Portico Quartet :: Isla

Real World, 2010.

Voor popliefhebbers bevindt jazz zich nog al te vaak op een
onbereikbaar eiland. Tussen het vasteland van de vertrouwde
popstructuren en de jazzconventies gapen dan ook diepe wateren.
Geen toeval dan ook dat Portico Quartet met een albumtitel als
‘Isla’ die afstand verkleint. Op hun tweede full-cd hijsen deze
vier Londenaars je aan boord van hun ferry die je meeneemt naar een
wonderlijk drielandenpunt waar jazz, elektronica en pop elkaar
ontmoeten. Een retourtje boeken is overbodig, want ‘Isla’ grossiert
in het soort betoverende schoonheid die noties als tijd en ruimte
doet vervagen.

Dat jazz een uitstekende sausbinder is, hebben vele acts in
verschillende geledingen van de pop- en rockmuziek al bewezen.
Morphine goot een flinke scheut bij hun aardedonkere rock, Tortoise lengde hun
postrock ermee aan en Hanne Hukkelberg strooide een paar snuifjes
over haar sprookjespop. Waar de jazz-insteek bij die acts echter
niet groot genoeg is om schares fans over de jazz-streep te
trekken, is dat bij Portico Quartet wel het geval. Net als bij
Triosk vormt
jazz namelijk het fundament van hun sound, een onderlaag die wordt
bedekt met Warp-elektronica en filmisch minimalisme.

En wie ‘Warp’ en ‘filmisch’ in een en dezelfde zin gebruikt, kan
uiteraard moeilijk om Radiohead heen. ‘Isla’ drijft dan ook een
plaat lang op de cinematografische pracht van hun ‘Pyramid Song’.
Opener ‘Paper Scissor Stone’ kon met z’n schaduwrijke
pianoaccenten, stuiterende elektronica en stuwende percussie dan
ook zo op ‘Amnesiac’ hebben gestaan. Ook ‘Dawn Patrol’ en ‘The
Visitor’ zijn op diezelfde leest geschoeide klankaquarellen die je
gestadig maar onverbiddelijk meesleuren naar abyssale dieptes.

Door hun atmosferische sound komt Portico Quartet naast Radiohead ook nog in
het vaarwater van acts als Sigur Rós en Four Tet terecht,
maar jazzcats kunnen op hun beide oren slapen: het
kloppende hart van hun muziek blijft jazz. Geen extatische freejazz
of hardbop uiteraard, maar een subtiele, verstilde en ingehouden
variant. Op ‘Isla’ hoor je dan ook geen atonaal gekwetter, maar
melodieus maatwerk van soundscapes en piano waarover drums en de
saxofonen van Jack Wyllie hun gedoseerde ding doen.

Portico Quartet vindt dan ook in de meeste composities het
perfecte evenwicht tussen groove, sfeer en melodie. Luister maar
naar het afsluitende titelnummer, een meeslepende sleper waaruit
alle overbodige vet is weggesneden. Een licht norse double bass,
een treurende sax, wat subtiele cimbaaltikken en een eenvoudig
pianomotiefje: net als de late Talk Talk zoekt dit kwartet het niet
verder dan de essentie.

Na hun debuut ‘Knee-deep In The North Sea’ (genomineerd voor de
Mercury Prize trouwens) graaft Portico Quartet nog dieper met
‘Isla’. Met een oorverdovende verstilling bulldozeren ze de stevig
gebetonneerde hokjes tussen jazz en pop plat. Van jazzcats
over ambientfans tot Steve Reich-adepten and beyond: dit
viertal heeft het potentieel om ze allemaal overstag te doen gaan.
Er moesten meer bands als Portico Quartet zijn!

http://porticoquartet.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × 3 =