Portico Quartet :: Live/Remix

Het minste wat je kon zeggen van het titelloze Portico Quartet (2012), het derde album van de band, was dat het een verrassing van formaat was. De concerten die volgden op Isla (2009) hintten dan wel naar een lichte koerswijziging, maar zo’n gedaanteverwisseling had niemand verwacht. Tijdens een concert in 2012 vroegen we ons nog af of dat allemaal niet wat overhaast en geforceerd was, maar de live opnames uit datzelfde jaar die hier gepresenteerd worden vegen de twijfels van tafel: dit is een band die zich perfect in z’n sas voelt in z’n nieuwe, strak zittende kostuum.

Dat er na de eerder pastorale platen Knee-Deep In The North Sea (2008) en Isla (2009) wat volk afgestoten zou worden, was een zekerheid (veel jazzfans houden immers niet zo van aanpassen), maar de halsstarrigheid waarmee het kwartet toch z’n ding bleef doen, dwingt respect af. En achteraf bekeken was het ook een goede beslissing op meerdere vlakken. Het is duidelijk dat de vier hun draai gevonden hebben en het heeft hen bovendien extra publiek opgeleverd. Was het kwartet een jaar of drie geleden al een van die bands uit de jazzwereld die je ook verkocht kreeg aan een gulzig/geduldig poppubliek, dan is hij intussen ook uitgegroeid tot een naam die tot de verbeelding spreekt tot ver buiten de jazzregionen. De overweldigende herkenningsreactie tijdens “Laker Boo” spreekt hier boekdelen.

Nochtans maakt Portico Quartet nog altijd geen snel weghappende muziek. De beats zijn soms zeer prominent en de ritmes opzwepend, maar er wordt net zo vaak rondgehangen in ambientwateren of langs de minimale elektronica en ijle soundscapes, waarbij donkere, afstandelijke klanken de koers bepalen en ideeën de kans krijgen om rustig te rijpen en open te vouwen. De overgang van “Window Seat” naar “City Of Glass”, toch een stuk potiger dan op plaat, laat knap horen hoe sterk en zelfbewust de band is opgeschoven, op elkaar ingespeeld is en er eigenlijk nog een veel raadselachtiger melange van gemaakt heeft. De onder galmeffecten bedolven sopraansax van Jack Wylie creëert nog altijd een weids, filmisch effect, maar dan wel terwijl je je volledige lijf ten dienste van die stuwende groove stelt. Het is net die combinatie die de band zo intrigerend maakt.

In “Rubidium” staat de befaamde ‘hang’ nog eens centraal en wordt ze mooi verstrengeld met de etherische saxofoongolven. Nog mooier is echter hoe het stuk naadloos kan overgaan in het oudere “Line”. Analoog en digitaal, akoestisch en elektronisch gaan er vanzelfsprekend hand in hand. De combinatie van Steve Reich en ECM is intussen al lang gepasseerd. Deze versie van de band valt lang niet zo eenvoudig te definiëren. De andere stukken uit Isla — “Clipper” en “Dawn Patrol” (dat een beetje onnodig in twee versies werd opgenomen op deze release) — zijn nog altijd herkenbaar, maar hebben duidelijk ook een transformatie ondergaan en werden de 21e eeuw binnengeloodst. Zangeres Cornelia daagt dan weer op voor “Sleepless”, net zoals ze dat ook deed voor de studioversie.

Met een albumlengte van ruim vijf kwartier nam Portico Quartet een risico (dit spul werkt immers het best als je erbij bent of een goede koptelefoon op je kop hebt), maar niet zonder reden: het geloof in eigen kunnen spat van deze krachtige opnames en bevestigt niet alleen dat het scepticisme waar we ons ook even aan bezondigen niet alleen onnodig was, maar intussen al vervangen werd door een uitkijken naar wat er nu gaat volgen. Voor wie niet genoeg heeft aan het kwartet, werd er ook nog eens een remix-cd toegevoegd die werd samengesteld door de band en waarvoor gewerkt werd met favoriete producers en dj’s. Die cd is in hetzelfde bedje ziek als het gros van de remix-albums – onsamenhangend en frustrerend onevenwichtig – maar de nadrukkelijke dance-stijlen waarnaar gelonkt wordt, doen vermoeden dat een verdere evolutie in die richting de meest voor de hand liggende optie is. Afwachten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zes + een =