Elektro Guzzi :: Elektro Guzzi

Anno 2010 viert de technomuziek zijn vijfentwintigste verjaardag. Gewekt door gewiekste gauwdieven die minimal en dubstep heten, ontwaakt het genre net op tijd uit zijn winterslaap om orde op zaken te stellen en om zijn positie als voorhoedespeler terug in te nemen. Het Weense trio Elektro Guzzi doet hierbij zijn duit in het zakje.

Het afgelopen decennium is de technomuziek een beetje in de vergeethoek geraakt. Kwalitatief hoogstaande releases bleven vaak uit en veel producers richtten hun pijlen op aangrenzende genres als elektro, minimal en dubstep. De laatste maanden wordt het genre echter nieuw leven ingeblazen. Zo kwam pionier Robert Hood onlangs nog met een knoepert van een technoplaat aanzetten en blies Richie Hawtin — onder zijn pseudoniem Plastikman — met gemak het dak van de dance hall op Pukkelpop. Bovendien zijn er een aantal artiesten die het genre opnieuw uitdagen en het speelveld durven uitbreiden, denk maar aan Pantha Du Prince, Matias Aguayo en The Field. Ook Elektro Guzzi is niet geïnteresseerd in het louter naspelen van de geschiedenis, maar wel in het overbrengen van eigen kijk op het genre.

Zo is Elektro Guzzi allesbehalve just another average techno act. De groep speelt technomuziek op drums, bas en gitaar. Geen digitaal gefriemel of gegoochel met voorgeprogrammeerde loops; Jakob Schneidewind (bas), Bernhard Breuer (drums) en Bernhard Hammer (gitaar) presenteren zich als een volwaardige liveband die zorgt voor een verfrissende aanpak, door zijn originele werkwijze en zijn gevoel voor precisie. Opener “Hexenschuss” laat meteen horen dat de heren hun metier als geen ander beheersen: het nummer wordt minitieus opgebouwd met een vrijwel ongehoord gevoel voor accuratesse. Het valt maar moeilijk te geloven dat dit volledig live ingespeeld is.

Uiteraard blijft het belangrijkste hoe de muziek klinkt, en niet hoe die tot stand komt. Met andere woorden, het pure experiment mag het vertoon niet in de weg staan. En dat is hier zeker niet het geval. Elektro Guzzi is een enorm beklemmende, energieke plaat waar iets primairs van uit gaat, een soort oerkracht die hypnotiserend over de nummers heen waakt. “Black Egg” bijvoorbeeld snijdt bijzonder diep en drijft acht minuten lang onheilspellende krachten uit. Halverwege lost de plaat even wat dreiging, maar naar het einde toe injecteren “Jackpump” en vooral “Sediment”, met zijn unheimisch noise-middenstuk, opnieuw de nodige onrust.

Het album bindt zich niet aan één geluid, maar dolt nu eens met nu Detroitse jazz-techno (“Kimbo”), om wat verderop richting de abstractere Berlijnse dubvariant te trekken (“Ludium”, “Loq Pol”), waar Moritz Von Oswald de laatste tijd ook spannende dingen mee doet. Er is evengoed plaats voor een uitstap richting dansbare krautrock (“Franz”), waarmee Elektro Guzzi bewijst dat techno niet steeds clean en onpersoonlijk hoeft te zijn en dat het genre niet langer langer rond één theorie draait die alles verklaart, maar dat er zelfs na vijfentwintig jaar nog mogelijkheden liggen om te blijven experimenteren.

Op basis van de affiche van I Love Techno 2010 — je kan je terecht afvragen wat de West-Vlaamse elektrorockformatie Goose of Bloc Partyzanger Kele daar staan te doen — zou het je niet vermoeden, maar er wordt dus wel degelijk nog opwindende technomuziek gemaakt. Zo is Elektro Guzzi een straffe groep wiens debuut niet teert op het succesvolle verleden van het genre, maar wel dapper de deur opent naar de komende vijfentwintig jaar.

Elektro Guzzi speelt op vrijdag 1 oktober in Netwerk, het Centrum voor hedendaagse kunst in Aalst.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 − een =