DUNK!FESTIVAL: I Like Trains :: ”Soms is het internet niets meer dan lawaai dat je verhindert zelf na te denken”

Lang geleden dat u nog eens van I Like Trains hoorde? Kan kloppen. Sinds de groep zijn platen in eigen beheer uitbrengt, ontgaat ons ook al eens iets, en dus hadden we u niets te melden over The Shallows dat vorig jaar verscheen. Zonde, natuurlijk, want ook de vierde plaat van het Britse kwartet dat zondag Dunk!festival afsluit, was weer een sterke plaat. Eentje die ook nieuw terrein verkende; weg van de cathartische climaxen van debuut Progress•Reform. Of dat een bewuste keuze is, vragen we zanger Dave Martin aan de telefoon.

Martin: “Ik denk dat het meer te maken heeft met het materiaal dat we gebruikten en de muziek die we beluisterden, dan dat het echt een bewuste verandering is geweest. We willen natuurlijk dat elke plaat anders klinkt, en dus experimenteren we ook telkens tot we een geluid vinden waar we blij mee zijn. Toen we The Shallows schreven, wisten we niet waar we zouden uitkomen, zoals we ook bij He Who Saw The Deep daarvóór geen idee hadden. Deze keer gingen we aan de slag met synthesizers en drummachines en zochten we minder de verlossende ontlading dan een hypnotiserend gevoel; een meer ritmische benadering dan de dynamische aanpak van voorheen. Houdt dat steek?”

enola: Zeker. Ik zou ook durven te zeggen dat er bijna een dansbaar element in jullie muziek is geslopen.
Martin: “Oh, absoluut! Dat was een idee dat we al vroeg hadden; een I Like Trains-plaat maken waarop je kunt dansen. Zoiets had ik wel in mijn achterhoofd, zeker omdat we ook veel naar elektronische artiesten aan het luisteren waren zoals The Knife en Pantha du Prince en Gold Panda … die dingen. Blij dat je dat er dan ook in hoort.”

enola: Is het een kwestie van dat oude geluid beu zijn?
Martin: “Een beetje wel. Dat zoek ik zelf ook niet meer op. Natuurlijk wil ik nieuw materiaal van de groten als Mogwai, Sigur Rós of Godspeed You! Black Emperor nog wel horen, maar ik heb geen nood aan nieuwe bands die iets gelijkaardigs proberen te doen. Ik ben meer geïnteresseerd in groepen die niet zo gemakkelijk te categoriseren zijn. Dat drijft ons; de drang om mensen te verrassen. Sommigen zullen ervan houden, anderen zullen bij de oude platen zweren. Dat maakt het interessant, vermoed ik. Er zijn fans die ons liever zagen terugkeren naar de begindagen; het is OK dat zij dat willen, maar het zou ons niet echt meer boeien. Om echt creatief te zijn, moet je jezelf immers blijven uitdagen.”

enola: Verveelt dat soort fanreacties je?
Martin: “Niet echt, want er zijn ongetwijfeld groepen waar ik hetzelfde gevoel over heb. Al willen hun namen me nu even niet te binnen schieten (lacht). Maar het verveelt me wel als mensen verwachten dat we hetzelfde blijven, en het persoonlijk opnemen als we dat niet doen. Je moet ons niet vertellen welke muziek we móéten maken.”

enola: In de loop van jullie vier platen zijn jullie songs ook toegankelijker geworden, viel me op; met meer traditionele songstructuren. Het werd helderder.
Martin: “Dat heb ik al vaak gehoord, en ik denk dat ik je niet kan tegenspreken. Tegelijk zijn ze ook complexer geworden als het gaat om gitaren en ritmes. Er is meer over nagedacht; ze zijn rijper. Maar dat uitdagende, die geluidsmuur die we in ongeveer elke song verborgen, dat hebben we achter ons liggen. ‘t Gaat een beetje beide richtingen uit dus: toegankelijker, ja, maar ook complexer.”

enola: Iets anders dan: voor The Shallows hebben jullie je laten inspireren door het boek “The Shallows: What The Internet Is Doing To Our Brain” van Nicolas Carr?
Martin: “Dat las ik destijds, ja. Sommige songs kun je er héél duidelijk mee linken, andere minder. Het boeit me wel hoe technologie ons aan het veranderen is. We hebben die mobiele technologieën omarmd, zonder ons te bekommeren om de gevolgen. Nu, ik ben geen luddiet (naar de Britse activist Ned Ludd, nvdr); ik hou evenveel van mijn smartphone als iemand anders, maar het is boeiend om eens een stap achteruit te zetten en te zien wat voor invloed het op ons leven heeft gehad. Je kunt zo gemakkelijk verloren lopen in het internet; al die e-mails, Facebook ….”
“Het fascineert en vermoeit me. Ik moet er ook af en toe eens van weg kunnen, zeker als ik muziek wil schrijven. Dan mag dat mobiele ding me niet liggen afleiden in een hoek; dan moet het uit staan. Ik heb die isolatie nodig om te schrijven, en dat heb ik me pas gerealiseerd toen ik dat boek las en research deed voor de plaat. Het is ook moeilijk om nog je eigen idee te vormen over dingen; je opent een nieuwssite, leest de comments, en voor je ‘t weet knik je mee met de algemene consensus over hoe en wat de dingen zijn. Je moet weg daarvan de ruimte nemen om zelf je gedachten te ordenen. Soms is het gewoon niets meer dan lawaai dat je verhindert na te denken.”

enola: Jullie laatste twee platen hebben jullie in eigen beheer uitgebracht via fan-funding. Dat ging goed: jullie kregen het nodige geld bij elkaar. Maar de vraag die ik me dan stel is: blijf je op die manier niet preken voor de reeds bekeerden? Hoe bereik je zo nog een nieuw publiek?
Martin: “Dat is een kwestie waar we ons al vaak het hoofd over hebben gebroken. Maar onze platen worden wel gewoon gedistribueerd, dus normaal zouden ze ook in de winkel te krijgen moeten zijn. Maar we doen alles om uit te breken en ook nieuwe mensen te bereiken. Nu, de beste manier daarvoor blijft toch als je fans dat voor je doen. Als zij praten over je platen en concerten, dan groei je hopelijk organisch. Door hen dus bij het proces te betrekken via die fan-funding krijg je hen daar ook over aan de praat, en hopelijk kun je zo een béétje bereiken wat een groot label met zijn marketingbudget kan. Want dat blijft natuurlijk de beste manier om je muziek gehoord te krijgen door een groot publiek. Wij moeten het helaas slimmer aanpakken.”
“We hadden niet echt een keuze. Toen Beggars Banquet ophield als label, gingen sommige artiesten die bij hen getekend waren wel mee naar 4AD, dat het label had overgenomen, maar wij kregen niet echt een goed contract aangeboden. We stelden ons ook de vraag wat een groot label als 4AD met de songs van onze nieuwe plaat aan kon, en we hadden daar eigenlijk niet zo’n goed oog in. Dus konden we niet anders dan het maar zelf te proberen.”

enola: En van de weeromstuit gingen jullie je naam anders schrijven: niet langer als iLiKETRAiNS.
Martin: “Dat was geen contractuele beslissing hoor; maar in die periode vertrok ook onze cornetspeler Ashley Dean en we voelden de nood aan een nieuwe start, aangezien we ook lichtjes andere muziek maakten. En dus gingen we onze naam anders schrijven. Je moet er niets achter zoeken hoor; ‘t was meer een grafische ingreep dan iets anders.”

enola: Jullie spelen dit weekend op Dunk!festival, waar jullie een beetje de vreemde eend in de bijt zullen zijn: meer ex-postrock- dan een echte postrockband. Passen jullie nog in zo’n omgeving?
Martin: “Bah ja; we weten nog altijd hoe we onze versterkers op elf moeten zetten (lacht). Het zal dus wel loslopen. We springen er op de affiche inderdaad wat uit, maar uiteindelijk gebruiken we nog altijd heel wat reverb en zo. Live is het nu eenmaal nog steeds een stuk steviger dan op plaat.”

enola: (hoopvol) En jullie stoffen “Stainless Steel” nog een keertje af?
Martin: “Haha. Zeg nooit nooit, maar ik denk het niet. We zijn dat nummer inderdaad lang beu geweest, maar ondertussen is het zo lang geleden dat we het nog gespeeld hebben dat dat niet meer het geval is. We zien wel wat we doen. Eerst nog wat repeteren en die nieuwe songs in de vingers krijgen vooraleer we ons over de oude buigen.”

enola: Jullie moesten al bezig zijn. Hup, en tot zondag!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijftien + 1 =