Crazy Heart






Er is misschien niemand aan wie we de Oscar voor beste acteur
meer gegund hebben dan aan Jeff Bridges. De man zit al zo’n veertig
jaar in de filmindustrie, draafde op in klassiekers als ‘The Last
Picture Show’, stond zonder een greintje erkenning briljant te
wezen in prenten als ‘The Fisher King’ en creëerde een icoon met
the Dude in ‘The Big Lebowski’. Oké, en tussendoor zat hij
ook regelmatig in een stinker, dat dan weer wel (denk maar aan ‘The
Vanishing’ of ‘Blown Away’, als dat u iets zegt). Maar zelfs dan
lag het nooit aan hem dat die films niet deugden. De voornaamste
reden waarom Bridges niet al veel eerder met een gouden beeldje
mocht gaan lopen, is ook één van de belangrijkste redenen waarom
hij zo goed is: hij zorgt er voor dat zijn werk makkelijk lijkt.
Hij heeft een understated, rustige uitstraling, alsof hij
nooit moeite staat te doen om mensen er toch maar van te overtuigen
dat hij echt wel alles aan het geven is. En op die manier verdwijnt
hij helemaal in zijn personage, op een manier die Al Pacino of Jack
Nicholson hem niet snel zullen nadoen. Om maar te zeggen: we zijn
blij voor Bridges. Echt waar.

Het enige probleem is dat hij, net als zoveel acteurs voor hem,
zijn lang verdiende Oscar heeft gekregen voor de verkeerde film.
Alsof de leden van de Academy op een blauwe maandag samen zaten en
iemand zei: “Hey, weet je wie ook nog nooit een Oscar heeft
gekregen? Jeff Bridges.” – “Ahja, dat is waar. Zit die in iets
speciaals dit jaar?” – “Niet echt. ‘Crazy Heart’, een from zero
to hero-
verhaaltje, min of meer hetzelfde als ‘The Wrestler’,
maar dan minder memorabel.” – “Ach ja, goed genoeg. ‘t Is of dat,
of anders toch maar Daniel Day-Lewis nomineren voor ‘Nine’, and
that’s not gonna happen.”

Niet dat ‘Crazy Heart’ een slechte film is, zeker niet, maar het
is wel een voorspelbaar verhaaltje dat we in verschillende
gedaantes al honderd keer hebben zien passeren: Bridges speelt Bad
Blake, een country zanger die jaren geleden heel even de
kans had om door te breken, maar het net niet gehaald heeft. Nu
speelt hij op bowlingbanen en in groezelige kroegen, waar hij
regelmatig oneerbare voorstellen krijgt van vrouwen van boven de
vijftig. Tussen twee nummers door moet hij soms het podium af
spurten om de whisky van z’n lever te kotsen. Yummie. Bad
kan het niet verkroppen dat zijn protégé Tommy Sweet (Colin
Farrell) ondertussen een ster is geworden, die speelt voor
uitverkochte zalen en een reeks succesvolle cd’s heeft uitgebracht.
Maar geloof het of niet, de krasse knar krijgt een laatste kans op
geluk wanneer hij Jean (Maggie Gyllenhaal) leert kennen, een
single mom die… nuja, die gewoon Maggie Gyllenhaal is,
en welke man kan daar aan weerstaan?

De vergelijking met ‘The Wrestler’ dringt zich op, voornamelijk
omdat die film een jaar geleden min of meer hetzelfde verhaaltje
vertelde, en ook vooral gelauwerd werd om zijn hoofdrolspeler. Maar
goed, los daarvan past ‘Crazy Heart’ gewoon in een lange rij
from zero to slightly more-than-zero-films, zoals die al
gemaakt worden sinds ze in Hollywood weten hoe ze een camera op een
acteur moeten richten. Veel verrassingen dreigt de prent je dus
sowieso niet te bieden, maar er zijn wel een aantal typische
valkuilen van het genre die regisseur en schrijver Scott Cooper
weet te vermijden. Zo weerstaat hij aan de verleiding om van Tommy
een ondankbare etter te maken die zijn leermeester in de kou laat
staan nu hij zelf succes heeft. Nope, die voor de hand
liggende manier om toch een schurk in de film te sleuren, laat
Cooper liggen, om voor iets te kiezen dat net wat geloofwaardiger
en complexer is: Tommy wil niet liever dan Bad helpen, door hem in
zijn voorprogramma te laten spelen en hem songs te laten schrijven
voor op zijn nieuwe cd. Het is Bad die te trots is om die hulp aan
te nemen. En op een gelijkaardige manier is Jean geen typische
stand by your man-vrouw, die nobel en stilzwijgend afziet
terwijl Bad zich bezuipt. Haar personage is daar te sterk voor, en
de beslissingen die ze neemt zijn dan ook realistisch en zelfs
respectabel.

Dat zit dus wel goed: ‘Crazy Heart’ is oerconventioneel, maar
vervalt nergens in goedkoop melodrama. Blijft er wel het feit dat
de hele film wat al te vertrouwd aanvoelt, een déjà-vu-effect dat
niet geholpen wordt door de degelijke, maar weinig opwindende
regie. Cooper houdt het tempo er in en er is geen shot dat niet
degelijk gekadreerd en mooi afgeborsteld is, maar om heel eerlijk
te zijn, zat er ook geen enkel visueel moment in de film dat ik zal
onthouden. Net als het scenario krijgen we ook in dit departement
vakmanschap zonder meer.

Waarom dan toch gaan kijken? Jeff Bridges, d’uh! His
dudeness
smijt zich naar goede gewoonte zonder twijfel of
ijdelheid in zijn rol, en laat zich nergens verleiden tot
overacting. Er valt in heel ‘Crazy Heart’ geen huilbui of tirade
terug te vinden (wat de verdienste is van het scenario), maar wel
een oceaan aan onuitgesproken emoties, teleurstellingen en
frustraties, die allemaal net onder Bads laconieke oppervlakte
liggen te sudderen (wat very much Bridges zijn prestatie
is). Je kunt zijn naar alcohol walmende adem bijna ruiken, je kunt
zijn gebroken hart bijna voelen, enkel en alleen omdat je daar een
acteur op dat scherm ziet die echt een prestatie van wereldklasse
levert. Maggie Gyllenhaal is overtuigend als altijd, maar staat
bijna onvermijdelijk in Bridges zijn schaduw, terwijl Colin Farrell
een verrassend klein bijrolletje heeft als Tommy Sweet. Veel indruk
maakt hij dan ook niet, maar goed, daarvoor heeft hij gewoon niet
genoeg te doen.

Scott Cooper mag in ieder geval heel blij zijn dat hij Jeff
Bridges heeft kunnen strikken. Zijn prestatie mààkt de film – los
daarvan blijft er nog een degelijk in elkaar gestoken, maar o zo
conventioneel en o zo voorspelbaar filmpje over.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

18 − achttien =