The Vandermark 5 Special Edition :: The Horse Jumps And The Ship Is Gone

The Vandermark 5 blijft niet enkel Ken Vandermarks vlaggenschip, maar ook zijn meest productieve band. Een dozijn albums (compilaties en box set niet meegerekend) sinds 1997, dat is een tempo dat zelfs weinig rockbands ambiëren, en dan hebben we het niet eens gehad over de verbazende gemiddelde kwaliteit. Dubbelaar The Horse Jumps And The Ship Is Gone, goed voor dik twee uur muziek, laat horen dat er nog lang geen sleet op zit.

Net als voorganger Annular Gift (2009) is deze release een live-album dat wordt uitgegeven op het Poolse label Not Two. Het opmerkelijke is dat de opnames slechts drie maanden na die van het vorige album dateren en dat het kwintet voor de concerten in Chicago’s Green Mill uitgebreid werd tot een septet door de toevoeging van trompettist Magnus Broo en pianist Håvard Wiik. Geen onbekend volk (de muzikanten, beide uit het Scandinavische Atomic, kruisten al vaker Vandermarks pad), maar we waren wel benieuwd hoe het zou klinken, zo’n gerodeerde band met twee nieuwkomers erbij.

Niet in het minst omdat er nu een pianist van de partij is. Vandermark werkte in het verleden wel al samen met pianisten (zo vormde hij het Free Fall trio met diezelfde Wiik en was er een pianist van de partij in zijn Territory Band), maar doorgaans valt er zelden een harmonisch instrument te bespeuren in zijn talloze projecten. Zoals te verwachten verandert er eigenlijk niet zo heel veel aan de gehanteerde aanpak. Het inzetten van de twee gebeurde duidelijk op een doordachte manier, waarbij hier en daar structurele wijzigingen gebeurden, al is het tegelijkertijd opmerkelijk hoe de toevoeging van twee instrumenten het totaalgeluid nu en dan toch sterk verruimt.

Op dit album vallen tien songs te horen, waarvan vier reeds bekend van Annular Gift, twee teruggrijpen naar Beat Reader (“Friction” en “Desireless”), eentje naar A Discontinuous Line (“Some, Not All”), en eentje nieuw is (“Nameless”). Daarenboven leveren zowel Broo als Wiik een bijdrage (“New Weather” en “Green Mill Tilter”). Je voelt meteen aan dat die laatste de buitenbeentjes zijn en tegelijkertijd hoor je hoe de band zich de nummers toch meteen eigen maakt. Het is de flexibiliteit van een hechte groep muzikanten die kan voortbouwen op bakken ervaring in diverse contexten.

Die creatieve wendbaarheid valt dan ook op vanaf opener “Friction”, dat door Vandermark onder handen genomen werd en lichte wijzigingen onderging. Zo is de volgorde van de solo’s veranderd en maken Vandermark en Rempis plaats voor Broo en Wiik. “Some Not All” kreeg een nog sterkere schwung mee, voluptueus denderend tussen big bandvolheid en rockjazz, met krachtige passages, strak samenspel en opmerkelijke baritonblazerij van Rempis, die zich hier herhaaldelijk onderscheidt met zijn kenmerkende, hyperkinetische stijl. Het was lang geleden dat we de band nog zo ontketend tekeer hoorden gaan.

Broo’s “New Weather” introduceert een thema dat zo uit een spy movie had kunnen komen en klinkt vooral iets klassieker dan de andere songs, gedreven door een repetitief saxriffje en in twee gekapt door een mooie bassolo van Kent Kessler. Zowel “Second Marker” als “Cadmium Orange” zijn vooral nog energieker dan op het vorige album, met gefractureerde solo’s van Lonberg-Holm en een verschroeiende semichaos in de afsluiter. De energie, soepelheid en rauwheid is trouwens een constante op deze plaat, die wordt voortgestuwd door bakken hellehonden-op-de-hielen-attitude.

De energie wordt meteen verder gezet op het tweede deel, dat wordt afgetrapt door Wiiks “Green Mill Tilter”. Zijn duidelijk rond de piano opgebouwde compositie vertoont meer verwantschap met swingende hardbop, maar het zal niet verwonderen dat net dit nummer een van de meest wilde en chaotische uitbarstingen kent en vooral experimenteerkansen aan Lonberg-Hoilm biedt, wiens rol (en volume!) steeds prominenter lijkt te worden. Zo valt ook op dat “Cement”, op Annular Gift al het meest rockgeoriënteerde nummer, nu pas echt uit z’n voegen barst met een agressieve finale.

Afsluiten gebeurt dan weer met het nieuwe “Nameless”, dat meteen uitpakt met nerveuze bebopjachtigheid en verder op en neer danst tussen geflirt met noise (alweer die cello!) en een ingetogener einde dat Vandermark nog eens laat horen op zijn klarinet. The Horse Jumps And The Ship Is Gone laat geen radicale stijlbreuken horen, maar is wel, en meer nog dan Annular Gift, een imposant visitekaartje dat mooi laat horen tot wat deze band in staat is. Doorheen die albums blijft de sound en aanpak van de band evolueren als een oneindig work-in-progress en deze dubbelaar, met z’n wilde energie, ongedurige vrijheid en strakke mokerslagen, is daarin nu al een van de vele hoogtepunten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

17 − twee =