Starve :: Wasteland

Badger Records, 2010.
Headfirst! Records

Dit is de eerste plaat van deze jonge Nederlandse
sludgemetalband, en het is een erg fijn plaatje geworden dat je
bovendien gratis kan downloaden via hun Bandcampsite. “Fijn” is nu
wel een bijvoeglijk naamwoord dat we doorgaans niet snel associëren
met sludge, toch klopt het ergens wel. Sludge noemt men gemeenzaam
in één adem met drugs/drank/pillenmisbruik, agressie en depressie.
De voorbeelden (Eyehategod, Crowbar, Iron Monkey, Buzzov*en, etc)
deden daar hard genoeg hun best voor in de jaren negentig.

‘Wasteland’ noem ik dus fijn met een zekere zin voor
perspectief, en niet fijn zoals je een zachte fauteuil en een kop
hete lindebloesemthee fijn noemt. Starve slaagt er echter in om een
op-en-top sludgeplaat te maken die nergens over de grens gaat van
wat je nog muziek kan noemen, noch over die van wat je emotioneel
aankan zonder plaatsvervangende schaamte of het begin van een
psychose te voelen.

Opvallend van in het begin is de lo-fi productie van
‘Wasteland’. De instrumenten zijn goed op elkaar ingespeeld en de
drummer houdt het ritme strak, maar over het geheel hangt het
losjes-uit-de-pols-gevoel van een repetitie. De drums hebben een
natuurlijke klank met een beetje galm en de bas is erg hoorbaar en
nauwelijks voorzien van distortion. Zelfs de gitaren hebben, laag
gestemd natuurlijk, een gevoel van levendigheid in zich. Nu ja, in
de riffs dan. Die typisch feedbackende nultempo breaks met
één noot per vijf seconden kom je ook bij Starve tegen. ‘t Is iets
waar je misschien wat aan moet wennen.

Even kenmerkend voor het genre is de erg rochelende,
schreeuwerige zang en de vokill-ist van Starve heeft met zijn
bijdrage een belangrijke invloed op het totaalgeluid van de band.
Hij varieert redelijk veel in de vorm van stemmishandeling, en gaat
bij momenten zelfs over op een soort van tenenkrullend
clean kattengejank. Dankzij de emotionele geladenheid
ervan is dat echter wel op zijn plaats.

Al dat geleuter over “fijn” ten spijt, is deze schijf wel
degelijk gevuld met bijna vijftig minuten loodzware laaggestemde,
scheurende, jankende en beukende muziek. Het begin kan nog wat
misleidend zijn. ‘This Town is Dead’ bevat een duidelijke
bourbon bluesgroove en zelfs een onverwacht stukje
slidegitaar. ‘Preachers Without Faith’ en ‘Stuck’ opereren in
dezelfde zone, maar laten soms al eens het ampele haar op de tanden
zien tijdens een korte nekbrekende versnelling, of door net het
tempo te bevriezen en golven feedback op ons los te laten.

Beeld u ook in dat bij al die variaties in gitaargeluid of
tempo’s een gepaste misvorm van stembeheersing hoort. Vooraleer de
lange titeltrack er aankomt, horen we nog ‘Fill the Void’ dat in
essentie één lange loodzware stonede riff is die, gedragen door
jachtige drums, je relatief blij gezind afzet bij het startpunt van
8 minuten übersludge. ‘Wasteland’ begint traag en bouwt noot per
noot op naar de eerste riff, en dan akkoord per akkoord naar een
krachtige uitbarsting. Toch krijg ik nergens het gevoel aan het
lijntje gehouden te worden, behalve misschien op het einde waar er
wat stilte is blijven plakken. Misschien het mp3-equivalent van een
elpee omdraaien?

De B-kant begint met ‘Homesick’, dat voorzien is van de sterkste
groove van het hele album en me nogal doet denken aan de Japanse
seriemoordenaarsvriendjes van Church of Misery denken. We blijven
in het thema met ‘Homeless’ dat ook stilistisch verwant is aan het
vorige, maar een tikje brutaler en desperater klinkt.
‘Einzelgänger’ is één van de sterkste en meest gevarieerde nummers
op ‘Wasteland’. Het heeft een ritmische gelijkenis met Godflesh, en
ook qua toon lijkt het wat kouder en afstandelijker dan de
rest.

Vooraleer af te sluiten met ‘Starve’ worden we nog getrakteerd
op een cover van ‘Strange Fruit’ van Billie Holiday, een vreemde
keuze. Ze maken er ook een wat vreemd hoorspelachtig iets van (weer
met slidegitaar!). Het slotnummer zelf begint dan weer erg doomy
met veel dreiging in de zang. Na een tempoversnelling laat de band
het nummer en hun debuutalbum wat uitdijen, en dan zit je daar met
je kop vol riffs en je oren vol scheurende stembanden en kletsende
cimbalen.

Dit is een straf debuut dat de woede en uitzichtloosheid van het
genre goed vat in een reeks afwisselende songs, die bij momenten
zelfs redelijk catchy zijn en met gepast gebruik van
primitieve feedback of zelfs wat sfeervollere klanken. Toch heb ik
soms het gevoel dat het wat power mist, waarschijnlijk een gevolg
van de lo-fi opname. Met andere woorden: waar ‘Starve’ nu
vooral stevige buikstompen uitdeelt, zou dat in de toekomst moeten
evolueren naar knock-out kopstoten.

http://starve.bandcamp.com/
http://www.myspace.com/starvemotherfuckers

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

dertien − elf =