Massive Attack :: Heligoland

Zeven jaar, een engelenschare aan gastzangers en -muzikanten en de
luxe om naar believen tabula rasa te maken: die luxe kan toch niet
anders dan uitmonden in een klein meesterwerkje? U weet wel: zo’n
plaat vol koren en zonder ook maar een zweempje kaf, een album
waarop alle middelmaat vakkundig is weggesnoeid. Kijkt u ook zo
tegen de nieuwe Massive Attack aan?
Wel, laat die gedachtegang dan maar snel varen, of de ontgoocheling
zal moeilijk te verbijten zijn. ‘Heligoland’ is dan wel bedekt met
het post-apocalyptische laagje as van ‘Mezzanine’, maar Massive
Attack vergeet er als een feniks uit te herrijzen.
Bummer!

Ironisch: na het halfgeslaagde ‘100th Window‘ was deze
plaat de uitgelezen kans voor de Britten om hun navolgers terecht
te wijzen, maar op ‘Heligoland’ klinkt Massive Attack vooral als
een epigoon van zichzelf. De asgrauwe sfeerschepping van Fever Ray, het
melodieuze minimalisme van Four Tet, de mistige
soundscapes van Burial en het
legertje vernieuwende dubstep-artiesten uit de Hyperdub-stal,…:
het zijn deze artiesten die nu de vinger aan de pols houden, zoveel
maakt ‘Heligoland’ wel duidelijk. Want ondanks een radiostilte van
zeven jaar scheert Massive Attack slechts bij vlagen die hoge
toppen.

Qua sound zit het nochtans snor. Net als ‘Mezzanine’ en ‘100th
Window’ is ‘Heligoland een muzikaal niemandsland waaruit alle kleur
lijkt weggesijpeld te zijn. Maar in het verleden hebben Del Naja en
Marshall al bewezen dat ze enkel met grijstinten beklemmende
tableaus kunnen creëren. En op ‘Heligoland’ is dat bijwijlen niet
anders. Zo debiteert Guy Garvey (Elbow) in ‘Flat Of
The Blade’ beklemmende doempoëzie op een poreus preekgestoelte van
vaalzwarte synths en krakende beats. Ook aan de pervers angelieke
stemmen van Martina Topley Bird
en vooral Hope Sandoval in respectievelijk ‘Babel’ en ‘Paradise
Circus’ zult u zeker weke knieën en een toegeknepen strot
overhouden.

Jammer genoeg koppelt Massive Attack die sinistere sfeerschepping
niet altijd aan sterke songs. Het kloppende hart van ‘Mezzanine’
ontbreekt vaak op dit album en de diepgevroren soundscapes en
inktzwarte minimal moeten soms gewoon de aandacht van een
artistieke flatline afleiden. Zo klinkt ‘Pray For Rain’ (met Tunde
Adebimpe van TV
On The Radio
) wel onheilspellend, maar het nummer komt nooit
echt van de grond. ‘Rush Minute’ en ‘Saturday Come Slow'(met Damon
Albarn) zijn in hetzelfde bedje ziek: sound alleen is niet
voldoende om te verdoezelen dat dit gewoon Massive Attack by
numbers
is, behoorlijk dof en doorsnee in vergelijking met het
beste werk van de band.

En zo laveert ‘Heligoland’ een plaat lang tussen een lauwe liturgie
en een krachtige kroniek. Edoch, ondanks dat wispelturige karakter
zal u de plaat wellicht blijven draaien. Hoe dat komt? De
uitschieters van de plaat doen de lauwe middelmaat namelijk even
vergeten. Met het dreigende dubsfeertje van ‘Splitting The Atom’
zet Massive Attack de nieuwe lichting dubsteppers eindelijk op hun
plaats en dan is er nog ‘Girl I Love You’, zonder meer hun beste
song sinds ‘Inertia Creeps’. Dreigende blazers, beukende beats, een
hitsige en inktzwarte baslijn en ceremoniemeester Horace Andy in
topvorm: samen vormen ze een beklemmende koortsdroom én het
heart of darkness van ‘Heligoland’.

Massive Attack bewijst dus sporadisch nog toonaangevend te kunnen
zijn, maar let’s face it: na zeven jaar zijn een paar
knallers gewoon te weinig. De band is dan ook al iets te lang een
slapende vulkaan. Af en toe rochelen de Britten nog wat imponerende
aswolken op en er borrelt vanalles in de diepte, maar een nieuwe
eruptie zit er jammer genoeg niet in. Binnen zeven jaar meer geluk?
‘Heligoland’ is net goed genoeg om ons benieuwd te houden!

www.massiveattack.com
www.myspace.com/massiveattack

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

17 − 3 =