harten te veroveren, tot in de Brusselse
Botanique dit najaar zowaar, en zal zonder twijfel opnieuw voor
kippenvel zorgen op Les Nuits Botanique in mei 2011. ‘The Wild
Hunt’ komt recht uit het hart van deze folkminnende
singer-songwriter en staat garant voor een duidelijke stap
voorwaarts sinds zijn eveneens overdreven mooie ‘Shallow Grave’.
Luistert u er vooral ‘The Drying of Lawns’ op na, of het geliefde
‘King of Spain’.

2. Tame
Impala: Innerspeaker

Debutanten die je meteen weten met verstomming te slaan, zo kan je
Tame Impala zeker omschrijven. Deze Australische jongens zijn
eigenhandig verantwoordelijk voor de heropleving van een gouden
tijdperk. Sixtiessound alom op ‘Innerspeaker’, tot grote vreugde
van muziekliefhebbers aller lande. Zo vormt Tame Impala een
hedendaags antwoord op de krankzinnige psychedelica van Syd Barrett
en de tijdloze pop van John Lennon en zijn Beatles. Dromerig,
episch, retro zonder enige oubollige noot en verrassend
fantastisch.

3. Isobel
Campbell & Mark Lanegan: Hawk

De Schone en Het Beest doen het opnieuw: een enkele keer
countryswingend als nooit tevoren (‘Get Behind Me’), een andere
maal bloedgeil (‘Come Undone’) maar altijd subliem en betoverend
prachtig. Isobel Campbell heeft de touwtjes stevig in handen maar
overtuigt vriend en vijand van haar talenten, die raak aangevuld
worden door de schuurpapieren strot van haar muzikale rots in de
branding. Leg vooral ‘Time of the Season’ op om volledig in de
kerstsfeer te komen.

4. The Black
Keys: Brothers

Al reeds het zesde pronkstuk van het krachtdadige duo
Auerbach-Carney dat hitgevoeligheid afwisselt met heel wat
authentieke blues. Het overstijgen van de tijdsgeest is een talent
dat weinig artiest gegund is maar Dan Auerbach en Patrick Carney
weten ons volledig te overtuigen van hun kunnen met nummers als
‘Howlin’ for you’ en het onnoemelijk prachtige ‘Too afraid to love
you’. Dat laatste mag alvast als meest zielsroerende nummer van het
jaar bestempeld worden.

5. For a Minor Reflection: Höldum í átt að
óreiðu
Onbekend maar zeker niet onbemind
meesterwerkje van IJslandse bodem, vol postrock zoals we het graag
hebben: epische soundscapes met af en toe een vleugje pop. De
straten in Reykjavik lopen bol van de talentrijke artiesten die
stuk voor stuk een uniek geluid weergeven. For a Minor Reflection
bezorgde ondergetekende alvast het meest magische concert van dit
muziekjaar, nu is het nog aan u om hen snel te ontdekken voor 2010
volledig op zijn einde loopt.

6. Beach
House: Teen Dream

Beach House betekende al drie platen lang vernieuwing in
indiepopland, hetzij door de merkwaardige stem van haar frontvrouw,
hetzij door het tot de verbeelding sprekende genre dat zij
bekleden. Droompop wordt de magistrale muziek van Victoria Legrand
en Alex Scally ook wel eens genoemd, een term naar waarheid
aangezien de zweverigheid uit uw cd-speler spat bij het beluisteren
van het frivole ‘Teen Dream’. Hits als ‘Zebra’ en ‘Norway’ zijn
meer dan te pruimen, en hoewel er geen songs van het torenhoge
kaliber van pakweg ‘Heart of Chambers’ te bespeuren zijn, bewijst
Beach House surrealistische zweefmuziek te maken die de
schilderkunst van Dalí haast doet verbleken.

7. Deerhunter:
Halcyon Digest

Opmerkelijk meesterwerk dat alle lof verdient en meer. ‘Halcyon
Digest’ brengt ons een atmosferisch beklemmende combinatie van
ambient en pop, dat zich vertaalt naar instant culthitjes als het
hypnotiserende ‘Helicopter’ of het bovenal wondermooie ‘Desire
Lines’. Dit jaar tourden ze rond met Spoon, maar tegelijk overklast
hun laatste plaat de vergelijking met laatstgenoemde band in ieder
opzicht. Zonder twijfel een ontdekking waard.

8. The
National: High Violet

The National zet eindelijk voet aan wal in de hitlijsten zonder een
greintje van zijn eigenheid te verliezen. ‘Boxer’
stond in 2007 meer dan zijn mannetje, maar ‘High Violet’ toont zich
de ontegensprekelijke doorbraak van deze goedhartige indierockband
waar er gewoonweg niet naast te kijken valt. Matt Beringer verdient
alvast een award voor de vreemdste en tegelijk meest charismatische
frontman van het jaar, maar zijn dubieuze voorkomen vergeven we hem
met graagte indien The National belooft nog lang nummers als het
bloedmooie ‘Bloodbuzz Ohio’ te maken. Iets waar u zich me dunkt
helemaal geen zorgen in hoeft te maken: de tijdloze schoonheid van
The National zal met wat geluk nog op talloze albums
zegevieren.

9. Motek:
Dragons

Heerlijke postrockparel uit eigen land die weet te overtuigen van
de eerste tot de laatste noot als een roesmiddel dat je niet weet
los te laten. Toptrack ‘Kobenhavn’ bewijst zonder twijfel de
hernieuwde kracht van Steven Biebaut, Wout Roelandts en
wereldreiziger Ken de Cooman. Dat belooft alvast voor optredens die
ons wederom van onze sokken zullen weten te slaan in het
voorjaar.

10. Sufjan
Stevens: All Delighted People EP

Sufjan Stevens wist een publiek aan trouwe en minder trouwe
luisteraars te overtuigen met een klasbak van een EP die zijn
daadwerkelijke nieuwste album, ‘The Age of Adz’, met verve
overtreft. Een symfonisch epos om duimen en vingers aan af te
likken. De ‘original people’-versie van ‘All Delighted People’ is
amper te evenaren, maar gun ‘Heirloom’ zeker ook talloze
luisterbeurten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijftien − 2 =