Paul Weller :: Wake Up The Nation

De voorbije jaren waren we Paul Weller een beetje uit het oog verloren. We hadden het even gehad met zijn stijlvolle, maar wat te gezapige en modebewuste soulrock, die net genoeg weerhaakjes miste om volledig binnen het Radio 1-profiel te passen. Met Wake Up The Nation, een verrassend zinderende plaat, wordt dat rechtgezet. Paul Weller maakte met z’n tiende studioplaat immers z’n beste in jaren.

Het is een beetje bedroevend als je z’n generatiegenoten erbij neemt. Joe Strummer is heengegaan, Mick Jones is niet erg actief bezig, Johnny Rotten hangt vast ergens de clown uit, Pete Shelley en Steve Diggle proberen verder te timmeren met wisselend succes, Elvis Costello zoekt meer de roots op en Joe Jackson heeft na jaren van omzwervingen terug zin in een beetje rock. Maar Weller, einde jaren zeventig voorman van The Jam, daarna actief bij The Style Council en sinds begin jaren negentig als soloartiest, die was eigenlijk altijd cool. Zijn retrorock was weinig origineel, maar altijd heel smaakvol, met een mooie analoge sound en een laidback atmosfeer die zowel ouderen als jongeren aansprak. Wild Wood – Stanley Road – Heavy Soul, dat was een favoriete trilogie uit de jaren negentig, maar daarna hadden we het wel gehad met Weller en z’n op veilig spelende nonkelrock.

Het ingetogen 22 Dreams (2008) luidde een nieuwe creativiteitspiek in, en die krijgt nu een vervolg met het gejaagde Wake Up The Nation, dat er maar liefst zestien songs doorjaagt in veertig minuten. Punklengtes dus en het is waarschijnlijk ook ’s mans meest energieke plaat in bijna dertig jaar. Trouwe fans zal hij er niet mee voor het hoofd stoten, het is immers geen schreeuwerige ramplaat, maar hier en daar zullen ongetwijfeld wenkbrauwen gefronst worden bij zoveel vurigheid. Weller was eigenlijk totaal onvoorbereid toen hij de studio introk, meer dan wat losse ideeën had hij niet, maar samen met producer Simon Dine is hij erin geslaagd om dat om te zetten in een enorme troef: het in korte tijd bij elkaar getimmerde Wake Up The Nation is de meest spontane, eclectische en bruisende Wellerplaat sinds Sound Affects, de Jam-klassieker uit 1980.

In de liner notes wordt dan ook duidelijk gemaakt dat het de bedoeling was om eens uit te pakken met iets anders. Het moest een vitale knaller worden die de middelmaat een halt wilde toeroepen en dat met de best beschikbare middelen. Een mooi voorbeeld is daarvan de stampende glamrock van de titeltrack: “Nowhere to be / nowhere to bleed / get ya face out the Facebook / and turn off the phone”, luidt het. Weller keek rond zich, zag dat het grondig fout gelopen is en maakte een plaat die zich weigert neer te leggen bij een creatief status quo. Hij doet eigenlijk weinig nieuwe dingen (haal The Jams In The City nog eens uit de kast en ook daar hoorde je al een punkband die verdacht veel geluisterd had naar 60’s rock en soul), maar slaagt er in om ze allemaal samen in de blender te gooien en er nog een goeie smaak aan over te houden.

En het staat er werkelijk allemaal op: een rocker met staccato hamerende piano (“Moonshine”), bombastische sixties pop à la Walker Brothers en Dusty Springfield (“No Tears To Cry”), psychedelica die The Beatles en The Kinks verenigt (“Andromeda”), funk (“Aim High”), een mini rockopera (“Trees”), instrumentals (“In Amsterdam” en “Whatever Next”), ouderwetse R&B-meets-psychpop (“Grasp & Still Connect”), moderne rock (“7&3 Is The Strikers Name”) en kloeke punkrock (“Fast Car/Slow Traffic” en afsluiter “Two Fat Ladies”). Ook leuk om wat bekende gezichten te zien passeren: naast legendarische sessiedrummer Clem Cattini ook Kevin Shields en Jam-bassist Bruce Foxton, met wie de vriendschap onlangs hernieuwd werd.

De songs zijn niet allemaal van hetzelfde niveau, hier en daar valt er wel aan te merken dat het een inderhaast bij elkaar gepend zootje is, iets dat geen enkele productietechniek kan verdoezelen, maar het passeert allemaal zo snel dat je amper de tijd krijgt om je er vragen bij te stellen, en voor je het beseft krijg je weer een ultracatchy hook of zanglijn om de oren geslagen. Een verademing om een kerel van de oude garde nog eens te horen uitpakken met een plaat die zo vitaal klinkt als het werk van een stel gretige lads die dertig jaar jonger zijn. Wake Up The Nation is daardoor niet enkel een herbevestiging van ’s mans talent en een hoogtepunt uit zijn solocarrière, maar een van de beste platen uit een oeuvre van meer dan dertig jaar. Laten we hopen dat het een trend wordt. Klasse!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf + zeventien =