I Like Trains :: He Who Saw The Deep

“Progress, stagnation and decay”, vat frontman David Martin de thematiek van I Like Trains op He Who Saw The Deep samen. En zo is het maar net. Zelfs met de blik afgewend van de geschiedenis, behandelt de groep ook op zijn tweede plaat hetzelfde menselijk falen door blind geloof in vooruitgang.

Nochtans moest er iets veranderen. Na een imposante mini-LP en een wat al te statige debuutplaat die volledig draaiden rond historische verhalen en galmende postrockgitaren, moest het roer omgegooid worden. Zonder platencontract was de groep sowieso aan herbronning toe, en op het door fans gefinancierde He Who Saw The Deep wendt Martin de blik dan ook richting toekomst. Genoeg somberte daar, immers, om nu ook weer niet te hard te hoeven afwijken van het altijd wat doemerige groepsgeluid.

Het ziet er dan ook niet goed uit, voor de mensheid. Als we Martin mogen geloven, eindigt het met deze wereld zo niet in hete tranen, dan toch wel in zilt zeewater. Beïnvloed door apocalyptische klimaatvisioenen, exploreert hij hier een toekomst die wel moet eindigen in golven en draaikolken. Niet toevallig refereert de titel aan het Gilgamesh-epos, het eerste bekende verhaal waarin een zondvloed een cruciale rol speelt.

Verwacht echter geen groots opgevat conceptalbum: “kleiner” was het codewoord, en ook “vager”. “Mensen klaagden wel eens dat ze zich moeilijk konden inleven in mijn verhalen omdat ze zo duidelijk waren”, zegt Martin. Hij heeft geluisterd. He Who Saw The Deep hamert zijn boodschap er niet in, maar laat het aan de luisteraar over om de lijnen tussen de puntjes te trekken.

En dus lijkt de titeltrack bijna een liefdeslied, en dan nog eentje dat nogal rechtdoorzee klinkt. Ook muzikaal mocht het kussen immers opgeschud, en dus wordt het glaciale postrockkantje in toom gehouden. Effectenpedalen worden tot het minimum beperkt, Martin en gitarist Guy Bannister plugden hun gitaren rechtstreeks in de versterkers in, en weefden zo op bijvoorbeeld “Hope Is Not Enough” bezwerende gitaarmotiefjes in elkaar, terwijl de ritmetandem met bassist Alistair Bowis en drummer Simon Fogal voor een stuwende, onrustige basis zorgt.

I Like Trains blijft overigens de koning van pakkende openingszinnen als “your romantic gestures, they are lost on me” of “some things are best left forgotten”. Het zijn dramatische statements die de luisteraar meteen bij het nekvel grijpen en niet meer loslaten tot het laatste akkoord. Martin kan een verhaal opbouwen als geen ander, of het nu gaat om een persoon uit een verleden, of iets vager over een mogelijke toekomst van de planeet, zoals hier.

Vaak heeft hij niet meer nodig dan een paar zinnen om een scene te schetsen. “This skin full of bones offers me no resistance to your charms / And I am on the rocks / I have chosen
ruffled feathers and the devil we know best”, zingt Martin in “Sirens” en je weet dat het onheil onherroepelijk op hem afkomt. Maar soms verdwijnt alles ook in een golf strijkers, meteen een bloedmooi einde voor “These Feet Of Clay”.

Hoogtepunt is het vorig jaar al als single vooruitgeschoven epos “Sea Of Regrets”; dat meer dan zijn tijd neemt. Wat begint als een traditionele I Like Trains-begrafenismars wordt langzamerhand meegezogen in een maalstroom om plotsklaps tegen een rots uit elkaar te spatten. Wat volgt lijkt een korte outro te worden, maar biedt in werkelijkheid nog twee minuten schoonheid; een requiem voor een wereld die een waterig graf vond.

Al is He Who Saw The Deep geen instanthit als de debuutmini Progress*Reform, het loont de moeite tijd te investeren. Want I Like Trains neemt je langzamerhand toch zachtjes bij je nekvel: een openingszin hier, een pakkende opbouw daar, en die eeuwig triest-mijmerende bariton van Martin. Het moet van Godspeed You! Black Emperors F?A?? geleden zijn dat apocalyptische toekomstvisioenen zo mooi klonken.

Matthieu Van Steenkiste
ILR
Konkurrent

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × vier =