Greenberg




In het midden van de jaren ’00 – al bij al nog maar zo’n vijftal
jaar geleden; een eeuwigheid in het land van de hippe cinema – was
het plots enorm groovy om uit te pakken met een tot dusver
weinig verkende, erg specifieke genreafbakening: die van de
disfunctionele familie(tragi)komedie, met name. Wes Anderson en co
wisselden de successen (‘The Royal Tenenbaums’, ‘Little Miss
Sunshine’, ‘The Savages’) af met enkele minder geslaagde uitstapjes
(‘Running With Scissors’, ‘Margot at the Wedding’) in een genre dat
werd gekenmerkt door een sobere vormgeving, anekdotische structuur
en subtiele gevoeligheid die uw hart moest zien te winnen, ondanks
de wrange, vaak surrealistische gebeurtenissen die op het scherm
plaatsvonden. ‘The Squid and the Whale’, het regiedebuut van Noah
Baumbach, behoorde tot die eerste categorie en telt ook vandaag nog
als een van de mooiste, meest oprechte Indiewood-films van het
afgelopen decennium. Eentje waarin weliswaar dingen zoals, oh, een
klein jongetje dat zijn sperma uitsmeert over een halve
bibliotheek, niet ongehoord zijn. It’s Hollywood, Jim, but not
as we know it!

Ondertussen schrijven we echter 2010 en is het al veel minder
hip om het te hebben over masturberende bompa’s, scheefpoepende
huisvrouwen, of suïcidale tieners. Baumbachs derde zet, ‘Greenberg’
genaamd, verschilt dan ook sterk van zijn voorgangers, en dan heb
ik het niet alleen over de keuze van de hoofdacteur (een Ben
Stiller in plaats van een Jeff Daniels). ‘Greenberg’ is niet zozeer
een dramedy in de familiesfeer als wel een aardedonkere
oefening in de observatie van een met een kanjer van een midlife
crisis worstelende – adem! – veertiger. Spijtig genoeg laat het
verhaal (geschreven door Baumbach zelf en bedacht samen met
vrouwlief Jennifer Jason Leigh) een aantal steken vallen. Waar ‘The
Squid and the Whale’ een originele, stilletjes pakkende en lichtjes
uit de band springende variatie was op een genre dat nog niet eens
helemaal was doorgebroken, is ‘Greenberg’ een film die wel
origineel wil zijn (en daar op een aantal punten ook in slaagt)
maar die wordt ingehaald door vreemde narratieve wendingen en
allerhande genreclichés (de rol van Greta Gerwig is in se niets
meer dan een subtiele variant op Kate Winslets personage in
‘Eternal Sunshine’ en Greenberg zelf lijkt wel een samenraapsel van
allerlei moderne karikaturen).

Het is dus Ben Stiller die de hoofdrol voor zijn rekening neemt
en zodoende naast Adam Sandler (‘Punch-Drunk Love’, ‘Funny
People’), Jim Carrey (‘The Truman Show’, ‘Eternal Sunshine’) en
Will Ferrell (‘Stranger Than Fiction’) mag gaan staan in het rijtje
komieken die zich ook als dramatisch acteur bewezen hebben. Hij
speelt zijn rol van Roger Greenberg immers met immense overtuiging
en weet een van de irritantste filmpersonages van de laatste jaren
zo toch nog een (echo van een) ziel mee te geven. Greenberg is een
soort radicale uitvergroting van de pompeuze, egocentrische Bernard
uit ‘The Squid and the Whale’ en de labiele Barry Egan uit
‘Punch-Drunk Love’. Hij is een met een zenuwinzinking kampend lid
van generatie X die als jonge veertiger de wereld – en zijn eigen
leven – aan zich voorbij ziet gaan. Als hij in het huis van zijn
broer het kindermeisje Francine (revelatie van de daarnet vermelde
Greta Garwin) ontmoet, krijgt hij de kans op een streepje geluk in
zijn troosteloze, klagerige bestaan. Maar of de onuitstaanbare
Greenberg dat op tijd wil inzien, is nog maar de vraag.

Verwacht nu geen doordeweekse romantische komedie vol humor die
mikt op het Hollywoodiaanse herkauwen van herkenbare situaties (zie
bijvoorbeeld de Ben Stiller-vehikels ‘Meet the Parents’, of – veel
erger – ‘Meet the Fockers’). Verwacht u zelfs niet aan een slimme
variant op de naar beschimmelde kaas stinkende rom
com
-formule die hier en daar ook al eens buiten de lijntjes
durft te kleuren, zoals de onderschatte P.T. Anderson-prent
‘Punch-Drunk Love’. ‘Greenberg’ gaat immers nog een stapje verder
en neigt zelfs naar de arthouse. Het verhaal is meer een
aaneenschakeling van anekdotes dan wat anders en hoewel dat de
waarachtigheid van de film in de hand zou moeten werken, komen de
aangekaarte situaties veeleer theatraal en geforceerd over. Ik vond
de prent veel weg hebben van ‘Humpday’, de low
budget
-komedie van vorig jaar waarin twee heteroseksuele
veertigers samen een kunstzinnig pornofilmpje proberen te maken met
zichzelf in de hoofdrollen. Aan ideeën en een originele invalshoek
geen gebrek, maar het wordt allemaal te slordig uitgewerkt om je
echt bij de kraag te vatten. Mèh, denk je dan, en na een
halfuurtje heb je het wel gezien.

De ontluikende romance tussen Greenberg – denk: Larry David uit
‘Curb Your Enthusiasm’ in irritante modus – en Florence komt
bijvoorbeeld absoluut niet over. Florence komt niet verder dan een
flauw gemompeld, “Ik voel dat hij binnenin onzeker is,” om haar
aantrekking tot Greenberg te verklaren. Diezelfde Greenberg die
haar de hele film lang als een stuk stront behandelt. Hij is in
feite niets meer dan een egocentrische zak die de wereld de schuld
geeft van zijn problemen en omdat hij een fout pad heeft gekozen in
zijn leven (vijftien jaar geleden sloeg hij een platendeal af omdat
hij “niet wou toegeven aan het systeem”), bestempelt hij alle
mensen wiens leven afwijkt van het zijne als lafaards, omdat ze van
alle dingen weglopen en alleen maar streven naar conformisme. U
zult vast wel iemand uit uw kennissenkring herkennen in de manier
waarop Stiller hem neerzet. Hoewel Greenberg geen spatje sympathie
weet op te roepen, zullen er toch elementen zijn die je ook bij
jezelf zult herkennen: zijn onwennige cultuursnobisme bijvoorbeeld:
“Je moet door de kitsch heen kunnen kijken.” Is er iemand die zulke
platitudes nog nooit gespuid heeft? Op zijn meest pijnlijke, meest
herkenbare momenten werkt ‘Greenberg’ nog het best.

Het is echter pas in de laatste twintig minuten dat Baumbach
interessante thema’s ook begint te koppelen aan interessante
scènes. De finale party-scène is buitengewoon sterk –
zelden een generatiekloof zo pijnlijk belicht zien worden – en ook
de afsluitende voicemail-boodschap verraadt even een streepje
intimiteit, maar spijtig genoeg is dat allemaal too little too
late
, want tegen dan heb je je dus wel al bijna anderhalf uur
stierlijk zitten vervelen. De vertolkingen van Ben Stiller en
vooral Greta Gerwig zijn allebei ijzersterk, maar toch knetteren
hun scènes samen niet. De regie van Baumbach is solide, maar toch
zorgt het poëtische samenspel van uit het leven gegrepen beelden en
de zweverige tonen uit de straffe soundtrack van James ‘LCD
Soundsystem’ Murphy eerder voor een langgerekte geeuw dan voor een
stimulerende cinema-ervaring.

Uiteindelijk neemt ‘Greenberg’ zichzelf net als zijn
hoofdpersonage te serieus – zelfs de ‘Curb Your Enthusiasm’-achtige
humor (was het een mop?) voelt te artistiek en te gepland aan om
relativerend te werken. Je moet dus al heel goed luisteren om ten
midde van Greenbergs zeurpartijen of scheldtirades ook een hart te
horen kloppen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × vier =