Precious :: Based on the Novel Push by Sapphire






Het schijnt een soort van natuurwet te zijn dat er elk jaar
tussen de Oscarvangst wel één film zit waarvan je je afvraagt: “hoe
is dit onding ooit genomineerd geraakt?” Verleden jaar was dat
‘The Reader‘, en
nu valt die twijfelachtige eer te beurt aan Lee Daniels’ film
‘Precious’. Dat het zover gekomen is, kunnen we voor een groot deel
toeschrijven aan Oprah Winfrey. De almachtige
talkshow-presentatrice, mediamagnate, do gooder en
eigenares van uitstekend bespringbare sofa’s (ja Tom, we zijn dat
nog niet vergeten!) zag de film terwijl die de ronde van de
festivals deed, en was blijkbaar behoorlijk onder de indruk. Ze
zette haar gewicht en haar bankrekening achter de promotie van
‘Precious’ en hier zijn we dan: de film werd een indie
hit,
won elvendertig prijzen en maakt op het moment van
schrijven kans op zes Oscars. Een mens kan zich afvragen hoe het de
prent zou vergaan zijn zonder de hulp van La Winfrey – straight
to dvd,
vermoeden we. Of op z’n minst zou er ergens iemand het
lef hebben gehad om de voor de hand liggende vraag te stellen: “wat
moet dit doordeweeks melodrama nu eigenlijk zo speciaal maken”?

Gabourey Sidibe speelt Claireece Precious Jones, een
zestienjarig zwart meisje dat (haal alvast even diep adem en zet je
schrap) extreem zwaarlijvig is, al voor de tweede keer zwanger is
van haar vader, niet kan lezen of schrijven, regelmatig tv’s en
ander meubilair naar haar hoofd gesmeten krijgt door haar moeder,
een eerste kindje heeft dat lijdt aan het syndroom van Down en nog
eens HIV-positief is ook. Wat zegt u me daarvan? Gelukkig voor
Precious grijpt haar school op een bepaald moment in: ze wordt naar
een speciale klas gestuurd voor kinderen met leerachterstand, en
onder impuls van een sympathieke leerkrachte (Paula Patton) weet ze
min of meer uit het dal te kruipen waar ze zich in bevindt.

Schrijfster Sapphire (ik koester overigens een aangeboren
wantrouwen tegenover mensen die hun echte naam niet gebruiken, doch
dit geheel terzijde), weet in principe wel waarover ze praat. Begin
jaren negentig werkte ze zelf als lesgeefster voor
probleemleerlingen in Harlem, en in interviews heeft ze al vaak
laten weten dat de situaties in ‘Precious’ afkomstig zijn van haar
ervaringen daar. Wat ik best wil geloven, maar het probleem met de
film is dat al die verschillende problemen die ze daar tegenkwam,
worden geprojecteerd op één personage. Sapphire heeft alle miserie
die ze toen heeft gezien op een hoop gegooid en toebedeeld aan één
figuur, die werkelijk het gewicht van de wereld op haar schouders
draagt. Je zult maar eens én moddervet zijn, én verkracht worden
door je vader, én geslagen door je moeder, én zwanger, én
HIV-positief, én ongeletterd en ga zo maar door. In een poging iets
reëels te zeggen over het leven van kansarmen in de VS, heeft
Sapphire een wankele toren aan sociale problemen gecreëerd, die
uiteindelijk met een luide knal instort.

De miserie wordt er zelfs zo dik opgesmeerd, dat het soms
onbedoeld lachwekkend wordt. Wat dacht u van deze: de moeder van
Precious kan haar dochter wel villen omdat haar man liever aan
Precious frunnikt dan aan haar. “Jij weet niet wat je aan een man
moet geven, bitch!,” gilt ze naar haar dochter, kort nadat ze een
glas naar diens schedel heeft gesmeten. Later in de film doet ze
dat nog eens over met een bloempot en zelfs een televisietoestel.
(Die laatste scène, gefilmd in nadrukkelijke slow motion, riep vage
herinneringen op aan de onvolprezen slapstick-serie ‘Bottom’, maar
dat kan ook aan mij liggen.) Nog eentje: het mentaal gehandicapte
kindje van Precious wordt alleen maar in huis gehaald wanneer de
sociaal werkster langskomt, om de indruk van een functionerend
gezin te geven. De rest van de tijd is het aan de oma van Precious
om er voor te zorgen. Zo gauw de sociaal werkster verdwenen is,
smijt Precious’ moeder het kind letterlijk van haar schoot, met de
woorden: “get this motherfucker off of me!” En dan nog de
clou: ze noemen het kind Mongo. Nee, echt!

Er is een verschil tussen het simpelweg oplijsten van alle
mogelijke problemen van mensen aan de marge van de maatschappij, en
effectief iets zinvols zeggen over die mensen. ‘Precious’ had
waarschijnlijk beter gewerkt als de makers (of in eerste instantie
Sapphire) één of twee problematieken hadden uitgekozen, en die dan
verder hadden uitgewerkt. Je weet wel, de problemen in hun context
plaatsen, de nuances van het verhaal opzoeken enzovoort. Min of
meer wat ‘The
Wire
‘ zo goed deed. (De setting van de film is gelijkaardig aan
het vierde en beste seizoen van die reeks.) In plaats daarvan
blijven schrijfster en regisseur de problemen aanvoeren, het ene na
het andere, zodat alle subtiliteit en contextualisering verloren
gaat. Waar we mee achterblijven, is een karikaturaal melodrama, dat
probeert te scoren door extremen op te zoeken: overdonder het
publiek met zoveel mogelijk miserie, en misschien dat het dan niet
opvalt dat je over die miserie maar weinig te vertellen hebt.

Het gevolg is dat de personages blijven steken op een
frustrerend oppervlakkig niveau. Precious zelf is een apathische
figuur, die weinig spreekt en schrik lijkt te hebben om anderen in
de ogen te kijken. Ze spreekt monotoon en komt pas echt tot leven
in haar fantasie. Alles dat we over haar moeten weten, wordt ons
handig met de paplepel ingegeven via een opdringerige voice-over.
Precious’ moeder is echter veel problematischer – zij wordt de hele
film lang afgebeeld als een onvoorstelbare feeks, van wie we geen
idee hebben wat haar drijft of wat ze denkt. Pas tijdens de laatste
(en verreweg beste) scène van de film krijgt actrice Mo’Nique een
monoloog waarin een tip van de sluier wordt opgelicht, en we de
indruk krijgen dat er (stel je voor) toch een echt mens schuilgaat
achter de karikatuur die we bijna twee uur lang aan het werk
hebben gezien. Maar tegen die tijd is het kalf verdronken. Paula
Patton krijgt bedroevend weinig te doen als leerkrachte (buiten dan
onder alle omstandigheden even engelachtig te blijven) en zelfs
Mariah Carrey loopt even langs in een bijrolletje als medewerkster
van de sociale bijstand. Carey vertoont zich hier zonder make-up,
wat voor velen blijkbaar al genoeg is om van een “moedige rol” te
spreken. In de praktijk is ze vooral verrassend omdat ze niet
slecht is – let’s face it, wie had ooit verwacht dat Carey
minder dan irritant zou zijn in een film?

Voeg daar nog enkele kitscherig in beeld gezette droomsequensen
aan toe, en je hebt een film die reddeloos verzuipt in zijn eigen
goede bedoelingen. Een weekendfilm met pretentie.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

6 + 10 =