Rufus Wainwright :: All Days Are Nights :: Songs for Lulu

Op Rufus Wainwright’s zesde studio-album hoort u — in no particular order of appearance — een Steinway-vleugelpiano, drie Shakespeare-sonnetten, meerdere autobiografische overpeinzingen over zijn in januari aan the Big C overleden moeder Kate McGarrigle en bovenal ’s mans wegzeurende vocalen. Zolang dat zeuren — zoals altijd — langs onnavolgbare zanglijnen gebeurt, hoort u ons echter niet klagen. (stilte)

We hadden vooraf echter evenveel zin in dik vijfenveertig minuten solo-Rufus als Bart De Wever in — start de gay reference-teller, James! — een saunabezoek met Elio Di Rupo. Nu zijn we blij door de schijnbaar zure appel te hebben gehapt, al zal deze Lulu het ook niet tot onze favoriete Rufus-plaat schoppen. Dat is en blijft Want Two, met — een greep — ’The Art Teacher’, de Jeff Buckley-ode ’Memphis Skyline’ en het angelieke ’Agnus Dei’. Dat is in een dubbelrol tegelijk ook ons favoriete Wainwright-album, ondanks de bijzonder sterke concurrentie van vader Loudon en zusje Martha. Met moeder Kate McGarrigle zijn we minder bekend, al moeten we steeds aan haar folk-hymne ’Complainte pour Ste-Catherine’ en thuisstad Montréal denken als we in de zon over het gelijknamige hoofdstedelijke plein struinen, op zoek naar iets lunchbaars.

Op basis van haar uiterlijke verschijningskenmerken — het beperkte instrumentarium, de hoes, … — Lulu als een sobere plaat afdoen, zou een fatale vergissing zijn. Eenduidiger dan Rufus’ eerder werk wel, maar verder strooit de flamboyantste aller Wainwrights zijn piano-arpeggio’s en gekrulde, welhaast rococo zanglijnen en zinnen meer dan ooit kwistig in het rond. Achtergrondmuziek it ain’t. Lulu heeft dan ook veel van onze aandacht gevergd en toonde zich initieel ontoegankelijker dan een Myanmarees mijnenveld. Langs afwisselend klaterend, klagerig en koket pianospel bezingt de raving homosexual Wainwright — zijn woorden — de liefde en de landmarks van zijn vroegere thuishaven New York, onderweg achteloos waarheden als melkvee droppend: "I truly loved, which is harder to do than to dream of" (in "The Dream"); in de nieuwbakken standard — denk Cole Porter — "True Loves" luidt het dat "a heart of ice is easily melted; a heart of stone is easily thrown away".

Ook al is dit dus niet de Grote Rufus-Rouwplaat, toch schemert de recente realiteit af en toe door. In de sleutelsong "Martha" belt Rufus zuslief vergeefs over de toestand van hun moeder: "Time to go up north and see mother; things are harder for her now". Zo mogelijk nog hartverscheurender is "Zebulon", een lillende ode aan een moeder met kwaliteiten en gebreken. "See you in Montauk, mom" lezen we nog in de liner notes, ternauwernood een traan bedwingend. Middenin Lulu vinden we drie door Wainwright getoonzette Shakespeare-sonnetten — rugnummers 10, 20 en 43 — uit een project met toneelregisseur Robert Wilson, die ons ooit samen met Tom Waits The Black Rider schonk. Wonderwel vinden ze hun plaats in het geheel van deze Lulu, al kunnen we ter hoogte van klinkdicht nummer 43 geen touw vastknopen aan de teksten van de heer Shakespeare. Uit zijn passend genaamde eerste opera Prima Donnanot coming to a theatre near you any time soon — recycleerde Wainwright dan weer "Les feux d’artifice t’appellent", dat zich evenzeer vlot met de rest van Lulu laat blenden, weerbarstige songs onder elkaar.

Ons liedje wordt intussen — in tegenstelling tot zijn collega’s-songs op deze plaat — stilaan vervelend: All Days Are Nights: Songs for Luluis een laatbloeier van eerste categorie. Hoewel muziek op zich geen enkele moeite hoeft te kosten, helpt enig doorzetten hier wel. Of juister: in het andere geval bent u eraan voor het gebrek aan moeite en glijdt deze hele Lulu van u af als water van een eendenrug. Veel nieuwe zieltjes zal gay messiah Wainwright hier dan ook niet winnen, maar laat dat vooral uw en zijn probleem niet zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

6 + 15 =