Brian Eno :: Small Craft On A Milk Sea

Brian Eno. Slechts weinigen wisten het muzikale landschap danig te veranderen, zonder dat hun ego daarbij in de weg kwam te staan van hun liefde voor de muziek. Eno’s nieuwe album Small Craft On A Milk Sea onderstreept andermaal dat het voor hem al lang niet meer gaat om persoonlijke erkenning, maar wel om de zoektocht naar auditieve perfectie.

Als we het hebben over impact op de muziekscène, kunnen we niet om Brian Eno heen. Begin jaren zeventig begon hij zijn carrière als toetsenist bij Roxy Music, maar na een dispuut met zanger Bryan Ferry verliet hij de groep al snel om niet veel later eigenhandig de ambientmuziek op de kaart te zetten. Al was de Brit wellicht het invloedrijkst als producer; Eno bepaalde immers het geluid van baanbrekende platen als Low (David Bowie), Remain In Light (Talking Heads) en The Joshua Tree (U2). Schreven we hier enkele weken geleden nog dat ‘een goede producer in de meeste gevallen nog geen goed artiest maakt’, dan is Eno de uitzondering die onze regel bevestigt. Want na het wat makke Another Day On Earth (2005), slaat hij nu terug met een spannende, dynamische plaat.

Small Craft On A Milk Sea is een instrumentaal album dat weinig gelijkenissen met zijn voorganger vertoont. De vijftien tracks lijken vage impressies, maar in werkelijkheid gaat het om meticuleus ineengezette geluidscollages, opgetrokken uit het resultaat van dagenlange improvisatiesessies met toetsenist Jon Hopkins — die samen met Eno aan Coldplays Viva La Vida sleutelde — en gitarist Leo Abrahams. Eno spreekt zelf van afzonderlijke microcomposities die samen één overkoepelende macrocompositie vormen. En zo is het maar net, je voelt dat er veel aandacht besteed is aan de opbouw, dat er in de studio — ook al is de basis een gevorderde improvisatie-oefening — tijd genomen werd om zorgvuldig aan de structuur te sleutelen.

De plaat vangt aan met een aantal prima ambienttracks (“Emerald And Lime”, “Complex Heaven” en “Small Craft On A Milk Sea”) die elkaar vreedzaam en beheerst aflossen, alsof het trio elkaar nog wat aan het besnuffelen is. Het gejaagde “Flint March” vormt een overgang naar het middenstuk dat meer ritmische nummers bevat; de stemming slaat om en het behaaglijke gevoel zakt steeds dieper weg. De dreiging culmineert in “2 Forms Of Anger”, waar grimmige gitaren een hoofdrol opeisen. Naar het einde toe vinden de nummers opnieuw aansluiting bij de meer ingetogen sfeer van het begin van de plaat. Dat het geheel perfect geproducet is, mag niet verbazen van een geluidsfetisjist als Eno.

Hier en daar wordt Small Craft On A Milk Sea als filmmuziek afgedaan, wat de plaat toch wel te kort doet. Hoe je het ook draait of keert, soundtracks zijn afgestemd op het beeld en vervullen slechts een secundaire rol. Dat terwijl de sterkte van deze plaat net ligt in het ongedwongen karakter ervan, in het feit dat er helemaal geen restricties zijn. Small Craft On A Milk Sea is veel meer dan zomaar ‘een soundtrack bij’, het is een suggestieve plaat vol sonische landschappen die nu eens somber (“Horse”) en dan weer lieflijk (“Emerald And Stone”) uitgetekend worden. Hierdoor kan het album hooguit als filmisch bestempeld worden.

Small Craft On A Milk Sea laat horen dat een plaat die opgebouwd is uit improvisatiesessies niet noodzakelijk onverteerbaar, taai of saai hoeft te zijn. Het is niet Eno’s meest vernieuwende plaat, maar de muzikale volmaaktheid en de ultieme beheersing van het metier die hij hier tentoonspreidt, maken dat ruimschoots goed.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie − een =