Nine




Je moet ze steeds meer met een vergrootglas gaan zoeken, maar er
zijn nog altijd een aantal redenen waarom Belgen trots mogen zijn
op het land waarin ze wonen. En één daarvan is zonder twijfel deze:
wij hebben geen musicalcultuur. Een aantal van de grote kleppers,
zoals ‘The Phantom of
the Opera
‘, ‘Les Misérables’ en ‘The Sound of Music’, sijpelt
wel door tot bij ons, en Studio 100 heeft in de kindermusical een
zoveelste manier gevonden om onze koters al van in de wieg om te
vormen tot kleine consumentjes met een identieke smaak, maar geloof
me vrij: het ergste is ons nog bespaard gebleven. Wist je
bijvoorbeeld dat er ooit een musical is gemaakt naar het boek
Lolita‘? Of nog
erger: over het leven van Anne Frank? Yup, er is blijkbaar
geen enkele historische gebeurtenis, literaire bron of film die
voldoende respect verdient om gespaard te blijven van een glossy
make-over vol vlot mee te kwelen muzieknummers. Begin
jaren tachtig moest ook Frederico Fellini’s meesterwerk ‘8 ½’ eraan geloven,
toen Arthur Kopit en Maury Yeston de musical ‘Nine’ schreven, een
losse herwerking van de originele film. Het resultaat werd bekroond
met enkele Tony’s, maar daarna slechts zelden heropgevoerd. Tot nu.
Rob Marshall, die in 2002 al een degelijke, zij het weinig
memorabele filmversie van ‘Chicago’ op ons losliet, maakt de cirkel
rond door ‘Nine’ terug te brengen naar het medium waaruit hij
ontstond. En dat had hij beter niet gedaan. Het idee om ‘8 ½‘ te transformeren
tot een musical klinkt sowieso al lichtjes smakeloos, maar het
eindproduct is zó aanstootgevend slecht dat Marshall net zo goed op
Fellini’s graf had kunnen gaan pissen.


Daniel Day-Lewis speelt Guido Contini, een gevierde regisseur
die zonder inspiratie is gevallen. Zijn laatste twee films waren
flops, en nauwelijks een week voordat hij moet beginnen draaien aan
wat zijn come-back hoort te worden, heeft hij nog geen
letter op papier gekregen. Zijn gedachten dwalen steeds af naar de
vrouwen in zijn leven: zijn vrouw (Marion Cotillard), zijn sexy
maîtresse (Penelope Cruz), zijn muze (Nicole Kidman), zijn vaste
kostuumontwerpster en vertrouwelinge (Judi Dench), een prostituee
die voor hem danste toen hij nog een kind was (Fergie), een
reportster voor Vogue (Kate Hudson) en natuurlijk ook zijn
overleden moeder (Sophia Loren). Contini loopt steeds verder
verloren in dit kluwen aan relaties en terwijl de eerste draaidag
nadert, lijkt zijn artistieke block alleen maar erger te
worden.

Dat concept komt natuurlijk regelrecht uit ‘8 ½’, maar waar je in
de originele film een surrealistische toegangspoort kreeg tot de
psyche van een man die geen vat krijgt op zijn eigen leven, blijft
‘Nine’ één en al oppervlakte, één en al show zonder de minste
diepgang. Guido krijgt het eerste liedje te zingen, waarin hij ons
laat weten: I would like to be here, I would like to be there,
I would like to be everywhere at once. I know that’s a
contradiction in terms, and it’s a problem, especially when my
body’s clearing forty as my mind is nearing ten.
Daarna gaat
de film nog een kleine twee uur door, maar eigenlijk komen we nooit
meer over hem te weten dan wat hij ons daar vertelt: hij is een
groot kind en weet niet wat hij wil. De rest is enkel show,
illustratie. Alle vrouwen uit zijn leven krijgen vervolgens keurig
één liedje per stuk, allicht om Guido’s beginselverklaring als
twijfelende vrouwenzot kracht bij te zetten. Soms werken die
liedjes: Marion Cotillard zorgt voor het enige moment van oprechte
emotie in de hele film met het nummer My husband makes
movies,
waarin ze haar frustratie uitzingt over haar
rokkenjagende man. Daar horen we, al was het maar heel even, een
personage iets zeggen dat geloofwaardig is en relevant voor de
film. In andere liedjes is dat niet het geval: Judi Dench mag een
lang uitgerekte ode brengen aan de Follies Bergèrrrrrrres
(met een Franse “r” die klinkt alsof ze een volledig pakje
Gauloises uit haar longen aan het rochelen is) en Kate Hudson mag
haar liefde bezingen voor de cinema Italiano. Mooi voor
hen, maar heeft dat ook maar iéts met de film te maken? In plaats
van de plot of de thema’s vooruit te helpen, leggen de muzikale
nummers gewoon de hele boel stil.

Bijgevolg is het ook niet echt handig dat die liedjes op zich
niet erg memorabel zijn. Fergie krijgt een show-stopper met Be
Italian
– een nummer dat ook weer bitter weinig bijdraagt aan
de prent, maar dat op z’n minst blijft plakken. My husband
makes movies
is ook oké, vooral omdat het effectief relevant
is, en voor de rest… Tja, voor de rest krijgen we veel snel te
vergeten deuntjes, gezongen door een cast die werd gekozen voor hun
Oscar-stamboom, en duidelijk niet voor hun zangtalent. Er zit
niemand tussen de hoofdrolspelers die nog geen Oscar heeft gewonnen
of er op z’n minst voor genomineerd was, maar zingen… Dat staat
nog te bekijken. Daniel Day-Lewis bluft zich een weg door zijn
nummer door half te spreken en half te zingen (ik geloof dat er
welgeteld twee noten in zaten die enig stembereik vereisten),
Penelope Cruz kronkelt over de vloer in corset en jarretellen, maar
toont niet echt veel vocale capaciteiten, Nicole Kidman strompelt
als een wandelend standbeeld door de hele film (had ze een hernia?)
en Kate Hudson zit opgescheept met het slechtste nummer (Cinema
Italiano),
dat ze dan maar kweelt in de stijl van ons aller
Natalia: zo luid mogelijk zingen en dan is al de rest bijzaak. Zijn
wel goed op dreef: Marion Cotillard en Fergie, twee madammen met
een degelijke stem en, niet toevallig, ook de beste liedjes.

Rob Marshall gebruikt hier opnieuw dezelfde structuur als in
‘Chicago’: de musicalnummers spelen zich af in de fantasie van het
hoofdpersonage, los van de eigenlijke actie, en worden geënsceneerd
op een podium, voorzien van theatrale spotlights en choreografieën
met stoelen en andere rekwisieten. In ‘Chicago’ werkte dat, omdat
het Roxies ambitie was om in een revuetheater op te treden. Logisch
dan dat haar fantasieën zich daar afspeelden. Waarom Guido Contini,
een filmmaker, zich mentaal zou terugtrekken in een music hall, is
mij echter een raadsel. Bovendien is Marshall niet bijster
vindingrijk in zijn beeldvoering tijdens deze scènes: hij zet zijn
camera op een dolly voor het podium en hij rijdt van links naar
rechts. En van rechts naar links. En weer terug. Dat is het. Men
montere deze beelden zo snel mogelijk door elkaar, men voege er
enkele close-ups aan toe, en zo heeft men dus een musical.
Willekeurig overschakelen tussen kleur en zwart-wit is blijkbaar
ook altijd meegenomen.

‘Nine’ is een aanfluiting van alles waar ‘8 ½’ voor stond. Het is
een musical met hooguit twee degelijke nummers, een thematiek waar
niets mee wordt aangevangen en een cast die, op enkele
uitzonderingen na, in feite niet geschikt is voor het genre. En
zeggen dat de makers dit bedoeld hadden als Oscar
bait.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negentien + 14 =