Drums Are For Parades :: Master

In een ontspoorde wereld waarin de nieuwe tieten van een derderangssoapactrice, de zwangerschap van fin-de-carrière-sportcoryfeeën en zeiltochten van snertpubers meer aandacht krijgen dan het lot van miljoenen stakkerds wanneer God — want ze is een nijdige pin als ze haar maandstonden heeft — het weer eens nodig vond om de aarde te doen beven of het land blank te zetten, wel, in zo’n wereld zijn platen als Master van Drums Are For Parades broodnodig. Al was het maar om de afschuw van de verblinding en de misplaatste trots van de mensheid van zich af te schreeuwen.

Master, het is gebalde woede en agressie van het soort dat Henry Rollins overkomt wanneer hij met een knoert van een ochtendhumeur de kranten doorbladert en berichten over blunderende oliemaatschappijen of Amerikaanse megalomanie in Afghanistan onder ogen krijgt. De razernij en drift, zo u wil, van een straalbezopen Mel Gibson die een Jood in de smiezen krijgt of de koleire die bezit van u neemt wanneer u die rottige pestkop uit uw schooljeugd met uw lief, die hem een deugddoende blowjob offreert, betrapt. Drums Are For Parades verraste al met een oplawaai van een EP — en laat de Jan Becaus in u maar eens goed gaan bij het uitspreken van de titel Artificial Sacrificial Darkness In The Temple Of The Damned — en maakte onder meer stonerpaus Chris Goss laaiend enthousiast.

Drums Are For Parades, in de vaderlandse rockgeschiedenis het Gentse antwoord op Vandal X, Amenra, Braddock of SardoniS, gaat op Master van start met de instrumental “The Law”, majestueus en sinister tegelijkertijd, en onverwijld wordt de wet van het triumviraat uitgestippeld: een bombardement van barbaarse, alles dichtplamurende gitaren en ongelikte stonerriffs, donderend en retestrak drumwerk, een somtijds tegen psychedelica aanschurend geluid, een kolossale wall of sound, clevere tempowisselingen met een hoek af, niets of niemand ontziende intensiteit, ingenieus opgebouwde brutaliteit en energieke zompigheid.

En daarna wordt het alleen maar beter. “I’m Not Who You Think We Are” is verontrustende verkniptheid met gitaren die klinken als Duitse Stuka’s: de ideale soundtrack voor “One Flew Over The Cuckoo’s Nest” meets “The Exorcist” met Hermann Göring in de regiestoel. “Boy Was In The Death Room” start als een geslaagde kruisbestuiving tussen High On Fire en goeie, venijnige Therapy? om te eindigen in een geflipte violenchaos. Vanessa Mae op magic mushrooms.

In het middenstuk staan twee instrumentale songs die de aandacht echter geen schijn van kans geven te verslappen. Grimmig als een troep uitgehongerde orka’s op roofjacht is “Opium Den Idiot Check” met als toemaatje de aan de gekkekoeienziekte lijdende sax van Jørgen Munkeby van het Noorse experimentele metalcombo Shining. “I’m The Princess, You’re The Woods” is een kippenvelsong die zich lijkt af te spelen in het zieke hoofd van de seriemoordenaar die de motelkamer binnengedrongen is en met bloeddoorlopen ogen de onschuldige deerne in de douchecel besluipt.

De heerlijk lompe driestheid en in wanhoop gedrenkte stembanden op “Another Kind Of Bad” hebben u stante pede bij de lurven. In het demonische “The Beast” gaat The Hickey Underworld-frontman Younes Faltakh loos en de oriëntaalse geluiden in het nummer maken meteen duidelijk wat Pandamonium, de plaat waarop Killing Joke samenwerkte met de Egyptische percussionist Hossam Ramzy, zo interessant en meeslepend maakte.

“Gold” had wellicht baat gehad bij een ideetje of twee meer, maar eindnummers als muilpeer “Hello Pedestrian”, een flinke portie sludge die wat geduld vraagt, en vooral het monolithische Mastodongeweld “A Salesman’s Pen” zijn weergaloos: na 33 minuten eindigt de plaat in mistroostige violen die de murw geslagen luisteraar naar zijn laatste rustplaats begeleiden.

Vergist u zich dus niet, het wit konijntje met mensenoog op de hoes is even schattig als het pluizige moordbeest uit “Monty Python And The Holy Grail”: “I warned you, but did you listen to me? Oh, no, you knew it all, didn’t you? Oh, it’s just a harmless little bunny, isn’t it?”, het waren de alarmerende, maar ook spottende woorden van John Cleese. Sla de waarschuwing niet in de wind en onthoud: Master, een plaat met schuim op de bek, is meesterlijk.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeven − 6 =