The Butler

De gruwelen van de blockbusterzomer liggen ondertussen achter ons, maar net wanneer je dacht dat het veilig werd in de bioscoop, heeft ook het Oscarseizoen nog een paar onaangename verrassingen voor ons in petto: elk jaar zijn er immers wel een aantal übersentimentele tearjerkers of ongeïnspireerde biopics die haast statistisch ontworpen lijken om een zo groot mogelijke kans op dat gouden beeldje te maken. The Butler van Lee Daniels lijkt het schoolvoorbeeld van zo’n succesformule: het is het waargebeurde verhaal over een inspirerende, larger-than-life figuur (check) met als leidraad de Afro-Amerikaanse strijd om burgerrechten (doublecheck) En Oprah Winfrey doet ook mee (triplecheck). Als deze prent in februari niet overladen wordt met prijzen, eet ik mijn schoenen op.

De film begint in de jaren 20 in het zuiden van de States waar de jonge Cecil (Forest Whitaker) het harde bestaan van de katoenplantage ondervindt. Verkrachte moeders en neergeschoten vaders zijn er dagelijkse kost. Na een paar jaar kuist Cecil z’n schup af en trekt hij de wijde wereld in. Na heel wat omzwervingen krijgt hij een baantje in een sjiek hotel, waar hij leert om met een onvoorstelbare beleefdheid zijn blanke medemens te dienen. Door zijn toewijding wordt hij opgemerkt door een verantwoordelijke van het Witte Huis en van de ene dag op de andere wordt Cecil aangenomen als butler van de president. Er gaat een nieuwe wereld voor hem open, al is zijn familie niet zo opgezet met Cecils beroep. Vrouwlief (Oprah Winfrey met een bijzonder zelfgenoegzame acteerprestatie die constant uitstraalt “ik ben een heel belangrijke persoon in een heel belangrijke film”) wil aanvankelijk de goede huismoeder spelen en denkt alle problemen te kunnen oplossen met een goeie schep homemade potatosalad, maar ziet haar huishouden zonder een mannelijke aanwezigheid ineenstorten en grijpt naar de fles — en naar haar viriele buurman. Cecils oudste zoon Louis (David Oyelowo) heeft dan weer bezwaren tegen de onderdanige rol van zijn vader en sluit zich aan bij een radicale black power studentenvereniging.

De belangrijkste intrige van de film heeft dan ook te maken met de tweestrijd tussen vader en zoon. Het is simpele, klassieke dramatiek die toch de juiste snaar weet te raken. Cecil legt zich neer bij de ongelijkheden van het systeem en vervult een onderdanige rol, maar weet door zijn rechtschapenheid en loyaliteit wel uit te groeien tot een volwaardig, gerespecteerd lid van de (blanke) maatschappij. Louis langs de andere kant streeft betere idealen na, maar raakt door zijn radicalisme wel verzeild in marginaliteit en armoede. Is Cecil de archetypische onderdanige Oom Tom? Is Louis de archetypische militante angry black man? Het bewonderswaardige van de film is dat er eigenlijk geen kant gekozen wordt en beide personages in hun waarde gelaten worden. Sterker nog, er wordt zelfs gesteld dat vader en zoon allebei, zij het op een compleet verschillende manier, hebben bijgedragen tot de emancipatie van de zwarten in de VS. Het is een boodschap die de overduidelijk positieve toon van de film niet misstaat.

Hoewel het huiselijk drama van de familie Gaines dus enigszins meeslepend genoemd kan worden, zijn de scènes in het Witte Huis van een beduidend lager niveau. Net als zo veel biopics maakt The Butler de fout om zo veel mogelijk markante gebeurtenissen (in dit geval: nieuw verkozen presidenten) in een zo kort mogelijke speelduur te proppen. Het resultaat is niet meer dan een gimmick, een poppenkast met Albert II-allures waar we zitten af te tellen naar wanneer de volgende heerlijk miscaste (grapjurk Robin Williams als de koning van de stijve harken Dwight Eisenhouwer, really?), karikaturaal uitgewerkte president op het toneel verschijnt. Ook op vlak van stilisme is de film weinig verheffend. Een oerconservatieve cinematografie kan werken als je tenminste –zoals Spielberg en Eastwood — de nadruk toch nog legt op treffende filmische vondsten. Maar The Butler is redelijk flets in zijn beeldtaal en soms dan weer te nadrukkelijk: de gemoedelijke, huiselijke taferelen zijn voorzien van een soft focus-filter en zijn omgeven met een warme gloed, alsof de film je tijdens die scènes wil bombarderen met een sfeer van gebakken koekjes en knisperende openhaarden. De geweldscènes hebben dan weer het matte kleurenpalet en de flitsende editing van een matige horrorfilm.

De mankementen van de film zijn enigszins door de vingers te zien door zijn enorme luchtigheid. Ondanks het delicate thema en enkele scènes die nogal schaamteloos naar verontwaardiging van het publiek hengelen, is The Butler nergens zwaarmoedig. Qua structuur en toon is de film dan ook vergelijkbaar met Forrest Gump, waar we ook zagen hoe een goedlachse simpleton door een samenloop van omstandigheden aanwezig was bij alle sleutelmomenten van de vorige eeuw. Maar langs de andere kant heb je ook wel het gevoel dat Daniels misschien net wat meer ambitie had dan de Forrest Gump-versie van de burgerrechtenbeweging te maken. Maar de film is te simplistisch om echt relevant of groots genoemd te kunnen worden. Degelijk genoeg om een aantal Academy Awards te winen, onbeduidend genoeg om nu al te boek te gaan als het Driving Mrs. Daisy van 2013.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf + veertien =