DIT WAS 2020: Illuminine :: “In de muziek durf ik dingen die ik in het normale leven nooit zou wagen”

De hele maand december blikt enola terug op het afgelopen jaar met de interviewreeks DIT WAS 2020. Daarin laten we artiesten aan het woord die het jaar maakten of wier plaat onterecht onopgemerkt de vergetelheid indook.

Ondanks zijn rustige aard lijkt het alsof Kevim Imbrechts van Illuminine nooit stilzit. In dit lockdownjaar bracht hij de soundtrack van de documentaire De Stig uit en een plaat met pianoherwerkingen van zijn nummers. Recent voegde hij daar nog een vierde Illuminineplaat aan toe, die hij op drie dagen maakte. “Zowat alles op Baptism of Solitude is het product van improvisatie.”

enola: Ben jij gewoon heel productief?

Kevin Imbrechts: “Ik ben wel productief maar ik zou mezelf niet als uitzonderlijk omschrijven. Ik doe gewoon wat ik voel op een bepaald moment en soms komt daar heel veel uit en soms minder. Er is wel veel nieuw werk uitgekomen dit jaar, maar sinds corona heb ik qua muziek eigenlijk bijna niets meer geschreven. Het is pas nu dat alles weer op gang komt door de interviews en sessies. Ik ben dus zeker niet altijd productief, maar op sommige momenten stroomt het er inderdaad wel gewoon allemaal uit.”

enola: Je brengt, aan een vast ritme, om de twee jaar een Illuminineplaat uit met daarrond allerlei projecten. Heb jij die afwisseling nodig?

Imbrechts: “Illuminineplaten zijn de kern van wat ik doe. En daarnaast hou ik me gewoon graag bezig met andere dingen zoals die Rework-platen (waarop bevriende artiesten de nummers van Illumnine herwerken, red.). Ik vind het fijn mijn muziek weg te geven aan andere muzikanten waarna zij nieuw leven in die nummers blazen. Daar komen soms fantastische dingen uit waar ik zelf nooit op gekomen zou zijn. Je ontmoet nieuwe artiesten en krijgt nieuwe invloeden die hun weg vinden naar je eigen muziek. Ik heb die variatie wel nodig. Ik zou me niet goed voelen bij altijd hetzelfde “plaat opnemen-optreden-plaat opnemen-optreden.”

enola: Tijdens de speciale concertreeks met Bruno Vanden Broucke die je twee jaar terug deed, hing er een heel speciale sfeer in de zaal.

Imbrechts: “Dat waren hele speciale optredens inderdaad. Bruno bracht zijn input en invloeden mee, wat voor een unieke kruisbestuiving zorgde. Ik heb ook heel veel van Bruno geleerd toen, hoe hij op het podium staat en zo. Ook omdat die derde plaat heel persoonlijk was, en spelen voor het publiek vind ik altijd heel moeilijk. Nu gaat het goed en ben ik heel stabiel. Toen zat ik echter nog met heel donkere gedachten, en het hielp echt dat ik daarover kon praten, muziek kon spelen, en dat thema van mentale gezondheid bespreekbaar maken. Mensen sturen lieve berichten en dat doet deugd. Je voelt dat je er niet alleen voor staat, dat anderen ook met die zaken worstelen. Het was een intense maar ook leerrijke periode.”

enola: Was die intensiteit de reden dat je met de nieuwe plaat even teruggekeerd ben naar je kamertje en solomuziek?

Imbrechts: “Die periode was inderdaad een kantelpunt. Na de tournee, tussen kerst en nieuw, heb ik me drie dagen zonder plan in mijn kamer teruggetrokken en Baptism of Solitude geschreven. Je hoort dat de plaat voortkomt uit die overgangsperiode tussen heel donkere gedachten naar een stabielere periode. Onbewust moest ik die plaat gewoon maken. Daarna voelde ik me echt beter. Het was als therapie. Ik heb ook bewust niemand de muziek laten horen die ik toen maakte, maar heb ze gewoon een jaar op mijn pc laten staan. Pas toen heb ik zelf de nummers nog eens doorgenomen en beseft dat er wel een plaat in zat. Baptism of Solitude is echt iets van mezelf, iets wat ik toen gewoon nódig had.”

enola: Wanneer heb je dan de klik gemaakt om niet met deze gitaarlijnen naar de rest van de groep te trekken?

Imbrechts: “Dat ging heel onbewust. Ik heb de plaat voor mezelf gemaakt, zonder grote plannen over een release of liveshows spelen. Het zat in mij en moest eruit, en daarna voelde ik gewoon opluchting dat ik mijn creatief ei gelegd had. Baptism of Solitude is wel een stijlbreuk ergens, maar eerder in de zin dat het een verlossing geweest is om eens op die minimalistische manier een plaat te maken. Heel puur: gewoon schrijven, mixen, afwerken en klaar. Dat was een hele verademing, een openbaring zelfs. Vroeger gingen er soms maanden of zelfs jaren over mijn platen. Maar ik vind wel dat ook deze plaat echt bij de vorige drie Illuminine-albums hoort, alleen klinkt ze anders aangezien je alleen de gitaar hebt. Maar het is één van de meest pure platen die ik ooit heb kunnen maken en ze ligt me heel nauw aan het hart.”

enola: Miste je de interacties met andere muzikanten niet?

Imbrechts: “Deze keer had ik er totaal geen behoefte aan om iemand erbij te betrekken. Het ging zo snel ook. Ik ben later trouwens mijn laptop met de opnames kwijt geraakt, dus ik had alleen de eindmixes nog. Die had ik gelukkig opgeslagen. De rest is gewoon weg. Ik kon er dus ook niets meer mee verder doen. Het moest zo zijn.”

enola: Bij mij voelde het soms een beetje een plaat als een schetsboek aan, heel direct.

Imbrechts: “De muziek is echt in het moment gemaakt. Ik kon er natuurlijk andere richtingen mee uitgaan, een heel orkest achtersteken bijvoorbeeld. Ik heb dat bewust niet gedaan, het voelde niet juist. Je moet naar de plaat luisteren met die mindset, gewoon in het moment en het gevoel kruipen dat ik gecreëerd heb en niet op de afwerking van de nummers letten. Ik heb ook al met het idee gespeeld die plaat te gebruiken als basis voor de vierde plaat, maar dan alle melodieën uitwerken, met andere muzikanten. Alles ligt nog open.”

enola: En hoeveel van de plaat is improvisatie?

Imbrechts: “Alles eigenlijk. Ik had wel bepaalde melodieën in mijn hoofd zitten, en die kwamen er spontaan uit toen. Maar het is niet dat ik al opnames had voor ik mijn kamertje inkroop. De plaat is één roes, met hetzelfde instrumentarium: gitaar, tapemachine en paar effectenpedalen, meer niet. Dan krijg je automatisch een heel coherente sound. Ik zie mijn pedalen en tape ook echt als instrumenten op zich. Die tapemachine heb ik voor mijn verjaardag gekregen en daarmee werken was echt een bevrijding. Je kan wel laag per laag opbouwen maar je hebt maar één take op één spoor. Zo’n band heeft ook iets magisch.”

enola: Inspiratie haalde je ook bij Electric Tears van Buckethead. Hij is wel iemand die meer associaties oproept met het heel sologerichte, opgefokte gitaarwerk.  

Imbrechts: “Dat is wel een beetje zo. Hij is heel technisch, maar hij heeft wel andere kanten ook. Als tiener luisterde ik veel naar die plaat. Electric Tears is heel ambient, sober, gevoelsmatig. Die invloed heb ik wel heel erg uit zijn werk gehaald. Hij is een beetje mijn leermeester op dat vlak. Maar solo’s van tien minuten zijn inderdaad ook niet echt aan mij besteed. Ik moet het meer van gevoel en sfeer hebben.”

enola: Er zit ook veel nostalgie in de plaat.

Imbrechts: “Zeker, er zit heel erg het zuivere en veilige van het kind zijn in. Als kind leef je zonder filter. De wereld is nog wauw, je beleeft alles heel direct, en dat is wat deze plaat ook is. Vandaar die keuze om mezelf als klein kindje daarop te zetten. Ik vond de coverfoto heel puur. Het is de eerste keer dat ik door een koptelefoon naar muziek luister. AC/DC naar het schijnt.” (lacht)

enola: Ga je eigenlijk live nog iets verder doen met die solo-opstelling?

Imbrechts: “Ik zou het wel fijn vinden een paar soloshows te doen, omdat ik nu in die sfeer zit. Dan kan ik ook laag per laag opbouwen, en laten horen aan het publiek hoe ik mijn muziek schrijf, heel direct. Maar wat ik ook van plan ben, is enkele van die nummers naar mijn muzikanten meenemen en er een andere sfeer aan te voegen. Live kan je er dan weer iets nieuws van maken. Er staan zeker nog wel leuke dingen te wachten met de muziek van Baptism of Solitude.”

enola: Heb je dan geen schrik om alleen op dat podium te staan?

Imbrechts: “Ik heb het daar heel moeilijk mee gehad. Voor die Duystersessie was ik heel zenuwachtig. Het podiumschuwe is er wel wat aan het uitgaan doorheen de jaren. Als ik mocht kiezen, zou ik het liefst gewoon achter mijn computer muziek maken. We hebben veel opgetreden met Illuminine en ik was het ook even helemaal beu. Maar nu tijdens de lockdown voelde ik wel dat ik die solo-optredens wilde doen en daarna met de band alles hervatten. Dus die goesting van live te spelen zal wel terugkomen. En ik leer ook veel bij qua podiumervaring: van Bruno, van mijn muzikanten. Ik speel ook heel graag met Jan Swerts samen.”

enola: En voel je dan een verschil als je bij Jan Swerts meer op de achtergrond staat?

Imbrechts: “Bij Jan speel ik altijd naast hem, letterlijk. Dat is handig, dan moet je je niet bezig houden met de praktische zaken en de productie. Maar bij Jan is die lijn tegelijkertijd ook heel dun omdat ik meeschrijf aan zijn nummers en de arrangementen. Dan blijven die songs nog wel een beetje je eigen kindjes. Maar je kop staat tenminste niet op de affiche. Dat is heel fijn.”

enola: Vind je het jammer dat het element “verlegenheid” zo deel is van het verhaal van Illuminine of vind je dat juist noodzakelijk?

Imbrechts: “Ik vind het zeker niet erg en ik vertel daar ook eerlijk over als mensen er vragen over hebben. Ik ben van nature geen roeper en zal altijd de stille en meer teruggetrokken persoon zijn die graag alleen is. Ik ben gewoon zo en vind dat niet erg. Dat is deel van Illuminine, punt.”

enola: In de zomer bracht je ook een plaat uit met pianoherwerkingen van Illumininenummers door pianisten.

Imbrechts: “Daar was ik al heel lang aan bezig. Tijdens soundchecks zat ik altijd op de piano te tokkelen. Ik vond dan altijd dat mijn composities eigenlijk heel geschikt zijn voor piano, ook al heb ik ze geschreven voor gitaar. Ik vind die wereld van Spotifypianisten ook heel interessant. Die komen dan in zo’n lijst terecht en hebben heel veel luisteraars, maar treden zelden op of brengen zelfs nooit fysiek platen uit. Die manier van musiceren fascineert me. Ik heb er een groot deel gecontacteerd van over heel de wereld, en ze zeiden bijna allemaal ja. Zij mochten dan hun ding doen met hun solopianoversies. De enige vereiste was dat het mooi was. En er zijn heel schone dingen uitgekomen vind ik. Je gaat terug naar de simpele kern van een nummer. Ik had weer zo’n rework-plaat kunnen maken, maar daar had ik niet veel zin in. Ik wilde iets nieuws, en hier kon ik mijn tanden eens goed inzetten. Zo heb ik ook weer heel veel nieuwe mensen en artiesten leren kennen. Er wordt vaak zo wat neergekeken op die pianisten, maar vaak zijn dat wel écht goede muzikanten.”

enola: Vind je het niet jammer dat dat soort lijstjes makkelijk achtergrondmuziek maakt van nummers? 

Imbrechts: “Neen. Je maakt je plaat en laat die op de wereld los. Daarna leidt die zijn eigen leven. Het belangrijkste is dat het gevoel overkomt, en mensen die muziek een plaats geven. Spotify is nu eenmaal een medium dat overal wordt opgezet. Op feestjes, in cafés, als mensen aan het werken of aan het lezen zijn. Mijn muziek leent zich misschien eerder tot erop werken of lezen, dat is gewoon de aard van de muziek. Mensen gaan daar niet op feesten. Maar ik ben er even tevreden over. Ik vind mijn muziek geen achtergrondmuziek, maar je kan daarover discussiëren zeker? Het is zeker geen muzak. Er zit nog altijd een stiel en een inspiratie achter elk nummer.”

enola: Als jij die pianoplaat nu hoort, voelt dat dan bijna aan alsof je naar iemand anders aan het luisteren bent?

Imbrechts: “Ik hoor mezelf op piano als ik ernaar luister. Ik vind het juist mooi dat al die pianisten de geest en de melodielijnen van de nummers wel behouden hebben, en dat je hoort dat het muziek van mij is en geen ander pianostuk. Dat vond ik wel belangrijk. Maar ik heb hen eigenlijk nooit moeten bijsturen, ze hebben dat heel mooi gedaan allemaal.”

enola: Was het makkelijk je kindjes uit handen te geven, zeker aan mensen die je niet zo goed kent?

Imbrechts: “Dat is interessant en spannend tegelijk. Maar in 99 procent van de gevallen draait het wel goed uit. Ik heb ook wel echt een selectie van pianisten gemaakt en er goed over nagedacht voor ik iemand contacteerde. Al spreekt er natuurlijk ook wel een deel buikgevoel.”

enola: Het is iets wat Ayco Duyster ook opmerkte, dat je ondanks je schuchterheid toch veel samenwerkingen aangaat.

Imbrechts: “Ik ben van nature heel verlegen en kalm, maar van zodra ik onder de vlag van muziek opereer, kan ik eigenlijk veel meer dan ik zou denken. Voor mij is muziek mijn leven en dat doet mij ook dingen ondernemen, maar ik kan dat alleen onder de noemer muziek. In mijn dagelijks leven zou ik zulke initiatieven veel minder nemen, terwijl dat in muziek vanzelf gaat. Met die eerste plaat naar IJsland gaan, alleen, bijvoorbeeld, dat zou ik nooit gedurfd hebben in een ander domein van het leven. Ik heb altijd een groot fantasiegevoel gehad als het op muziek spelen aankomt, al van toen ik op mijn jongenskamertje gitaar speelde. Dan beeldde ik me in dat ik aan het soleren was samen met James Hetfield van Metallica. (lacht) Muziek is altijd een springplank naar iets groters, gewaagder geweest. Al is het maar mijn gitaar helemaal ontstemmen en rare klanken maken. In de muziek durf ik wel buiten de lijntjes kleuren terwijl ik in mijn eigen leven eerder binnen de lijntjes loop.”

enola: Hoe werkt dat dan bij de soundtracks die je gemaakt hebt?

Imbrechts: “Meestal krijg ik gewoon een mail in mijn mailbox. Bij De Stig (documentaire van Eric Goens over de revalidatie van wielrenner Stig Broeckx, red.) was het ook gewoon de regisseur die mij contacteerde omdat hij mijn muziek mooi vond en dacht dat die wel zou passen bij de documentaire. Ik ga daar niet zo bewust naar op zoek, maar als er iets bij mij terecht komt en het voelt goed, dan zeg ik ja. En ik vind het omgekeerd ook fijn dat mensen mijn muziek goed vinden en daar een samenwerking in zien. En dan zeg ik met extra veel plezier ja. Ik was al bekend met het verhaal van Stig Broeckx door een andere serie. Dus ja, ik was vereerd dat ik de vraag kreeg daar muziek voor te maken. Het was echt een tof project om aan te werken.”

enola: En hoe was die interactie met Hannes De Maeyer, met wie je de soundtrack maakte?

Imbrechts: “Ik kende hem helemaal niet, dus in het begin was dat aftasten natuurlijk. Naarmate de film vorderde, groeiden we naar elkaar toe. Dat maakt het zo tof. Je begint wat meer apart maar je eindigt bij samen dingen maken. Ieder komt met ideeën af, en zo maak je een hele soundtrack. Het was heel fijn zo onze beide werelden bij elkaar brengen. De Maeyer is echt een heel goeie filmcomponist terwijl ik dan weer meer met sfeer en soundscapes bezig ben, en dat klikte wel vond ik. Er zitten zelfs beats in, maar dat wordt dan op zijn beurt weer mooi vermengd met die Illumininestijl. Dat verbreedt dan ook weer mijn muzikale horizon.”

enola: Heb je een idee wat er nu komt?

Imbrechts: “Ik heb in de lockdown veel naar Fontaines D.C. geluisterd. Of Slint, die zijn zo wereldvreemd maar ook zo geniaal. Ze gaan terug naar de essentie, met een vrij kaal geluid. Zo’n noisy gitaar, postpunk of slowcore groep zou ik ook nog wel eens willen hebben. Dat is weer een heel andere stijl maar het is wel een idee dat speelt. Er zijn zoveel richtingen die ik kan uitgaan, we zullen wel zien wat de toekomst brengt. Ik hou alles open. Er gaat sowieso nog Illumininemateriaal komen, maar ik weet niet wanneer of hoe. Ik wil nog zoveel doen, en alles ligt nog open. Maar dus, als er muzikanten zijn die postpunk willen spelen, mogen die me altijd contacteren.” (lacht)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

13 + 13 =