Jan Swerts :: Weg

Baudelaire kon zich geen schoonheid zonder melancholie voorstellen, en dat lijkt ook het credo van songschrijver Jan Swerts. Weg is immers een album dat ondanks z’n halsstarrig introverte en onschadelijke karakter radicaal de kaart van de mijmering, spijt en onbestemde gevoelens trekt. Het resultaat is een hyperpersoonlijke, soms zelfs bloedmooie plaat, die de gewillige luisteraar met grote omzichtigheid benadert.

Geruis, een naald op vinyl, iets dat op een vervormde accordeon lijkt. Weg begint als een Sparklehorse-plaat, maar geeft al snel een andere identiteit prijs. Het is een stijl en geluid dat schatplichtig is aan de minimalistische traditie en Wim Mertens in het bijzonder (het valt eraan te horen dat Swerts’ lijfalbum After Virtue is), maar nu en dan ook doet denken aan de pastorale eenvoud van Nick Drake, de beduimelde postkaartweemoed van Damien Jurado en de romantiek van Michael Nyman. Grote namen en potentieel verlammende verwachtingen, die pianist/zanger Swerts echter mooi weet te omzeilen door z’n ding te doen.

Het is dan ook geen muziek die het moet hebben van vernieuwing of van avontuur, maar van zorgvuldig afgewerkte melodielijnen en secure arrangementen. De pianotoetsen worden voorzichtig aangeslagen en klanken krijgen ruimschoots de tijd om uit te deinen. Melancholie is een werk van lange adem, moet Swerts gedacht hebben, en hij neemt er dan ook z’n tijd voor. Weg overschrijdt ruimschoots de grens van de zestig minuten en kabbelt gestaag verder, aan het tempo van een tevreden patriarch die nergens dringend moet zijn. Hier wordt achterom gekeken, teruggeblikt op een leven en een stand van zaken opgemaakt.

Het wordt ook weerspiegeld in het mooie, gestileerde artwork (van de hand van Rob Bossens), dat verwijzingen lijkt te bevatten naar het werk van Craig Thompson en Charles Burns. De adressen uit de songtitels en de bijhorende huizen lijken een parcours uit te stippelen via ouders, schoonouders, familie, vrienden en studieperiode, alsof het album een soundtrack wil zijn bij een namiddag door een onverwacht opgedoken fotoalbum bladeren, waarbij de vinder zich afvraagt wat hij destijds dacht en verwachtte, waar het de mist in ging en waar het leven zich van z’n minder fraaie kanten liet kijken. Het is allemaal van een aandoenlijke zuiverheid die ook primeert in de muziek.

Het siert Swerts bovendien dat hij, ondanks de aanwezigheid van schoon volk, zoals de Limburgse jazztrompettist Carlo Nardozza, de arrangementen nergens té vol probeert te stouwen. Elke noot, elke wending, elke overgang kent hier z’n plaats. Weg is overduidelijk een werk dat jaren heeft liggen rijpen en dat pas het daglicht zag toen alle stukjes op hun plaats vielen. Soms leidt dat ook tot verrassingen, zoals in "Singelstraat 11", dat een eerste deel kent waarin de muzikant z’n falsetto bovenhaalt (de Mertens-invloed), terwijl het tweede deel een andere koers vaart, waarbij het terugkerende "I can’t hide it" zo weggelopen lijkt bij iets van Nick Drake.

Een aantal nummers ("Driekruisenstraat 111", "Alkenstraat 9") zijn kort, haast kinderlijk eenvoudig en vormen een welgekomen afwisseling tussen de langere stukken, die constant de koord van de breekbaarheid bewandelen. Vooral "Bayotstraat 42/44" klinkt zo fragiel, met ter plekke vervliegende noten, dat je je afvraagt wat er verkeerd gegaan is op dat adres, welke harten gebroken werden, welke vriendschappen gesloten werden en al dan niet aan een einde kwamen. En wat het met zich meebracht, emotioneel tumult dat uiteindelijk toch een uitlaat krijgt in de volle koperarrangementen in de tweede helft. Op die momenten lijkt het haast een uitgebeende versie van Talk Talk of de latere XTC.

Swerts kiest echter nergens voor grote gebaren, goedkope effecten of makkelijke oplossingen. Dat is meteen ook waarom dit album kan zorgen voor verdeelde reacties: het is geen werk dat een statement wil maken, een extravert drama op poten zet met ronkende thema’s en meteen meeslepende passages. Alles staat hier ten dienste van de subtiel afgewogen composities, wat er ongetwijfeld voor zal zorgen dat minder geduldige luisteraars deze rit moeilijk tot een einde zullen brengen. Aan het einde wacht immers nog "Lokenstraat 1", maar liefst twintig minuten spelen met grijstinten, vaagheid en een indringende afstandelijkheid. Met Weg lijkt alles gezegd en het is dan niet zo’n verrassing dat Swerts niet van plan lijkt om concerten te spelen.

Weg is in tijden van cut-ups, eclecticisme en gimmicks te homogeen, introvert en persoonlijk om een mainstream publiek te bereiken. Maar wat bij eerste beluistering een wat brave plaat lijkt, is eigenlijk een stuk moediger en persoonlijker dan pakweg de oorsnoep die publiekslievelingen als Isbells en Marble Sounds op de markt gooien. Swerts heeft het zich niet bepaald makkelijk gemaakt en dat siert hem. Weg is er eentje voor de dromers. Dat het voor hen snel herfst mag zijn: de handen diep in de jaszakken, de kraag omhoog en wandelen maar.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

7 + 14 =