Spirits of the Dead :: Spirits of the Dead

Big Dipper, Cargo Records, 2010

Spirtits of the Dead is eigenlijk wel een geinige naam voor deze
Noorse band. Je verwacht mogelijk een portie gothische horrorpunk,
tribale folk of weirde metal, maar niks van dat alles. Spirtits of
the Dead is een heuse Woodstockrevivalband. Uit Scandinavië komen
die wel vaker de laatste jaren: het Zweedse The Soundtrack of Our
Lives timmert al ruim tien jaar aan de weg, een paar jaar geleden
maakte ik kennis met het werkelijk succulente Von Hertzen Brothers
uit Finland en uiteraard zijn er ook de Noorse broeders van
Motorpsycho.

Zij grijpen voor inspiratie ongeveer veertig jaar terug in de
muziekgeschiedenis. Ze doen alsof peace & love nooit
werden vermoord op Altamont Speedway, LSD nog steeds legaal is en
THC uit de klauwen van de klompenmaffia bleef. We horen
psychedelische rock vol zeemzoete melodieën uit het land van melk
en honing, en avontuurlijk episodes uit een parallel bewustzijn met
de doors of perception wijd open. De sound is hedendaags
genoeg om niet als lauwe kopie door te gaan van The Doors, Cream,
The Who, Iron Butterfly en co, maar hun platen liggen zeker en vast
bovenaan de stapels thuis bij deze kerels.

Dit is het debuut van de band, die nog maar een jaar of drie actief
is. Dat enthousiasme hoor je zeker op plaat, al slaat het soms over
in gebrek aan focus. Misschien wordt dat wel verholpen op tweede
album ‘The Great God Pan’, dat dit najaar al uitkomt. Dat lijkt
snel, maar dit debuut is eigenlijk ook al ruim een jaar oud en
krijgt nu de kans een breder publiek te overtuigen. Daartoe
beschikt het wel over een paar troeven in de vorm van enkele goede
songs.

Het album begint met ‘White Lady / Black Rave’, een lang nummer dat
uptempo begint, waarna nogal wat stemmingswisselingen volgen.
Desondanks komt het vrij coherent over en geeft het een goed beeld
van wat nog komen zal. De vrij hoge, ijle zang van Ragnar Vikse
krijgt van in het begin een prominente plaats in het geheel en daar
moet je misschien wel even aan wennen. Vertrouwder klinken zeker en
vast het orgel- en gitaarspel, sprankelend, warm en met enkele
mooie solo’s. Het orgel in dit nummer is zonder meer een referentie
naar The Doors.

Nummer twee ‘The Waves of Our Ocean’ is een gebalder nummer dat er
ook nog redelijk vlotjes invliegt. Minder orgel hier maar niet
minder sfeer, maar wel een super catchy refreintje dat ik nu al een
week of twee enkel met de bruutste metal uit mijn hoofd krijg
gestampt (check daarvoor ondermeer de nieuwste worpen van Circle of
Dead Children of Misery Index maar soit, dat is voor een andere
recensie).

Doordat we nu al wat meer aan de sound van SotD gewend zijn, begint
ook op te vallen dat ze een voorliefde hebben voor van die kleine
proggy bruggetjes en tierlantijntjes. De volgende tracks
‘My Wild Dream’ en ‘Red’ bevatten naar mijn smaak te veel van die
fratsen en te weinig echt songwriting. De nummertjes
passen wel nog in het geheel van de plaat, maar afzonderlijk boeien
ze nauwelijks.

‘Traveler In Time’ begint erg rustig en niet enkel de titel ervan
doet me denken aan onze Belgische psych/prog-trots Hypnos69. Het
nummer kabbelt ruim vijf minuten voort op psychedelische tonen
zonder je echt volledig te betoveren, het brengt je eerder in een
lichte staat van hypnotische bedwelming.

Van die half verdoofde staat maakt het voorlaatste nummer gretig
gebruik om je voor korte tijd te desoriënteren met zijn
kronkelende, proggy leadgitaar en pompende bas. Dat komt
rap goed, want het laatste nummer ‘Spirits of the Dead’ bezit als
enige op de schijf een vette hardrockriff. Ze spelen die uit met
maximaal effect door hem te verpakken in een lang, bezwerend,
semi-heavy, semi-progavontuur dat van Led Zep had kunnen komen.
Misschien wel het minst originele maar wel één van de beste nummers
op dit debuut, samen met het al even lange openingsnummer.

Spirits of the Dead is geen schijf die de sterren van het firmament
zal doen vallen en de klok veertig jaar terug draait, daarvoor is
ze wat te inconsistent. Hoopvol is wel dat net de twee langste
nummers ook de twee beste zijn, met andere woorden: ze beheersen
het songschrijven, wel moeten ze de hasjpijp op tijd weten weg te
leggen. Het album als geheel heeft een aangename flow en
nodigt uit om gespeeld te worden tijdens zwoele namiddagen in de
beslotenheid van je tuin. Nochtans hebben meerdere van de
individuele tracks eigenlijk te weinig om het lijf om een blijvende
indruk te maken. Ik kijk in ieder geval uit naar die opvolger dit
najaar.

www.myspace.com/spiritsofthedeadmusic

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

14 − 8 =