Mostly Other People Do The Killing :: Forty Fort

Dat titelloze debuut (2004) was veelbelovend. Het vervolg, Shamokin!!! (2007), liet horen dat de band iets in z’n mars had dat enkele platen zou meekunnen. This Is Our Moosic (2008) was een eerste triomf, een geweldig visitekaartje dat hen naar de poort van de Grote Liga voerde. Forty Fort zet de opwaartse lijn verder alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Het stadium van belofte is voorbij: Mostly Other People Do The Killing behoort tot het beste dat de hedendaagse jazz te bieden heeft.

Die naam (laten we hen vanaf nu gewoon MOPDTK noemen) suggereert al dat dit geen doorsnee band is. Dat is iets dat zich op alle niveaus afspeelt, van het artwork tot de songs, het spel en de attitude van de band. Zoals ze zelf aangeven in hun (steeds erg vermakelijke) liner notes zijn ze zich bewust van hun historische voorgangers. Die worden bedankt voor de inspiratie en vervolgens verwerkt in songs en geluiden die een kleine eeuw jazzgeschiedenis overhoop halen. Met respect, maar niet te veel. Maar er is meer: de laatste hoezen waren verwijzingen naar respectievelijk Art Blakey, Ornette Coleman en het Roy Haynes Quartet. Op zich niet opmerkelijk, al ligt er bij MOPDTK een volledig concept achter.

Het lijkt even alsof de laatste platen verder bouwden op de platen waar visueel naar verwezen werd, maar er is meer aan de hand dan dat. MOPDTK gooit decennia jazz in de blender en brengt het vervolgens aan de man als een overstuurde bende ADHD-ers. Daarbij zijn het niet zozeer de grote namen (Miles, Coltrane, Ellington) die aandacht krijgen, maar de iets minder voor de hand liggende helden. Een gemiddelde MOPDTK-song kan van Freddie Hubbard naar Benny Carter springen, vervolgens naar Louis Armstrong & The Hot Fives stuiteren en naar Ornette Coleman, The Art Ensemble Of Chicago en de New Yorkse postmodernisten verschuiven. Het is de jazzwereld op z’n kop gezet, maar dan met zo veel talent, creativiteit en zo’n hoog amusementsgehalte dat het onweerstaanbaar wordt.

Laat er echter geen twijfel over bestaan: het is geen kunstje, geen vrijblijvende style over substance. Bassist en de facto bandleider Moppa Elliott is een geweldige songschrijver die er in slaagt om structuren en combinaties te bedenken waarbij je je voor het hoofd slaat. Dat genrehoppen werd allemaal al eerder gedaan, maar zelden met zo’n gretige en overtuigende energie. En virtuoos spel, want op Forty Fort zijn vier meestermuzikanten aan het werk. Luister bijvoorbeeld naar wat drummer Kevin Shea aanricht in opener “Pen Argyl”. Als de bastaardzoon van Art Blakey en Han Bennink rammelt en dondert en kletst hij zich een weg door de song, nu eens vooruitspurtend op het ritme en de groove van Elliott, dan weer breed grijnzend achterop huppelend, met waanzinnige fills, funkritmes en tegen de chaos aanleunende spielereien.

Van de vier is trompettist Peter Evans momenteel het paradepaardje. De voorbije jaren heeft de man zich buiten MOPDTK immers ontwikkeld tot een van de grote aanstormende talenten van de free jazz en de avant-garde. Moderne klassiek, vrije improvisatie, hoekige free jazz, niets lijkt te moeilijk voor deze kameleon, en wat hij hier laat horen is weerom imposant: hij schettert en bromt zich een weg door de songs, accentueert, gaat in de clinch met z’n kompanen en schudt melodieuze solo’s uit z’n mouw waar een minder begenadigd muzikant de tanden op stuk zal bijten. Dit is van heel, heel hoog niveau. Het helpt natuurlijk ook dat hij in saxofonist Jon Irabagon een ideale sparring partner gevonden heeft, een kerel die het carnavaleske van Rahsaan Roland Kirk koppelt aan de snelheid van Johnny Griffin en de bluesy growls van een Illinois Jacquet.

En zo knettert en spettert Forty Fort een uur lang tussen hechte thema’s en abrupte tempo- en stijlwisselingen. Nu eens gaat het er ingetogen aan toe (“Blue Ball”), maar plots begint dan het boeltje aan te zwellen en uit z’n voegen te barsten. En daar blijft het niet bij: klassieke swing, blues, bossa nova, funk, free jazz, hardbop, postbop, kitsch en enkele flarden elektronisch gepruts, het wordt allemaal verwerkt in een veelkleurig resultaat. Individuele momenten aanwijzen is eigenlijk nutteloos: elke song bevat meerdere “heb je dàt gehoord?”-momenten, van die wendingen die je verbluft naar die afstandsbediening doen graaien. Zelden gaan traditie en avontuur, uitdaging en amusement zo vanzelfsprekend hand in hand. Vandaar ook dat MOPDTK een van de weinige bands is die we in staat zien om diverse doelgroepen aan te spreken, van free jazz-gekken tot fans van de klassiekers en liefhebbers van avontuurlijke pop.

Razend knappe composities, virtuoze muzikaliteit, baldadige humor, razende energie. Om Forty Fort te beschrijven schieten superlatieven tekort. We moeten maar aan band en plaat denken of ons gat begint al te draaien. Op Forty Fort wordt immers niet enkel geweldige muziek gespeeld, er wordt ook gespeeld met muziek op een manier die je zelden te horen krijgt. MOPDTK is niet de band van de toekomst. Dit is de band van NU, die geschiedenis schrijft terwijl je erbij staat en muziek maakt waarvan je binnen twintig jaar met zelfvoldane grijns kan beweren dat je erbij was toen het gebeurde.

MOPDTK staat op 18 februari voor het eerst in de Benelux, in de Gentse Vooruit.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zes − vier =