Buried




Een man wordt wakker in de duisternis. Het is stikdonker en
muisstil – geen voorbijrijdende auto’s, geen vogels, geen wind. De
vloer is hard en vochtig, maar dat zou ook aan het zweet kunnen
liggen. Dan een luide bonk, wat geschuifel en een duidelijk
hoorbare, steeds sneller wordende, hoe langer hoe paniekeriger
wordende ademhaling. “Waar ben ik? Hoe ben ik hier terecht gekomen?
What the fuck moet ik doen?” De man is wanhopig, begint
eerst te woelen, dan te roepen, uiteindelijk te snikken. Het einde
is in zicht. Geen uitweg, geen licht, alleen maar een oneindige,
ondoordringbare, verstikkende muur van dons… Nope, het
is geen pretje, die eerste nacht na de avondvoorstelling van
‘Buried’.

Oké, zó spannend is ‘Buried’ nu ook weer niet, maar toch.
Rodrigo Cortés heeft met zijn hyperclaustrofobische low
budget-productie wel een knaller van een visitekaartje afgeleverd.
Een man die wakker wordt in een kist onder de grond en anderhalf
uur lang lijdzaam moet toezien hoe zijn zuurstofpeil daalt en het
balkje op zijn gsm alsmaar kleiner wordt: het is een gedurfd
concept. Eerlijk: wij dachten niet dat er ook echt een
langspeelfilm inzat. Anderhalf uur lang in een kist van tweeënhalf
op één meter? Puh-lease. Meer dan een gimmick kon
dat toch niet zijn? Misschien niet, maar debutant Cortés bewijst
dat de formule wel garant kan staan voor een zowaar flamboyant
geregisseerd suspensefestijn. Je moet het evenwel zien om het te
geloven, dus wie nog niet naar de cinema is geweest, stopt nu best
met lezen.

Het verhaal, dat je maar via allerhande telefoongesprekken –
niét dus, via vals spelende flashbacks – te weten komt,
gaat over Paul Conroy (Ryan Reynolds acteert zowaar uitstekend),
een simpele truckchauffeur met een high risk job in Irak
wiens konvooi overvallen werd door een groep terroristen.
Telefoontjes naar vrienden, zijn echtgenote en een hele horde aan
bureaucratische army clerks zorgen voor de kapstok van de
film, met gesprekken die gaan van donker komisch tot aangrijpend en
frustrerend tot op het punt dat je er bijna zelf zot van gaat
worden. De hele tijd krijg je dus alleen die ene man in beeld, die
het in zijn benarde situatie moet zien te rooien met een aansteker,
een Arabische gsm en een zaklamp. Terwijl zijn gijzelnemers steeds
meer verregaande eisen stellen, probeert het Amerikaanse leger hem
op te sporen voor het te laat is.

Die ultradroge setting vormt Cortés om tot een speeltuin waarin
hij volop zijn gangen kan gaan. Hij lijkt er een immens plezier in
te scheppen om zichzelf beperkingen op te leggen en binnen die
beperkingen met originele oplossingen op de proppen te komen. Hoe
houd je het interessant om anderhalf uur lang naar een kerel in een
kist te kijken zónder vals te spelen? Cortés gaat de uitdaging aan
en gebruikt dolly shots, kraanshots, zwierige close-ups,
zooms, perspectiefwissels en wat heb je zo nog allemaal om de
beperkte ruimte waarin hij moet werken, optimaal te benutten. Af en
toe wordt een wand van de kist weggehaald zodat de camera nu eens
van bovenaf in de kist komt kijken en dan weer van de
zijkant steeds dichter blijft komen. Afijn, wees maar zeker dat je
je niet zal vervelen in de zaal.

Cortés slaagt er bovendien wonderwel in om zijn film optimaal te
doseren. Hij maakt niet de vergissing van er toch maar zoveel
mogelijk (ongeloofwaardige) actie in te stoppen om te voorkomen dat
het saai zou worden. Zijn tempo is meestal traag en hij werkt
geduldig naar een zenuwslopende finale acte toe. Maar op de
momenten dat er dan toch iets belangrijks gebeurt (dat gsm-filmpje!
die slang!) vliegt het tempo opeens enorm de hoogte in, wat je
meermaals – met behulp van een fantastische score – naar het puntje
van je zetel jaagt. ‘The Hurt Locker’ was vorig jaar een mijns
inziens nogal over het paard getilde hype die het moest hebben van
zijn adrenalinepeil. Dat adrenalinepeil ligt in ‘Buried’ nog enkele
niveaus hoger, en gezien de context is dat op zich al een
prestatie.

Van gelijkaardige films die zich uitsluitend op één set afspelen
– ’12 Angry Men’, ‘Rope’ en ‘Phone Booth’ horen allicht tot de
bekendste – kom je vrijwel altijd op een punt dat je het wel gezien
hebt. De mogelijkheden zijn benut, de plot wordt onnodig gerekt en
het scenario begint zich in bochten te wringen om toch maar op die
ene locatie te blijven. ‘Buried’ ontwijkt dat euvel door naast de
duidelijke spanningselementen ook te spelen met een (soms niet al
te) subtiele politieke boodschap. Je zag het misschien niet meteen
aankomen, afgaande op de premisse, maar ‘Buried’ is eveneens een
Irakfilm, en op de koop toe nog eens een heel straffe, ook al
blijven we heel de tijd onder de grond. Vooral de gesprekken met de
gijzelnemers komen soms ijzingwekkend realistisch over.

Cortés speelt dus niet alleen met camerastandpunten, maar ook
met genreconventies. De onwetendheid van de militairen, de haast
onmogelijke reddingsactie en de onverschilligheid van zowel het
leger als het bedrijf waarvoor Conroy werkt, zorgen niet alleen
voor uitstekende dialogen, maar ook voor enkele bijtende
weerhaakjes. Soms lijkt ‘Buried’ haast op een geflipt toneelstuk
van Franz Kafka, met een onwetende man die gevangen zit in een wel
erg vreemde gevangenis, terwijl de autoriteiten alleen maar
cirkeltjes lijken te draaien. Of, hoe je van een psychologische
horrorfilm eveneens een even kurkdroge als zwartgallige
absurdistische komedie maakt. Of toch een beetje. Soms komt de plot
net iets te geconstrueerd over, maar het briljant opgebouwde einde
maakt veel goed.

‘Buried’ blijft misschien een beetje te veel gimmick om
echt een diepe indruk na te laten, maar ‘t is dan wel de meest
indrukwekkende gimmick die wij in tijden hebben gezien.
Cortés zet zijn naam alvast meteen op de kaart van de cinema. Als
hij hier al zo’n uitstekend werkstuk van weet te maken, dan belooft
dat voor de toekomst dingen waarvan wij nu al lichtjes beginnen te
kwijlen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien + zeven =